Lezen

dagboek 4X4X4

Liefste dagboek,   Vandaag kwam ik twee maal in contact met verkeersagressie. Een eerste maal toen ik in file stond aan het kruispunt bij de nationale bank (met een trambedding). Ik bleef toen achter de tramsporen zodat een eventuele tram (openbaar vervoer) altijd voorbij zou kunnen. De Mercedes achter me, kon dit blijkbaar niet verdragen en reeds langs rechts over de berm om deze vrije plaats (die ik liet voor de tram) in te nemen. Om daar alsnog in file te staan! Toen ik claxonneerde om dit ridicule gedrag in vraag te stellen, moest de grootste schok nog komen. Er stapte een vrouw van middelbare leeftijd uit met genoeg 'bling' rond haar nek om de staatsschuld van Swaziland in te lossen. Deze gezonnebankte Cécile Müller-look-a-like begon wild gesticulerend te gebaren dat ik zowaar in de fout ging. Ja, want niet alleen het kruispunt vastzetten voor het openbaar vervoer, maar ook het voorbijsteken langs rechts, zijn duidelijke lessen die deze generatie van 'krijg je rijbewijs bij een doos cornflakes' ons wil leren? In gedachten was ik het interieur van haar met leer bekleedde auto alvast aan het volbaggeren met paardenstront (ruikt net iets harder dan die van koeien). In realiteit had ik vooral veel medelijden. Waarschijnlijk was deze versierde kerstboom nog nooit klaargekomen en is het toppunt van het jaar voor haar wanneer er kinderen komen zingen met Driekoningen... Om ze dan weg te sturen 'omdat het niet in het Frans was'...  Een tweede geval van verkeersagressie was toen ik zag hoe een auto bijna een fietser omvermaaide aan het begin van de Kammenstraat. Ik stond hier als voetganger op te kijken. De fietser draaide zich om en deed teken van 'zijde gij zot', waarop de BMW-bestuurder uitstapte om zijn teveel aan testosteron verbaal op de arme man af te vuren. De geblondeerde del die naast hem zat, probeerde deze simpele ziel nog in te tomen, maar ik vrees dat ze daar thuis nog wat klop bovenop heeft gekregen. Weeral geen liefdevolle minkozing deze avond voor deze John, zei ik al dat hij een petje droeg? Soit, na wat scheld-tennis, racete de BMW met gierende banden verder de Kammenstraat in om 100 meter verder stil te staan in het aanschuivende verkeer bij de verkeerslichten. Zou de fietser nog eens gelachen hebben als hij daar voorbij fietste?

Janzondervrees
0 0

Vloeiend

 Minutenlang vroeg ik me af waarom we het zover hadden laten komen. De kus leek het onafwendbare einde van een tragedie. De katalysator die het verval in gang zette. De doodsteek voor onze uitzonderlijke band. Tot gisteren was alles zo eenvoudig mooi geweest. Niets hoefde en niets was uitgesproken. We waren de beste vrienden voor altijd. We konden over alles praten. Over alles behalve over de liefde.   De liefde was taboe voor ons. Niet omdat we er niet wilden over praten, maar net omdat er niets meer over te zeggen viel. We wisten het; van onszelf en van elkaar. Ik had haar al meermaals zien wegzinken in mijn ogen, terwijl ik me verloor in haar lach. Op zulke momenten was ze niet meer in staat te horen wat ik zei en bewoog ik mijn mond op automatische piloot. De hersenloze klanken waren voor ons minstens even belangrijk als onze complexe gesprekken. Het waren de klanken die ons de mogelijkheid boden onszelf te verliezen en op te gaan in een wereld die van ons was. Een wereld die niemand begreep en niemand kon betreden.   Dag na dag verlangde ik ernaar haar te zien. Elk uur wilde ik haar goddelijke stem horen. Haar hersenloze klanken waren veel mooier dan de mijne en haar gedachten kon ze op zulke verfijnde manier weergeven dat ik me schaamde over mijn eigen gebazel. We zagen elkaar en we praatten. Elke keer weer. Zonder meer, want dat was voldoende. Meer hoefde het voor mij niet te zijn en ook niet voor haar. We hadden het goed zonder gebonden te moeten zijn, zonder de inherente onzekerheden. Zonder verbond waren er immers geen zekerheden die zichzelf tot onzekerheden konden bombarderen. Alles zweefde en vloeide. De klanken en het leven. De woorden en de daden.   Ik hoefde haar niet aan te raken om gelukkig te zijn. Zij hoefde mij niet te kussen om te voelen wat ze voor mij betekende. We hadden die bevestiging niet nodig. Samen zijn en praten was het allerbelangrijkste. Zolang er woorden kwamen die betoverden, inspireerden we elkaar. We waren elkaars bron, elkaars begin en einde. De enigen die konden vatten wat er met ons gebeurde. Het kriebelende gevoel in onze buik was niets vergeleken met de lichtheid in onze hoofden.   De toverdrank die ons gevoel kon bottelen, zou dodelijk zijn. Te heftig voor onervaren zielen. Te gevaarlijk voor zuivere hedonisten. Het was de oermagie waar wij dag na dag mee flirtten. Haar kracht zat niet vervat in het streven naar het aardse of ondermaanse. Wij gingen verder. We lieten de zon achter ons en verloren onszelf in elkaars duisternis. We waren elkaars wegwijzer. De fonkelende sterren op de eindeloze tocht. We gingen door zonder te weten waar we zouden uitkomen, of er een einde was, of het ooit zou stoppen.     De meesten begrepen onze relatie niet. Die zuiverste vorm van samenzijn was hen vreemd. In onze hoofden waren we echter een geheel. Bijna volmaakter dan de oneindigheid van de lepel gingen we door het leven. Eindeloos herhaalden we dat woord om ons erin te verliezen. Doodgewoon of achterstevoren kwamen we steeds weer bij de essentie uit. Twee delen die samengeklit waren om elkaar nooit meer los te laten.     Het was echter te mooi geweest, te zoet en te lieflijk. De toorn van het Fortuna was harder dan we hadden verwacht. Scheiden kon ze ons niet en daarom bracht ze ons dichter bij elkaar. Op letterlijke wijze werden onze lippen door haar onzichtbare hand op elkaar gedrukt. Onverwacht, ongeplaatst en onzeker. De hand verwijderde zich, maar wij konden niet wijken. Het voelde avontuurlijk aan, maar vertrouwd tegelijk. Haar lippen deden de mijne tintelen. Ik wilde ze nooit meer verlaten en kuste haar opnieuw. Niet omdat het zo hoorde, maar omdat het zo voelde.   Als ze vandaag niet meer kwam, was alles voorbij. De kus, de band, het verbond. Nooit zou het nog hetzelfde kunnen zijn. Nooit zouden we nog kunnen terugkeren naar die beëindigde eindeloze tijd. De stilte na de kus had voor onrust gezorgd en had ons verscheurd. De woorden waren verdwenen waardoor we onbeschermd tegenover elkaar stonden, maar nu was het anders. Ze tikte me op de rug. De woorden kwamen en vloeiden over in haar lippen.

Expialidocious
0 0

Ge(en)noten

Het was een minuut voor acht toen Inez het repetitielokaal binnenkwam. Ze was maar net op tijd en toch flaneerde ze rustig naar haar plaats. Ze stond al maanden naast mij op de rij, zodat ik heel goed wist wat ze kon en wat niet. Onze chef hield zich klaar om de repetitie te beginnen, maar Inez had natuurlijk nog geen tijd gehad om de juiste partituren te zoeken in de rattennest van haar tas en bleef dus nog wat rommelen. De chef zag dat het hopeloos was en gaf teken dat we mochten beginnen. Vanaf de eerste maatslag zong ik mijn noten zo briljant als ik kon. Iedereen mocht horen dat ík de volgende solo waard was.   Inez moest niet denken dat de wereld aan haar voeten lag sinds ze een solootje had mogen zingen. Het was niet eens een moeilijke geweest. Gewoon wat lange noten zonder veel gevoel, of dat gevoel was me door haar uitvoeringen toch niet opgevallen. Het was vreemd om te moeten zwijgen, terwijl zij zong. Lange tijd had ik gedacht dat de chef die solo te gemakkelijk had gevonden om aan mij te geven. Ik verwachtte nog een belangrijkere solo te krijgen tijdens dat concert, maar ik had het verkeerd. Voor de sopranen was er maar één grote solo en dat was de solo die Inez had bemachtigd.   Voordien had ik het vrij goed met dat stille meisje kunnen vinden. Ik was diegene die met haar begon te praten als ze maar wat stond rond te kijken. Ik had haar tips gegeven om haar ademhaling beter onder controle te krijgen. Ik had de moeilijke passages met haar doorgenomen en nu dacht zij dat ze me ook meteen kon vervangen. Het ergste was echter dat chef er blijkbaar er ook zo over dacht. Ik kon geen objectieve verklaring vinden voor deze plotse verandering. Ik had meer ervaring en zong duidelijk net dat tikkeltje beter. Er moest een andere verklaring zijn. Was ik niet schattig genoeg? Vond hij mij te oud voor die solo? Klonk hij spectaculairder uit de mond van iemand die nog maar net uit de wieg kwam? Wat de reden ook was, ik was fu-ri-eus. Wekenlang vertrok ik mokkend naar de repetitie. Toen ik voor de deur stond, toverde ik echter mijn breedste glimlach tevoorschijn en sprak ik mezelf moed in. Ik zorgde ervoor dat ik iedereen hartelijk groette en vroeg naar de gebroken voet van het zoontje van de ene en het (sowieso uitstekende) rapport van het dochtertje van de andere. Alleen met de kleine trol wilde ik niets meer te maken hebben. Toen mijn teerbeminde medesopraan tijdens de generale repetitie begon te hoesten tijdens haar solostukje, nam ik de vloeiende notenlijn niet van haar over. Als zij wilde schitteren, moest ze maar schitteren. Ik zou haar rommel niet opruimen. Tijdens een solo had ik bovendien nog nooit gehoest. Ik zou nadien liever met een knalrood hoofd in elkaar gezakt zijn dan dat ik mijn moment de gloire niet naar behoren had afgewerkt. Bij privileges hoort een minimum aan verantwoordelijkheidsgevoel. Het was echter niet naar de zin van de chef dat ik maar wat toekeek terwijl zij zich stond te verslikken. Volgens hem had ik meteen moeten overnemen. Ik stond naast haar en ik kon dus echt wel zien wat er aan het gebeuren was. Hij had natuurlijk gelijk, maar ik hield me van de domme. Met een onschuldig gezicht antwoordde ik dat ik niet wist of ik wel mocht invallen. Hij keek me ongelovig aan en liet het koor drie maten voor de vervloekte solo opnieuw beginnen. Op het concert heeft ze zich spijtig genoeg niet verslikt. Alles is vlekkeloos verlopen. Ik had er sindsdien officieel een rivale bij. De repetitie na het concert begonnen we met de voorbereiding van het volgende concert. De solo’s voor de komende concertreeks waren nog niet verdeeld, maar deze keer zou ik hem krijgen. Op de momenten dat ik hoorde dat mevrouwtje hard aan het zingen was, durfde ik wel eens zachtjes een klein beetje te laag zingen in de richting van haar rechteroor. Het was me nog nooit gelukt om haar in de war te brengen, maar vandaag lukte het wel. Met dezelfde geluidssterkte gleden de noten over haar lippen. Ze waren duidelijk te laag. De chef liet het koor ophouden. Terwijl hij Inez aankeek, vroeg hij of de partituur voor iedereen duidelijk was. Mijn repetitie kon niet meer stuk.

Expialidocious
0 0

Muur

Ik wil dat ze me met rust laten. Ik heb het niet gevraagd om hier rond te lopen. Ik moet het gewoon doen. Ik kan mijn lichaam niet verlaten en rondzwerven, al zou ik niets liever willen. Ik zou graag een vlieg zijn. Of onzichtbaar om niemand meer voor de voeten te lopen.   Ze is gestoord. Totaal gestoord en niet te vatten. Een zielige eenzaat die het zelf heeft gezocht. In de les zit ze altijd achteraan. Starend naar het bord of naar haar blad. Wanneer ze schrijft, maakt haar pen geen geluid. Als je haar niet zou zien zitten, zou je denken dat ze niet bestaat. De leraars kunnen haar naam niet onthouden. Ze is zo oninteressant dat niemand weet wie ze eigenlijk is en wat ze doet. Zelf weet ze alles. Ze sluipt iedereen achterna en luistert de gesprekken af. Vr Wat de anderen doen interesseert me niet. Wat ze zeggen nog minder. Wat verwachten ze dat ik doe wanneer iedereen me links laat liggen? Wat kan ik anders doen dan de stroom volgen? Wat verwijten ze mij terwijl ik net hetzelfde doe als zij? Wat zouden ze ooit tegen mij durven zeggen? Ze is kleurloos. Zo kleurloos dat je er bang van wordt. Ze leeft en dwaalt rond op school. Ze valt niet op, maar is er altijd. Ze duikt steevast op als anderen net willen dat niemand hen ziet.  Als een schim spookt ze rond zonder het te beseffen. Ze heeft altijd alles gehoord, maar niemand weet of het werkelijk doordringt in haar wereld.    Doen die anderen gek of ligt het werkelijk aan mij? Doen vliegen het werkelijk beter in het leven of hebben ze het gewoon gemakkelijker? Doen ze geen domme dingen zoals ik? Doen hun soortgenoten hen beseffen wanneer ze iets doms doen? Of doen ze niets en vliegen ze maar wat rond? Ze is vreemd. Haar afwezige blik eindigt niet. Niemand zou durven nadenken over haar gedachten. Gruwelijke moordplannen om wraak te nemen op iedereen die haar links laat liggen. Moordplannen om iedereen te grazen te nemen. Ze weet alles en zegt niets. Woorden zijn haar vrienden niet. Ze laten haar in de steek. Net als iedereen, maar dat heeft ze zelf gezocht. Ontoegankelijk voor een normale mens. Moet ik mezelf verloochenen en oogcontact zoeken met de anderen? Moet ik oefenen op het beheerste gebruik van mijn tong? Moet ik doen wat de anderen willen en uit hun buurt blijven? Moet ik stoppen met leven? Moet ik rondvliegen zonder vleugels? Ze is grijs. Niets valt af te lezen op haar gezicht. Over niets heeft ze een mening. Ze is het gespreksonderwerp als alle roddels uitgemolken en achterhaald zijn. Wanneer de komkommers groeien bij het bos. Ze kent geen zwart en wit evenmin. Ze houdt er gedachten op na die de wereld niet mag kennen. Alleen haar hoofd weet wie ze is en wat ze wil. Als ze al iets wil. Met haar ogen waarvan niemand weet welke kleur ze hebben. Of ze wel een kleur hebben. Anders dan de anderen wordt niet aanvaard, wat de alternatievelingen ook mogen beweren. Anders zijn doet mensen pijn zonder dat ze beseffen dat iedereen lijdt. Anders had ik er toch niet voor gekozen om anders te zijn? Ze is onbegrijpelijk. Verzinkend in haar eigen wereldje moet ze meedraaien met de aarde. Elke keer weer daalt ze neer op aarde na een lange reis. Ze komt van ver en niemand heeft vat op haar. Ze wil het niet en ze kan het niet. Ze zegt maar wat en gaat op in de meubels, de bomen en tegels. Ze begrijpt het niet en ze wil het niet begrijpen. Ze kan dit niet volhouden. Leven zonder deel te nemen aan het leven. Kijken zonder te participeren. Staren zonder te zien. Ik moet wat anders doen. Moet ik wat anders doen? Anders moet ik wat doen? Doen wat ik anders moet? Wat moet ik anders doen?

Expialidocious
0 0

Recht op Rechtenmeisjes

Vanaf dit academiejaar zijn enkel mensen met een KUL-kaart nog welkom in de Leuvense fakbars. Hiermee komt een einde aan de eeuwenlange vrije toegang tot het vrouwelijke rechtenvolk. Merci, Tobback. Het is niet omdat jij jouw Lowietje niet meer recht krijgt, dat je ons het recht kan ontzeggen op horizontaal plezier met rechtenmeisjes. ‘Enkel KUL, zo sta ik minder voor lul’ denkt deze steriele Stalin.   Nochtans vormt dit edict een inbreuk tegen Artikel 1 van het Leuvensche Handvest der Studenten & Alumni (1431), dat ‘een vrij verkeer van geslachtsgoederen op de Tiensestraat’ voorziet. Het addendum ‘zonder discriminatie op basis van facultaire oorsprong’ kwam er in 1615. De mannelijke rechtenstudenten schermden immers hun vrouwen rigoureus af tegen elke vorm van interfacultair contact, uit vrees voor besmet bloed uit vuilbakrichtingen zoals politieke en sociale wetenschappen. Na twee eeuwen van inteelt en advocatenkribbes vol mongooltjes dwong een toga niet langer respect af, maar diende de witte bef om het speeksel van hun zwakzinnige kroost af te vegen. Om de zever in pakjes in de rechtbanken op een enigszins aanvaardbaar niveau te houden, besloot de rechtendecaan zijn fakbardeur te openen voor het plebs. Blut und Boden veranderde echter stilaan in Bloed op de Bierbodem. Stevige Cristal-nachten eindigden in vechtpartijen en glasscherven. Veelal vormde de aanleiding het ongewenst verleggen van de zijstreep bij de parmantige rechtenjongens. Toen het volkse bloed niet meer uit de Burberry-pofbroeken te wassen viel, werd de plebejers in 1650 opnieuw de toegang ontzegd door het invoeren van codexartikels als codewoord. Dankzij de overgewaaide ideeën uit de Franse Revolutie werd de fakbar in 1790 evenwel omgedoopt tot ‘Het Huis der Rechten’, waarbij de deur voorgoed openstond voor iedereen. Tot de socialist Tobback dus anders besliste. Met deze maatregel trapt Tobback vooral de eeuwige student op straat. Alumni, geleid door gevoelens van lust en nostalgie, worden nu tot lauwe pinten uit groene flesjes aan 3€ op kleffe afterwork-events gedwongen. Zij gluren niet langer naar de blos van jonge maagden, maar staren naar een overdaad aan blush bij veelgelaagden. De overgang naar het werkleven is geen roetsjbaan meer, maar een ezelstrap naar de hel. Ik neem dus gedwongen afscheid van het HDR. Mijn donkere glasbak van gebroken dromen, vervlogen vrouwengeuren en goedkope 90’s-geluiden. Waar bij wet verklaarde prinsesjes uit Kortrijk en Sint-Truiden hun werkcollegestress wegdansen op het ritme waarmee papalief z’n notariële aktes uittypt. Nooit meer HDR. De marktkramers op het Hooverplein zullen nimmer nog wegschuiven over het glibberig geilspoor dat van de Tiensestraat 53 richting Leuven Station liep, alwaar de tocht op de eerste trein naar Brussel mijn radeloze alcoholadem verjoeg. Maar sinds ik mijn topper elders gevonden heb, ben ik Oost-Oslo’s doof voor de Lokroep van de Valkenvrouwen. Ik schrijf dit pamflet dan ook voor mijn opvolgers, die met betere openingszinnen en mooiere visitekaartjes de vrijheid zullen afdwingen om de grenzen van het vrouwelijke rechtenvolk op te schuiven. Tobback, schenk hen dat recht op geluk. Het recht op een rechtenmeisje. Or I’ll sue you.

Magnus Sørenson
0 0

Driptoliox

Bedrijfsomschrijving Driptoliox is een jonge onbestaande multinationale onderneming met een zeer succesvolle reputatie dankzij innovatieve commerciële projecten die dag en nacht wereldwijd worden gerealiseerd. Met een tomeloze inzet op werk, studie en onderzoek realiseerde dit bedrijf een omzet van 300 nihiljard in het eerste kwartaal van 2013. Het stelt in totaal 1,0000 mensen te werk. Voor hun nieuw project zoeken ze een medewerk(st)er die zal instaan voor de totale ontwikkeling, realisatie, ondersteuning, opvolging en eventuele modificaties ervan. Driptoliox ontwikkeld hiermee geen toekomstig toonaangevend product dat ze graag tegen eind 2013 op de markt willen brengen.   Functiebeschrijving Je start met een bescheiden concept en werkt dit zelfstandig uit tot een mondiaal commercieel succes. Alle mogelijke belemmeringen buig je deskundig om naar een positieve meerwaarde of elimineer je vakkundig en geeft daarbij de nodige feedback. Je bent verantwoordelijk voor alle technische, administratieve en commerciële taken die eigen zijn aan het project. Je werkt mee aan andere projecten tijdens de ontwikkelingsfase met als doel de kennisuitwisseling te optimaliseren.   Profiel Bachelor en master in de informatica en minstens 7 jaar ervaring met dergelijke realisaties. Je bent communicatief getalenteerd en spreekt en schrijft daardoor vloeiend Nederlands, Engels, Frans, Duits, Pools en Spaans. Bijkomende talen is een plus. Je bezit minstens twee Microsoft, Cisco, Oracle, VMWare, Linux, Citrix, en ITIL certificaten met daarnaast een grondige bewijsbare kennis van Novell, Redhat en Cloud technologie. Je bent een stressbestendige, zelfstandige, plichtbewuste, flexibele, werklustige, verantwoordelijke, leergierige, service-minded, gedisciplineerde, innovatieve, creatieve problem-solver met een hands-on mentaliteit en een analytische geest. Je bent gewend te werken onder immense druk met verschillende deadlines, ingewikkelde analyses en uitgebreide grafieken. Je bent bereid te werken in een full continue arbeids- en permanentie systeem inclusief thuis, nacht en weekendwerk. Je bent bereid jezelf op maandelijkse basis bij te scholen en gewend om ingewikkelde en nieuwe materie snel op te pikken en te gebruiken.   Aanbod Een voltijdse illusie met een boeiende, aangename, innovatieve, en dynamische werksfeer in een geglobaliseerde en spraakmakende organisatie waar een no-nonsense cultuur centraal staat met extensieve mogelijkheid tot zelfontwikkeling en doorgroeimogelijkheden. Een zeer aantrekkelijk pakket, aangevuld met extra voordelen en goede secundaire voorwaarden. Gratis burn-out en een calamiteuze werk/privé balans. Interim met optie ‘geen vast werk’ mits een uitstekende evaluatie   Herkent u zichzelf hierin? Mail dan uw cv, motivatiebrief, diploma en certificaten naar Driptoliox@gmail.com.

test
0 0

Pedagogische tik

Ik zat nog geen vijf minuten in de auto en ik had spijt. Spijt dat ik deze ochtend niet de moeite had genomen om in, waarschijnlijk het laatste, september-zonnetje naar het werk te fietsen. Vorige avond had ik me nog voorgenomen van de fiets te nemen want dat is lekker sportief, en gezond en daarbij nog goed voor het figuurtje. Maar een korte nacht later besloot ik toch de auto in te stappen. Ik wil straks op tijd terug zijn om te gaan fitnessen. Maar als ik met de fiets had gegaan, had ik mijn sportieve uitspatting van de dag al gehad en zou ik mij straks niet in het zweet moeten werken op de loopband. De logica. Enfin, ik had dus meteen spijt van mijn beslissing. Niet omdat ik absoluut wou bewegen maar wel omdat de verkeersagressor in mij al vrij snel naar boven kwam. Ik reed richting het stoplicht en ter hoogte van het stoplicht is een tramhalte waar elke ochtend schoolgaande jeugd zich als kudde dieren verzamelt. Eens de kudde volledig is, besluit de leider van de bende dat het tijd is om over te steken. Niet via het zebrapad natuurlijk, maar gewoon recht de straat op. In de veronderstelling dat de voetganger altijd in zijn recht is, en waarschijnlijk ook gewoon omdat het cool is, verplaatsen de tieners zich op hun gemak naar de overkant van de straat. Wanneer echter de straat drie rijvakken breed is, en het verkeer redelijk druk is op dat tijdstip van de dag, verloopt de overtocht niet zo vlot. Tussen de auto’s in proberen ze zich een weg te banen. En toen kwam ik aangereden. Giechelende meisjes stonden midden op mijn rijvak te wachten tot de auto op het rijvak rechts van mij hen zou doorlaten, wat niet zo snel gebeurde. Waarschijnlijk ook een agressor die vond dat dit ochtendlijke tafereel ooit wel eens mocht eindigen. Met luid getoeter verzocht ik de pubers om mijn strook vrij te maken. Stoer verwenste de leider van de kudde me via gebarentaal allerlei dingen. De meisjes rondom haar lachten dom en gaven haar de herkenning die ze nodig had. En zolang ze aandacht krijgt van haar volgelingen, zal ze elke ochtend weer agressie opwekken bij vele autobestuurders. Misschien volgende keer een pedagogische tik uitdelen met mijn wielen? Zou dat zo fout zijn? Ze zullen hun lesje dan wel leren…

An Spoelders
32 1

Leugens voor de Liefde

Liefde is oorlog. Broedermoorden, propaganda en kamikazes effenen het pad van de verovering. Herenakkoorden en andere ethische codes gelden naast het slagveld. De leugen laveert langsheen de stembanden en grijpt gewillig naar amoureuze betrekkingen. Ze regeert als een gluiperige generaal in dit keizerrijk van de schijn. Wie verliefd is, verschaft zich een visum. Een reis naar de staat waar haar wil fluwelen wet is. En waar friendly fires niemandsland inluiden. Je vindt jouw ware zelf in de liefde. Dankjewel, The Notebook. Maar in realiteit goochel je schaamteloos met jouw interesses om jouw prooi te verschalken. Haar voorkeuren geuren plots als een toverparfum en dirigeren de weg naar het walhalla. Charleroi? Heerlijke stad, toffer dan New York! Zuid-Tibetaans kokkerellen? Ja natuurlijk, zoveel gezelliger dan voetbal! En dat pokeravondje met maten ruil je meteen in voor een pyjamaparty met Vijf-TV en andere leuke hartsvriendinnen. Onze identiteit leggen we met de benen breed open en offeren we aan de geilste godin. We prostitueren onze passies, in ruil voor een pact met een engel. En in de achtergrond ruist haar favoriete band op continuous play. Overdreven? Boah. Het geeft je alleszins een beeld hoe verbazend ruim jouw interesseveld wordt als de vlinders onze onderbuik tot onrust brengen. Ook deze bekrompen ziel rekte zich meermaals even vlot als een minderjarige Roemeense turnster. L'amour rend un homme fou. Jarenlang verachtte ik een Vlaamse studentenstad, maar pardoes verdiende de NMBS grof geld aan mijn coup de foudre. Met de strop van Amor rond de nek kende ik de lokale geschiedenis en hotspots beter dan elke cursus die ik ooit vanbuiten had geblokt. Kleine tip voor de examens: verlies je in een project dat rechtstreeks te maken heeft met jouw buisvak. Een moordgriet als motivatie vormt een garantie op onderscheiding. Zo was ik officieel nooit rechtenstudent, maar drie universitaire levens later beheers ik de hoofdlijnen van burgerlijk en ander strafrecht. Een huwelijkscontract afdwingen bleek echter een brug te ver. Nochtans wrong m'n tong zich doorheen honderd Vlaamse bochten om de knoop van de liefde te ontwarren. Van Kortrijk tot Hasselt bootste ik crush na crush het lokale dialect na. Ik veranderde in ich, plots werd m'n g een h en een maand later vond ik m'n madam egralek iet geval. Langs de andere kant weigerde ik halsstarrig om me een broske te scheren, naar West-Vlaamse studententd's te gaan of te breken met Club Brugge. Voetbal klopte kalverliefde. Maar bijna keer op keer gedroeg ik me als een kameleon. Gemengd met het wit van hoop, het groen van jaloezie en het zwart van rouw boetseerde ik mijn persoonlijkheid. Liefde schenkt het leven kleur, met rood als hoofdtint. Omarm dan ook die vernieuwende rijkdom. Beschouw 'je bent veranderd' als een compliment. Met m'n hormonen als mentor heb ik Zweeds geleerd, trendy t-shirts leren dragen en salsa leren verdragen. Verliefd zijn is een leerproces, met onzekerheid als voorwaardelijke straf, maar een gebonden vrijheid als mogelijke vrijspraak. Ach, wanneer de glans het gelaat van jouw voormalige geliefde heeft verlaten, blik je meewarig terug op jouw toneelstukjes. De gedaantewissel vormde geen baken voor de toekomst. Liefde liegt, maar de ware liefde niet. Geen water in de wijn, maar een gedeelde Grand Cru op huiskamertemperatuur. Dat beseft de tong al na de eerste proefrit.

Magnus Sørenson
0 0

Koplamp

Elke maandagochtend om tien uur zet Karel een kom met warm water voor zich op de keukentafel. Drie druppels jasmijnolie kunnen een hele ruimte vullen. Rechts van de kom legt hij een schoon zacht washandje, links ervan een nagelschaar, een vijl en een handcreme. Nadat hij zijn handen onder de kraan uitvoerig met zeep heeft gewassen, gaat Karel voor de kom zitten. Hij recht zijn rug, zoekt zijn middelpunt. Als hij dat gevonden heeft, dompelt hij beide handen tegelijk in het water. Vanuit hun lijsten aan de muur kijken zijn familieleden toe. Na twee minuten weken, haalt Karel zijn handen uit het water en droogt ze met het washandje af. Nu begint het tweede deel van zijn ritueel, dat hij ‘het droge deel’ noemt. Met de punt van de vijl haalt hij het vuil van onder elke nagel vandaan. Per ongeluk prikt hij deze keer te diep, een druppel bloed komt onder de nagel tevoorschijn. Karel dept het weg met het washandje. Ondanks de pijn gaat hij door. Hij heeft al ergere pijnen doorstaan. En hij wil op tijd zijn. Met wijsvinger en duim trekt hij enkele losse velletjes weg. Hij knipt zijn nauwelijks gegroeide nagels en smeert zowel zijn handpalmen als ook elke vinger apart in met een kamillehandcreme. Nu zijn zijn handen klaar. Opgewonden neemt Karel een slok van de inmiddels afgekoelde thee, schuift zijn stoel naar achter, trekt zijn blaser aan en doet de deur achter zich dicht.   Zijn tram is net met gierende wielen de tunnel in verdwenen. Karel moet wachten. Hij zit achter op zijn schema, maar de volende tram is al op komst. Terwijl hij zich vasthoudt aan de lussen onder het plafond, huivert hij een beetje van al het plakkerige vuil aan zijn nette handen. De volgende keer mag hij zijn handschoenen niet vergeten. Twintig minuten moet hij zo blijven staan. Eindelijk, zijn halte. Opera. De metro vertraagt om dan met één ruk te remmen. Even tuimelen de lichamen. Een moment lang voelt hij zich als een worst in een hotdog. Nog drieëntwintig passen en hij staat aan de voet van de roltrap. Eenmaal boven moet hij alleen nog de straat met vier rijstroken oversteken.   In het winkelcentrum is het ‘s maandags meestal niet zo druk. Van het draaihek naar zijn plaats zijn het precies tweeëntachtig stappen. Karel telt ze al lang niet meer. Dit gedeelte van zijn ritueel noemt hij ‘het bos’. Blijkbaar werkt vandaag de kassierster met het onaangenaam parfum weer. Te zoet, vindt Karel. Kennelijk zit haar verlof er dus op. Maar ze is meteen weer aan het roddelen geslagen. Hoewel hij met zekerheid weet dat de vrouw hem heeft opgemerkt, doet zij telkens of ze hem niet ziet. Niemand in het bos groet hem. Ze staan er als herten het koplicht. Dus loopt hij maar door naar waar hij moet zijn. Links de wasmachines, rechts de koelkasten, daar de haardrogers en de scheerapparaten, hier het keukengerei. Hij wordt enkel begeleid door steeds dezelfde flarden van alsmaar terugkerende verkoopsgesprekken. Hij zou hier nooit kunnen werken.   Twee rekken van vier meter lang staan ruggelings tegen elkaar. Overal gepraat, geroezemoes. Uit de boxen van de electronica-winkelketen dringt muziek. Veel te hard. Karel had liever wat muzak gehad. Toch lukt het hem om stilte in zijn hoofd te creëren.   Karel is klaar. Hij strekt zijn rechterarm voor zich uit en grijpt in het rek. Het voelt redelijk zwaar, wat kil vanwege het metaal. Zijn handen beginnen meteen het toestel te verkennen: vierkant, hoekig, rond. Zijn wijsvinger gaat even van links naar rechts over de merknaam heen. Glimlachend trekt hij het lint over zijn nek. De camera hangt nu pal voor zijn buik. Hij peutert het ronde plasticdopje van de lens en houdt het vast met zijn linkerhand. Met zijn rechterhand vormt hij een koker en sluit die rond de lens. Hij laadt een imaginair machinegeweer, stopt, herhaalt de beweging. Stilte in zijn hoofd. Dan begint hij met zijn wijsvinger over het geslepen glas te aaien. Dit is het. Zijn toverlamp. Karel voelt de grond onder zijn voeten lichtjes vibreren. Daar komen zijn beelden. Alsof ze klaarstaan in een diaprojector uit de jaren 70, elk hun beurt afwachtend: zijn ouders in hun volkstuintje. Karel was toen een jaar of elf. Alles was goed. (De foto hangt nu in zijn keuken.) Met elk nieuw rondje dat zijn vinger over het glas maakt, haalt hij een ander plaatje uit zijn leven tevoorschijn: Zwitserland. De skivakantie, waar zijn kleine broer net niet de wedstrijd van hem had gewonnen… 360 graden, tegen de klok: zwarte voorovergebogen figuren op Mikas begrafenis enkele maanden later. De vloer onder Karels voeten dreunt nu harder. Zijn wijsvinger zoekt even naar de ontspanner. Onnodig om erop te klikken, er zit toch geen geheugenkaart in dit toestel. Nog een rondje. Het vibreren wordt nu heviger.   “Goedemiddag meneer. Kan ik u misschien helpen?” Alsof hij uit het niets komt, staat die man ineens naast hem. “Dat is niet nodig. Toch bedankt.”, zegt Karel wat loom. Hij wil terug naar zijn beelden. “Had u dan iets specials in gedachten?”, dringt de jongeman aan. Hij moet nieuw zijn in deze afdeling. Karel herkent zijn stem niet. Blijkbaar een ijverige kerel. Zweetgeur dringt in Karels neusgaten. “Mag ik u misschien iets tonen?” Karel zwijgt. Gehaastte stappen komen hun kant op. “Mijn excuses, meneer! Ik was even in pauze en mijn nieuwe collega heeft het van me overgenomen.” Wim, hoofd van de camerafdeling. “Neemt u gerust de tijd, meneer. En nogmaals, mijn excuses…”   Wim trekt zijn collega met zich mee achter de bestelcomputer. Vanuit enkele meter afstand sist hij de nieuweling iets toe. “… meneer …, Pieter. Doe je ogen eens open, man! … zal niets kopen. Nooit. … komt hier elke maandag. We laten ’m … gewoon zijn gangetje gaan. … doet toch niemand kwaad.” Karel trekt zijn schouders tot onder zijn oren. Hij stelt zich voor hoe ijverige Pieter nu een heel stuk ineenkrimpt. De woorden weerkaatsen in zijn hoofd. ‘Doet toch niemand kwaad.’   Karel maakt een lus van zijn duim en wijsvinger en wrijft beide vingertopjes tegen elkaar tot hij het bloed voelt terugkomen. Vooraleer hij nog een laatste keer over het glas aait, haalt hij even diep adem. Alsof hij onder water gaat: De ruisende stilte van een woud bij valavond. Karel bij het oversteken van een straat, die door het sparrenbos leidt. Het koplicht van een wagen. Een wagen die rechtstreeks op hem afkomt. Kunnen vliegen.   Karel versnelt ineens zijn passen. Twintig. Het witgoed. Hij kan weer de hertenogen in zijn nek voelen, hoe ze van tussen de koelkasten, staafmixers en magnetrons, de koffiezetmachines en de stofzuigers heen naar hem turen. Naar een bocht van vjifenveertig graden bevindt zich de uitgang nu op weinige meter afstand. Het zoete parfum lacht. Met hem? Een drietal klanten staat voor Karel in de rij. Hij schuift aan. “Goeiedag.”, zegt de vrouw. “Kan ik uw product even zien? Ik moet het inscannen.” Dit is zijn beurt, nu is het aan hem. “Ik weet niet of u dat kan, mevrouw, ikzelf zie namelijk niets, weet u?”, lacht Karel. “Maar ik wou u al lang eens vriendelijk ‘Goeiedag’ zeggen. En zeggen dat het hier stinkt!”   Karel zet een stap voorwaarts, draait het hekje een kwartslag door en gaat zijn gangetje.   © Isabel Hessel 2/5/13

Der Blaustrumpf
10 0