Lezen

Obama Hip Hip

    Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,vvHoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera, ,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,vvHoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera,Hoera, Hip Hip? Opeens werden de leugenaars, SJOEMELAARS, bedriegers, OPKOPERS, omkopers, . Samen met de hypocriete christelijke verenigingen  die ook wel eens kinderverkrachters genoemd worden "we zijn tegen sex voor het huwelijk maar onze geliefde TRUMPIE  mag alles"  en andere religieuze verenigingen. De anti-abortus groepen ook wel eens vrouwen moordenaars genoemd. WAKKER. Ze werden 1 in de strijd.   ******************************************************* encyclopedische mens

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
7 0

kapitalisme

HET DORP flandre profonde **************************************************************** "Ik begon met tien kleine krokante broodjes, wat beleg en servetten die ik met elastiekjes op hun plek hield. Gehuld in een koksmaatjeskostuum verkocht ik ze in een nabijgelegen café. Met de winst kocht ik er twintig, toen veertig.Na een jaar kreeg ik een bijzonder aanbod. Het legendarische jazzcafé De Muze was de tijdsgeest van dat moment niet gunstig gezind. De zaak waar voorheen rijke '68-ers vol idealisme rondliepen, werd nu bevolkt door een nieuwe generatie: agressief ogende jongeren met hoog opgekamde haren vol zeepresten. De oudere stamgasten vluchtten resoluut de deur uit, wat de eigenaar in financiële problemen bracht; zijn leningen moesten immers afbetaald worden. 'Als je het raam gebruikt, kun je zowel binnen als buiten verkopen,' stelde hij voor. 'Als het lukt, bouw ik een echte keuken voor je.'Een jaar lang stond ik daar elke dag. Op een middag zag ik de Japanse keizer en keizerin in twee aparte wagens op twee meter van mijn raam voorbijsnellen. Twee Amerikaanse dames die in Amsterdam logeerden, kwamen even koffie drinken. Ik opende mijn venster stipt om twaalf uur 's middags en bleef tot de laatste man vertrok. Uiteindelijk werd ik het kotsbeu. Mijn redder in nood verscheen in de gedaante van de eigenaar van een ruïne op het Antwerpse Zuid. In een van de leegstaande pakhuizen had hij studentenfeestzaal De Paradox ingericht. Hij vroeg of ik mijn handeltje daar wilde voortzetten. Omdat het beloofde keukentje in De Muze er nog altijd niet was, gooide ik al mijn voorraad in de vriezer, trok de stekker eruit en vertrok. Twee jaar lang verkocht ik hamburgers in de feestzaal.Op een dag werd ik gevraagd om mee te werken aan het evenement 'De Laatste Nacht'. Als ik voor de artiesten kookte, mocht ik broodjes verkopen aan het publiek. Het jaar ervoor waren er vijfhonderd broodjes per uur doorgegaan, dus ik mikte op tweeduizend stuks. Voor de artiesten wilde ik lamsribbetjes met friet en salade maken. Maar het was Nieuwjaar en in heel Antwerpen was geen lamsrib meer te vinden. Dan maar varkensribben, gestoofd in uien, look en kruiden. Wie zou het merken?Om tien uur ’s avonds stond alles klaar, maar de organisator meldde dat de heren artiesten nog even wilden wachten. Alles werd koud. Tegen twaalf uur warmde ik de boel opnieuw op. De kleur van de varkensribben was inmiddels veranderd en vooral de aanhechting van het vlees aan het bot zag er problematisch uit. 'Over een uur hebben ze wel honger, nadat ze Nieuwjaar hebben doorgezwollen,' waarschuwde de organisator. Ze hadden inderdaad honger. 'Lamsrib' was inmiddels volledig uit mijn vocabulaire geschrapt. Ik serveerde ze een soort paté met krokante frieten en verlepte, in dressing verdronken sla. Een tijdje later werd ik getrakteerd op champagne en bijna de zaal rondgedragen omdat het zo heerlijk had gesmaakt. Van de beoogde tweeduizend broodjes verkocht ik er die nacht in totaal vijftig." ********************************************************* BANK hieren

verf ed: Contemporary interdisciplinair ArtTIST, nen tjolder, nen prutser.
53 0

Au Café de la paix (9) - Is leven ontcijferen of verzamelen?

Uw scribent heeft gezondigd. In de buurt van Figeac zijn er twee cafés de la paix, en ik heb geen van beiden bezocht. Het kwam allemaal door die klant van het Hotel des Bains, die bij het ontbijt ‘summertime and the livin’ is easy’ floot. Was ik niet pas om half negen uit mijn bed gerold, dan had het terras nog vol gezeten met gedisciplineerde pelgrims op hun weg naar Compostella. Ze hadden me misschien aangestoken om de fietstocht van bijna anderhalf uur naar Livernon aan te vatten, een dorp van amper zeshonderd inwoners, maar mét bar/pizzeria ‘Café de la paix’. De wat saaie route langs steenwegen doet me twijfelen. Het tweede cafe de la paix in Saint-Cirgues steunt op het vrijwilligerswerk van association Chapeau en ziet er een alleraardigste bedoening uit. Maar helaas pindakaas, ze lassen even een zomerpauze in. Dus probeer ik de deuntjes van de fluitende man te herkennen op dat zalige terras van Hotel les Bains, waar trouwens geen enkel bad is. Maar tot 1957 was het een publieke badplaats. Lekker tegendraads, namen die iets beloven wat er niet is. Het Café de la Poste, in een gehucht waar de Post al lang geen loket meer heeft. Een Café de la paix in chaotische tijden.  Hoe kan je vredevol samenleven als je elkaars taal en context niet begrijpt? Jean-François Champollion, geboren in Figeac, studeerde Hebreeuws, Arabisch, Aramees, Koptisch, Ethiopisch, Sanskriet. Twaalf jaar lang beet hij zijn tanden stuk op Egyptische manuscripten voor hij in 1822 de Steen van Rosetta kon ontcijferen. De tekst op die steen is een dankbetuiging aan koning Ptolemaeus V in twee talen en drie handschriften: Egyptische hiërogliefen, demotisch schrift en Koinè-Grieks.  De originele steen, in 1799 ontdekt door troepen van Napoleon, kwam na de nederlaag van de Fransen in Alexandrië in Britse handen. Tot op vandaag kan je de steen bezichtigen in het British Museum. In Figeac liet de Amerikaanse kunstenaar Joseph Kosuth de tekst graveren op het plein voor het geboortehuis van Champollion. Een enorme granieten tegel heeft dezelfde grillige omtrek als de originele steen. Op de tuinterrassen errond groeien papyrus, tamaris en aromatische planten uit de tijd van de Egyptische farao’s. Zo wijst Kosuth op de band tussen een geschrift, een taal, de cultuur en de natuur van een streek.  Mijn schriftuur voor vandaag is een fietstocht langs de kronkelige wegen tussen Figeac en de dorpen Capdenac-le-Haut en Faycelles. Een lusje van anderhalf uur op de elektrische fiets, de app Komoot is mijn gids. Het leven mag makkelijk zijn in de zomer. De route die fietsenverhuur ‘La bicycletterie’ heeft samengesteld, loopt langs kleine paden en departementswegen. Tot Capdenac-le-haut geniet ik van de nog vrij groene heuvels. Het fietst lekker weg en Capdenac beloont me met Instagramwaardige steegjes. Ik eet een hartige pannenkoek bij crêperie l’Oltis. ‘A pannenkoek a day keeps de doctor away.’ En ze hebben een fantastisch panoramisch terras.  Om twee uur zet ik de tocht verder naar Faycelles, waarvan ik hoorde dat het nog mooier is dan Capdenac. Maar de temperatuur stijgt boven de dertig graden. De halve liter water die ik bij Oltis dronk, lijkt al na een kwartiertje verdampt. Ik heb nog water bij, maar droom van een lekker frisse cola in Faycelles.  Halverwege moet ik van de fiets  op de Bouclée de l’Hospitalet, een steil baantje met keien. Dat kort stukje te voet is de prijs die je betaalt om een mooi traject langs de Lot te kunnen fietsen. Ik glijd een paar keer weg, die Bouclée de l’Hospitalet heeft zijn naam niet gestolen. Mocht ik hier mijn been of pakweg mijn nek breken, dan kunnen ze in Faycelles wel nog iets met mijn organen. Wanneer ik het dorp twintig minuten later binnen fiets, spot ik er een bordje ‘Faycelles. Ambassadeur du don d’ organes’.  Het dorp is de definitie van doods: het enige café opent er pas om vijf uur. Daar gaat mijn frisse cola. Onder de pergola van het café wacht een vrouw uit een naburig dorp tot ze naar de kapper kan. Een Belgische die naar Compostella wandelt, schuilt er voor de hitte. ‘Ik zou hier moeten komen wonen, zegt ze. De rand van Charleroi is zo grijs. Ik ga de heuvels missen.’'Maar hier is alles uitgedroogd, zegt de andere vrouw. Dit jaar nog meer dan anders.’ Het gras is altijd groener aan de andere kant. Mijn groen gras is het zwembad van mijn nieuwe Chambres d’hôtes les Pratges. Ik kan niet wachten om erin te duiken en besprenkel me al alvast met water van de drinkfontein. Ik zet de fiets op ‘sport’ en zoef aan twintig per uur door het landschap. Geen zuchtje wind is er, de hitte maakt zich meester van je lichaam en je brein. De dame van de GPS moet haar instructies herhalen voor ik ze verwerkt krijg. Ik kan niet anders dan mijn allergrootste respect uitdrukken voor de pelgrims die mijn weg kruisen. Ondanks hun rugzak en hun afgrijselijk warme schoenen met kousen, begroeten ze me vriendelijk. Eindelijk zie ik een bordje ‘Figeac’, de kronkelige afdaling naar het stadje is nu echt ingezet. ‘Een citronade, alstublieft’, hijg ik aan de toog van het eerste café. In het koele water van het zwembad is the livin’ alweer wat easier. Althans voor mij. De eigenares Marie (hoeveel vrouwen draaien zich om als je in Frankrijk ‘Marie’ roept op straat?) is tachtig, al lijkt ze hoogstens zeventig. Ze is benieuwd naar al haar gasten, en vraagt ons aan de ontbijttafel naar onze job. Zelf heeft ze tot haar zeventigste als kinesiste gewerkt. Enkele jaren bestuurde ze een ziekenhuis, toen nog een mannenbastion. Ze overwon haar onzekerheid tijdens vergaderingen, leerde kordaat te zijn.  De Chambres d’hôtes zijn een project van haar man, die door een reorganisatie op zijn vijfenvijftigste zijn werk verloor. ‘Hij was heel sociaal en commercieel’, zegt Marie, ‘de bed and breakfast was echt zijn ding. Maar twee jaar geleden stierf hij aan een hartaanval. Een pijnloze dood, maar wel een waarbij je geen afscheid kan nemen,’ betreurt ze. Het schrijnt nog altijd, zie ik.  Toch houdt ze de zaak mooi in ere, met twee medewerkers. De bedden zijn opgemaakt als in een interieurwinkel, met een crèmekleurige sprei en daarover nog een groene fluwelen band. Onder twee gewone kussens ligt nog een lange worst van een kussen. Het is een heel werk om het bed van zijn decoratieve lagen te ontdoen, zodat ik erin kan slapen. ‘Ik hou van objecten’, zegt Marie, met een nuchterheid die afsteekt tegen het allegaartje aan souvenirs in de eetkamer: een gans in bikini, drie dodo’s uit Mauritius en twee poppen van showgirls, even groot als de dodo’s. ‘Je zou moeten zien wat er nog allemaal in de kelder staat’, zegt ze, ‘een heel leven bij elkaar.’ Ik overnachtte in de kamer van haar dochter, die nu een restaurant runt in het centrum van Figeac.  Nadat ik haar hondje Peps een laatste keer streel, trek ik de deur van les Pratges achter me dicht. Ik vraag me af welk heel leven er in mijn kelder zal staan op mijn tachtigste.   

Pons
0 0

Anticomplementair Gedrag

Het was 8 augustus 2025, in de nacht van vrijdag op zaterdag. Ik had nood aan sigaretten en had zin in een Redbull. Ik was al een tijdje op zoek naar een nachtwinkel die open was, en bij mijn uiteindelijke bestemming aangekomen, ‘Nachtwinkel Leuven ‘, kreeg ik voor de zoveelste keer te maken met een casus van verbale agressie naar mijn mening. Alleszins, het kwam er toch op vrij agressieve manier uit bij die jongeman. Ik zal even de situatie schetsen: mijn plaats van bestemming lag op een kruispunt, met uiteraard verschillende zebrapaden. Ik nam ‘at random’ een zebrapad, het licht stond op groen voor mij en er stond een witte auto te wachten. Naar mijn hoge standaarden en kwaliteitseisen die ik persoonlijk hanteer, vond ik deze auto gewoon een aartslelijk model. Ik stak de straat over en halverwege hoorde ik een jongeman, met piepend stemmetje, een beginnende baard in de keel nogal op vrij agressieve toon zeggen: ‘ hé kerel, er zijn zebrapaden voor iets hé!? Ik zie u wel weglopen met uw spierwitte beentjes!’. Ik dacht, ik dacht veel bij mezelf. Tijd om anticomplementair gedrag te stellen, dacht ik. Op kordate, heldere duidelijke toon en goed geargumenteerd repliceerde ik die jongeman in zijn mottige schreeuwlelijke wagen: ‘ Kijk hé gast, dat kan ook op een vriendelijke beleefde manier gezegd worden. Heb jij geen opvoeding genoten? Respect is een schone deugd. Ten tweede, ik ben nog steeds in mijn recht, omdat ik dit zebrapad binnen een straal en actieradius van 20 m gebruik. Als het jou niet zint kan je beter bij de flikken gaan werken. Naar de letter van de wet. Je zou trouwens een hele goeie flik zijn, je kent je wetgeving niet eens tegoei. En ten derde, ik kom van de grootstad Antwerpen, daar doen ze hun eigen goesting. Dus kerel, kom me niet vertellen wat ik moet doen.’ Ik kon natuurlijk nog veel meer zeggen, maar je weet nooit. Je hoort zoveel verhalen van verkeersagressie. Wat een aap en domme mongool. Ik weet het toch niet maar in wat voor zieke opgefokte wereld leven we toch tegenwoordig? Ik vind dat veel studentjes een groot fars bakkes hebben heden ten dage. Ze studeren aan de universiteit of hogeschool en ze denken dat ze alles weten. Generatie Z? De Millennials? Pamper ze zo niet en legt ze niet in de watten. Hebben ze wel een deftige opvoeding genoten vraag ik mij eerlijk gezegd af? Als je ’s avonds op de Oude Markt rondhangt zult u hopelijk wel weten en begrijpen wat ik bedoel. Ofwel was die domme aap heel zwaar gefrustreerd en wilde hij zich afreageren op onschuldige respectabele burgers. Ofwel had hij teveel gezopen en werd hij agressief ten gevolge van de alcohol. Een casus - de zoveelste - met een zwaar agressieprobleem.  Ach ja, ik blijf in het ongewisse. Ik was gewoon op de verkeerde plek op het verkeerde moment. Maar ik had wel mijn sigaretten en Redbull. Ik was een content mens.  

Canniball
7 0