Lezen

Tip

Man man man (songtekst)

Heel de wereld draait verkeerd De mensen hebben niks geleerd Het is maar goed dat ik er ben Dat ik mijn pappenheimers ken  Ieder denkt artiest te zijn Etaleert zijn zielenpijn Elke zot speelt kunstenaar En de massa komt al klaar   In mijn eentje roep ik dan: je kan er echt niks van   Man man man Dat is niet origineel Man man man Zo conventioneel Man man man Veel te commercieel Man man man Wil je dat ik me verveel?   Ik zit klaar in het publiek Ik ben de koning der kritiek Ik heb het allemaal gezien Steeds hetzelfde stramien   Wat je ook doet, ik ga niet mee Doe geen moeite, ik zeg nee Geen gevoel, geen sentiment Ik ben veel te intelligent   Geen emoties, geen verdriet Asjeblief, dit kan echt niet   Man man man Je weet echt niet wat je doet Man man man Het zit je niet in je bloed Man man man God wat een overmoed Man man man Je doet dit echt niet goed   Nooit of nooit geef ik mij bloot Nooit of nooit, dat werd mijn dood      Ik wil dat niemand aan mij raakt Ik ben de man die jou afkraakt   Zie dat nu toch eens aan Ik had daar moeten staan Een talent verloren gegaan Man, ik wens je naar de maan   Als ik maar eens mocht, ja dan Dan kon je zien wat ik kan                  Man man man Ik zit bij jou in de zaal Man man man Wat sta je daar voor paal Man man man Doe toch eens normaal Man man man Je bent keimarginaal Man man man Je vindt jezelf speciaal Man man man Maar dat vinden wij allemaal Man man man Je bent een Jan Modaal Man man man Wegwerpmateriaal Man man man Het is een echt schandaal Man man man Je afgang is totaal Man man man Al maak je veel kabaal Man man man Wij negeren je straal Man man man Je staat voor het tribunaal Man man man We klasseren je verticaal Man man man Je krijgt een nul op de schaal Man man man En dan zijn we nog royaal Man man man De moraal van het verhaal Man man man Ons ego is monumentaal Man man man Zing maar mee massaal: Man man man (fade out) Wat zijn wij fenomenaal Wat zijn wij fenomenaal Voor de allerlaatste maal Wat zijn wij fenomenaal  

Hazelof
45 1

Schrijven is vooral transpiratie

                                                  (Francisca Bongaerts) 'Schrijven is voor negentig procent transpiratie en voor tien procent inspiratie.' De professor keek kritisch observerend naar ons,  een slordige acht doctoraalstudenten. Het was alsof hij wilde zien op wiens gezicht teleurstelling zou verschijnen na deze ontnuchterende mededeling. Verdomd, hij wist gewoon dat er zich onder zijn studenten niet enkel fans van hem en zijn colleges zaten. Vermoedelijk, omdat hij al zo lang aan de universiteit verbonden was en gesignaleerd had dat er daarna namen terugkeerden in de kranten en boekwinkels, dat er een behoorlijk contingent schrijvers bij hem moest zitten op dat uur. Wat verwachtte hij te zien op de gezichten van die potentiële schrijvers? Verwachtte hij dat die nog niet opgebloeide talenten nu zouden afhaken? Dat ze zich toch zouden beperken tot literatuurwetenschap en de schrijfpraktijk zouden laten schieten? Was er teleurstelling bij enkelen of toch meer een blik van 'professor, niet zeuren, wij komen er wel straks; wij zijn doorzetters.' Niemand van de studenten gaf zich bloot. Zijn woorden werden in het dictaat opgenomen alsof het tentamenstof was, niets anders dan dat. Een jaar of wat daarvoor, toen ik nog rondwandelde in de middelbare schoolgangen, had het thema van la princesse lointaine mijn aandacht getrokken. Een artikel van deze professor was me onder ogen gekomen toen ik een essay moest schrijven over een gedicht van Slauerhoff. Na al die jaren kan ik me de beginregel nog ongeveer herinneren: wij komen nooit meer saam, de wereld drong zich tussen beiden. Voor een romantische adolescent natuurlijk het summum. De verhandeling over dit onderwerp bleek van zijn hand en toen ik die geboeid  bestudeerde bleek hij ook inspirerend. Dit stuk was de aanleiding om voor de letteren te kiezen. En als het even kon zou ik meteen starten met zijn colleges Algemene Literatuurwetenschap, het terrein waarin deze professor zich gespecialiseerd had na de Franse taal- en letterkunde. Gedurende mijn eerste studiejaar zat ik braaf in het academiegebouw tussen de doctoraalstudenten. Gewoon als eerstejaars. Het bleek gelukkig niet te hoog gegrepen. Na mijn kandidaats volgde ik nog een college bij hem met de bedoeling daarna tentamen te doen als de bijbehorende boeken gelezen waren. Wat is literatuur?, een interessante vraag. Dat tentamen was bij die professor thuis. Mijn eerste tentamen bij een professor thuis, grappig genoeg in de professorenwijk, te midden van enorme hoeveelheden boeken, slordig gestapeld. We kwamen op het onderwerp creative writing als studie, bij ons toen nog onbekend, maar in Amerika al enige tijd een vak dat je kon studeren. 'Ga naar Amerika,' raadde hij me aan, 'dan kun je daar de kennis opdoen en dan terugkomen en er hiermee starten.' Maar ik was niet ambitieus genoeg om mijn geliefde achter te laten voor zo'n lange tijd, zo ver weg, dus ik vergat het advies niet, maar deed er niets mee. En nu denk ik aan hem, die intussen overleden professor, die ik tijdens mijn tweede serie colleges meerdere malen betrapte op afgesleten stokpaardjes. Maar hij had gelijk, ook al was die uitspraak niet origineel. Het is vooral hard werken, maar toch had ik hem nu willen zeggen: de mooiste ideeën, die komen op als ik wandel of 's nachts wakker lig...  

Francisca Bongaerts
17 0

Twijfel

Ik wandel vaak over straat, dat is voor mij een manier om mijn hoofd te lichten als het net iets te zwaar aanvoelt.Waar ik ooit over twijfelde en hoe ik me destijds heb gevoeld, daar begin ik nu over na te denken. Ik was niet in staat om het in woorden te omschrijven omdat ik niet wist of het onzekerheid of twijfel was. Maar ik ben nooit onzeker geweest over wat ik kan.Ik twijfelde alleen hoe goed ik het zou kunnen en daarmee is alles begonnen. Ik herinnerde mij dat ik wel eens wat over hem hoorde. Twijfel heette hij.Die ging bij een ieder langs, dat was normaal, maar bij mij kwam hij steeds vaker voor de dag. Ik probeerde hem te ontwijken want men zei: “Als je twijfelt dan moet je het niet doen.”Maar Twijfel, overtuigde mij hem niet te zien als iets dat slecht was.Twijfel moest er soms zijn, zo dacht ik. Maar daar bleef het niet bij, want Twijfel begon zich in alles wat ik deed of wilde doen te openbaren. Niks was zeker en niks was goed genoeg.Twijfel liet me nooit in de steek en ik liet Twijfel ook niet gaan. Ik kon mij niet naar behoren gedragen als Twijfel er was. Maar gek genoeg kon ik dat ook niet zonder zijn aanwezigheid.Ik was gewend aan Twijfel en elke keer als het net goed bleek te gaan, begon ik me af te vragen waar Twijfel bleef. Het duurde niet lang of hij zocht me op, ik ging terug maar helaas ook achteruit. Twijfel vormde zich tot iets wat velen een talent zouden noemen, mijn passie voor schrijven.Datgene wat mij meer liet dromen, mijn gevoelens verwoordde en mijn gedachten grenzeloos maakte heb ik jarenlang laten zitten. Gewoon om het simpel feit dat ik met Twijfel om heb leren gaan. Geen tijd is geen excuus, maar zelfs die nam ik niet. Ik voelde de passie wel, maar had noch het lef noch de motivatie. Twijfel was zo aanwezig in mijn leven waardoor alle zekerheid die ik had vervaagde. Twijfel zorgde ervoor dat ik de mensen, inclusief mezelf, liet gaan die ik nodig had. Als ik naar mezelf keek, twijfelde ik aan elk woord die ik gebruikte om mezelf te overtuigen van mijn gevoel. Ik verwaarloosde het geloof en bad niet meer, Ik voelde me onzeker dus sloot ik me af. Ik werd hopeloos en gaf veel op. Twijfel liet me niet onbewogen, bij alles wat er gebeurde zag ik de afkeuring in mijn moeders ogen. Haar angst gaf me de woorden die ik besprak met mijn twijfels, maar haar niet wisten te bedaren. Liefde kwam mij tegemoet en ik was niet eens halverwege. Maar hij wist mijn nieuwsgierigheid te stillen en mijn verlangens te vervullen. Het ging te goed er ging niks fout en alles waar hij zeker over was, was alles waar ik over begon te twijfelen. Hij vroeg teveel, ik antwoordde te weinig. Zonde van de tijd die voorbij ging, maar de tijd zal het beter maken en je weer bij me brengen. De tijd zal ons bij elkaar houden door alles wat ons nog te wachten staat. Geen twijfel daarover, dat is wat ik geloof. Over mijn vriendschappen twijfel ik niet meer, dat kan ik niet eens want hun daden hebben mijn twijfels weten te overtreffen.Bovendien spraken zij mij moed in en benoemden zij mijn kwaliteiten.Elke keer als ik zei: “Ik kan niet meer” antwoordden zij: “Pak een spiegel dan weet je het weer.” Twijfel maakte beetje bij beetje plek voor zekerheid en zijn aanwezigheid doet me bloeien in alles wat ik doe en wil doen.Soms, ja soms kom ik Twijfel nog tegen. Meestal negeer ik hem, maar af en toe laat ik hem even binnen. Soms blijft hij hangen tot ik echt aandring dat het nu wel tijd is om te gaan en dat het niet meer zoals vroeger is. Twijfel had nooit gedacht dat ik hier zou staan want het feit dat ik hier sta voelt als een nominatie en dat jullie hier staan voelt als een prijs.Een nominatie laat je harder werken en een prijs maakt je trotser, daar bestaat geen twijfel over.  

Gabriëlle Rosebel
56 0
Tip

Een dag als een ander.

Marcel keek ongeduldig naar de oude klok. Hij wachtte tot zijn moment komen zou om op te staan en een publiek toilet op te zoeken. Dat deed hij iedere dag sinds hij weduwnaar werd. Vandaag was het publiek toilet van Station Kortrijk de gelukkige winnaar. Gisteren liep hij toevallig langs en merkte op dat het rechter urinoir buiten werking gesteld was. Mannen konden enkel nog drie urinoirs gebruiken. Een ideale opportuniteit om het station van Kortrijk nog eens aan te doen, moest Marcel gedacht hebben.   Hij wachtte tot de kleine wijzer bijna op zes en de grote wijzer op negen stond. Zo zou hij net voor de grote massa pendelaars aankomen. De gedachte aan al die mannen in het openbare toilet deden zijn penis verharden. De seconden tikten tergend traag verder. Hij zette een allerlaatste kop koffie, terwijl zijn gedachten nog eens naar zijn overleden vrouw flitsten. Het waren niet bepaalde mooie herinneringen. Het was geen goed huwelijk, ze had nu eenmaal een vagina en geen penis. Scheiden was echter ondenkbaar, hij zou ontmaskerd worden en dat idee kon hij niet verdragen. Hij was een product van de katholieke maatschappij waardoor hij beperkt was tot passieve homoseksualiteit.   Nog twee minuten en het was kwart voor zes. Marcel stond op, dronk zijn kop koffie in één teug leeg en plaatste het vuile kopje op het aanrecht. Hij zou zich niet op zijn taak kunnen concentreren indien het kopje nog op de tafel zou staan. Zijn gedachten zouden overmeesterd worden door de vuile tas. Dat was niet de bedoeling hij moest vrij kunnen fantaseren over de mannen die naast hem urineerden. Hij nam zijn jas van de kapstok, knoopte zijn jas toe en liet het onderste knoopje openstaan, zo meer ruimte biedend voor de harde bobbel in zijn broek.   Het station van Kortrijk naderend, pompte zijn hart steeds meer adrenaline in zijn bloed. Hij hoopte vurig dat er enkele mooie mannelijke exemplaren hun volle blaas zouden legen in de sanitaire voorzieningen van het station. Zijn enthousiasme werd meteen getemperd bij het aankomen. Een groep jongeren bezetten het toilet. Hij schatte ze 14 jaar, waarschijnlijk ontbrak het hen nog aan een weelderige bos schaamhaar in hun onderbroek. Veel te jong om te begluren, het neigde te veel naar pedofilie. Zo diep wou hij niet zakken.   Hij keek op zijn uurwerk. Vijf voor zes, de Gentse en Brusselse pendelaars zouden weldra arriveren. Hopelijk vergallen ze zijn avond niet, dacht Marcel. Zijn geduld werd maar van korte duur op proef gesteld. Het groepje verliet het station zodat ze tijdig hun voeten onder moeders tafel konden schuiven. Hij kon zijn heiligdom, het openbaar toilet, eindelijk betreden. Op de drempel sloeg hij een kruisteken en plaatste zich voor het middelste urinoir. Hij ritste zijn broek open, haalde zijn lid uit zijn gulp en de show kon beginnen.   Het duurde niet lang voor een eerste man van middelbare leeftijd het toilet binnenstrompelde. Een knikje en een glimlach. De man zou eens moeten weten. Niets vermoedend begon hij te urineren. Nu, was het Marcel zijn beurt om te glimlachen, waarna hij zijn blik op de penis van de andere man richtte. Het was een welgevormd exemplaar dat Marcels fantasie onmiddellijk op volle toeren deed draaien. Hij zag zichzelf op zijn knieën hurken waarna zijn lippen het lid van de man omsloot. Zijn hoofd ging omhoog en omlaag steeds sneller terwijl de man kreunde. Marcel nam zijn kont vast en krabde met zijn nagels het vel van de man open. De man kon het niet meer houden en spoot Marcels mond al kreunend vol. Marcel hield van het warme zaad in zijn mond Hij ging zo op in zijn fantasie, dat hij niet door had dat de man niets vermoedend het toilet verlaten had.   Vele mensen zouden hem gek verklaard hebben moesten ze weten hoe Marcel hen begluurde tijdens het plassen. Marcel vond het volstrekt normaal. Het gluren in openbare toiletten was een goed alternatief voor porno. Hij durfde geen dvd’s te kopen in de winkel en van de computer had hij helemaal geen kaas gegeten. Hij had geen ander alternatief om mannen anoniem te begluren in stations, musea, stadiontoiletten, … .   Een man met gevoel voor stijl kwam het toilet binnen. Hij droeg paarse schoenen, een donkerblauwe jeansbroek en een paarse trui. Het donker blazertje en het paarse pochet maakten zijn outfit af. Marcel glunderde, zo’n man die zijn outfit tot in detail kiest moet heel verzorgd zijn daar beneden. Hij zou zijn ogen dan ook de volle kost kunnen geven. Iets te gretig keek hij over het tussenschot. De man glimlachte flauwtjes en kuchte als teken dat Marcel beter naar zijn eigen urinoir moest kijken. Marcel knikte verontschuldigend maar zijn glunderende ogen gleden nu en dan nog over de rand. In het naar buiten gaan klopte de man op Marcel zijn schouders. “Het is grappig geweest Meneer, hou er maar mee op”. Marcel voelde zich betrapt en bleef naar de grond staren tot de man weg was.   Twee mannen in rood uniform kwamen het toilet binnen. Marcel had het kunnen weten, hij had tegen beter weten in het toilet niet verlaten. Nu, kwamen de mannen van Securail hem oppakken. Het was de eerste keer in al die jaren dat hij doorzien was. Hij moest zijn stukje theater opvoeren dat hij al jaren in zijn hoofd geoefend had. Kijk verward, vraag waar je bent, ken je eigen naam niet meer en nog veel meer dan dat. Het zou niet zo onlogisch zijn dat dementie op zijn leeftijd zich lichtjes manifesteert.   “Meneer, zou u zo vriendelijk willen zijn ons te volgen naar het bureau? We zouden u enkele vragen willen stellen”. Marcel knikte, “Euhm, oké, wie zijn jullie? Waar ben ik?” “We zullen alles op het bureau uitleggen meneer, maar wilt u ons eerst volgen alstublieft?” Marcel knikte verdwaasd, draaide zich om en begon de mannen te volgen. De eerste stap van zijn theater was gezet. Hij had opzettelijk zijn broek vergeten dicht te doen en volgde hen met zijn geslacht hangend uit zijn broek. “Meneer, zou u willen uw broek dichtdoen? We zijn hier niet thuis.” “Mijn broek?” antwoorde Marcel, zich van de domme gebarend. Ze wezen naar zijn broek, hem er attent op makend dat die nog steeds openstond. “Ooooh die moet ik vergeten dichtritsen zijn na het plassen. Overkomt me wel vaker de laatste tijd.” “Dat kan gebeuren meneer, zeker wanneer men een dagje ouder wordt.” De twee mannen keken elkaar met vragende ogen aan. “Toch niet opnieuw zo’n verwarde man waar we totaal niets mee kunnen aanvangen?” zij de één fluisterend tegen de ander, alsof Marcel er niet meer was. Marcel had alles natuurlijk verstaan en glunderde in zichzelf. Zijn opgevoerd toneelstuk leek te slagen. Met zijn drieën wandelen ze naar het bureau van Securail. Marcel kreeg het toch wat benauwd. Zouden er camera’s hangen in de toiletten? Is dementie naspelen wel een goed idee? Zou hij in de psychiatrie opgenomen worden omwille van dementie? Hoe ver mocht hij gaan om nog geloofwaardig over te komen? Marcel begon lichtjes te transpireren. Dat ging niet onopgemerkt voor bij. “Voelt u zich wel goed meneer?” vroeg de man met het rode uniform zorgzaam. “Nee meneer. Kunt u me vertellen waar ik ben meneer?”. “U bevindt zich in het station van Kortrijk.” “Thuis, ik wil naar huis, mama heeft viskes gebakken.” De twee mannen staarden Marcel met opengesperde ogen aan. Dit hadden ze nog nooit meegemaakt. Ze stonden met hun mond vol tanden. Wanneer men de oproep aannam leek het om een pervers bejaarde man te gaan die andere mannen bespiedde in het toilet. Nu, stond hier een verwarde man voor hen die alle gevoel voor realiteit kwijt leek te zijn. Hun shift zat er binnen vijf minuten op. Ze zouden de ambulance kunnen bellen maar dat betekende overuren. “Ga gij maar viskes gaan eten bij de mama, weet ge de weg nog.” Ze zeiden het haast op een moederlijk vernederende manier, alsof Marcel een klein kind was. Marcel trok zich er niets van aan, opgelucht als hij was.   Marcel keek op zijn horloge. Het was kwart voor zeven, binnen vijf minuten ging de trein richting Gent-Sint-Pieters vetrekken. Hij wandelde naar spoor 3 zonder dat de mannen het van Securail opmerkten. Hij stapte op de trein en begaf zich richting openbare toiletten v

Thomas Jacques
61 2