Andy Meeus

Gebruikersnaam Andy Meeus

Teksten

De Spooktrein

Een bliksemschicht gevolg door een hevige knal.De regen gutste neer en zette het bos in een mum van tijd onder water.Reeën, herten, everzwijnen en andere wilde dieren renden het bos uit, het aangrenzende berggebied in en zochten daar een goede schuilplaats. KNAL! Opnieuw een bliksemschicht gevolgd door een nog hevigere donderslag als de vorige. Arachnia, een spinachtig wezen, die zich schuilhield in zijn hol onder de grond voelde het water binnensijpelen en hij zocht paniekerig naar een uitgang. Hij begon te graven tot hij uiteindelijk uitkwam op de begane grond en vluchtte weg van zijn hol.Hij zag andere dieren ook wegrennen en hij begon opnieuw te panikeren.Deze dieren had Arachnia nog nooit gezien, maar zij leken geen aandacht aan hem te schenken.Behalve dan de laatste kudde, wiens weg hij versperde toen ze passeerden en hij vluchtte dieper het bos in. De kudde everzwijnen volgden hem en ze dreven hem naar de andere kant van het bos.Aan de rand stopte hij en keek achterom.De kudde was nergens meer te bespeuren en toen hij terug voor zich keek zag hij in de berg voor hem een gat en hij begaf zich nieuwsgierig, maar ook een beetje achterdochtig, naar het gat in de bergwand.Benieuw wat hij daar zou aantreffen. De volgende ochtend De intercity trein tussen Inverness en Fort William reed met hoge snelheid over het spoor dat tussen de bergen liep.Rolf, die was opgestapt in Fort Augustus, begaf zich naar zijn vaste plaatsje in deze vrij drukke ochtendtrein. Tegenover hem zat een man die naar schatting even oud was als hij.“Goeiemorgen” zei Rolf.“Morgen”, zei de man, James, op zijn beurt,” Alles oké?”“Blij dat het vrijdag is” zei Rolf, “ er leek wel geen einde te komen aan deze week!” Onderweg praatten ze verder over het verloop van de week en over de plannen voor het weekend, terwijl de trein verder reed.Rolf en James kenden elkaar al jaren.Ze zaten al minstens tien jaar elke dag in deze trein, in deze wagon en op deze stoelen. Rolf was tweeënveertig en was werkzaam als technisch bediende in een bedrijf waar hij al bijna twintig jaar werkte.James was iets jonger dan Rolf, en was al bijna tien jaar actief als veiligheidsbeambte bij de douane van Fort William. Ze waren al zo gewend aan deze rit geworden, dat ze het niet eens meer merkten dat ze een tunnel inreden.Plots minderde de trein vaart, ze keken beiden uit het raam en James zei: “we kunnen er nog niet zijn, dat zou wel heel erg snel zijn.” Uit het niets maakte de trein een noodstop en op het zelfde moment werden ze flink door elkaar geschud.Heel even werd het muisstil en toen werd iedereen opgeschrikt door een helse kreet, die bijna onnatuurlijk leek.Het licht in de wagons viel weg, de motor viel uit en er viel een gespannen sfeer die iedereen in zijn bezit nam. Rolf en James stonden gelijktijdig op uit hun stoelen.“Hallo!” riep Rolf.Van alle kanten hoorden ze paniekerige kreten en mensen in het wilde weg rennen. Opnieuw werd de trein door elkaar geschud en opnieuw hoorden ze een helse kreet.Heel even werd het muisstil, maar toen sloeg de paniek pas echt toe.Rolf dacht bij zichzelf: “ we moeten iets doen om de mensen te kalmeren”Hij dacht na. James was intussen naar de stuurcabine gerend om te kijken wat er gebeurt was.Toen hij daar aankwam zag hij dat de bestuurder bewusteloos lag, met zijn hoofd op het stuur.Hij rende naar de man toe en probeerde hem weer bij zinnen te krijgen. Hij nam een stuk chocolade uit zijn jaszak en toen hij er uiteindelijk in geslaagd was de bestuurder weer bij bewustzijn te brengen gaf hij hem een stuk.“Hier neem dit” zei James, “zo kom je weer terug wat op krachten”“Wat is er gebeurd?” vroeg hij aan de bestuurder.De bestuurder keek James met grote ogen aan en nam eerst een hap van de chocolade richtte zijn aandacht terug op James en zei toen met een beverige stem:“Ik zag plots twee gele ogen, ze kwamen steeds korter bij.Ik kon nog net op tijd aan de noodrem trekken en toen viel ik in een diep, zwart gatHet laatste dat ik zag waren dezelfde gele ogen, groot en angstaanjagend vlak voor me.” James keek door het raam naar buiten, maar hij zag alleen een dikke, angstaanjagende duisternis.Iets vertelde hem dat er iets in huisde, maar wat?Hij kreeg er onwillekeurig een rilling van die door zijn hele lijf liep, alsof het angst was die langzaam bezit nam van hem.   De paniek die over de mensen in de trein heerste was ondertussen een beetje afgekoeld iedereen was terug een beetje rustiger geworden.James had de taak op zich genomen zich te ontfermen over de mensen in de trein. Hij probeerde met iedereen te praten en te helpen waar hij kon.Hierbij kreeg hij hulp van enkele anderen en daar was hij hen enorm dankbaar voor.Hij had ook contact proberen op te nemen met Scotland Yard, maar omdat ze in een tunnel zaten had hij geen bereik en moest hij noodgedwongen een andere oplossing zoeken. Rolf was bij de bestuurder van de trein gebleven en samen probeerden ze de motor terug te starten.maar hoewel ze nu al bijna een halfuur bezig waren hadden ze nog steeds geen succes.Rolf besloot dan maar de trein in te gaan en op zoek te gaan naar technische hulp.Toen hij de wagons afging vond hij enkele mensen met een technische achtergrond die meteen bereid waren te helpen. Onderweg kwam hij James tegen en ze praatten even over de stand van zaken.James vertelde hem dat hij een paar mensen aan het zoeken was die bereid waren met hem naar buiten te gaan en te proberen het einde van de tunnel te bereiken zodat ze hulp konden zoeken.Aanvankelijk vond Rolf het geen goed idee, maar hij zag zelf ook geen betere oplossing en dus ging hij met tegenzin akkoord. en zette hij zijn weg verder naar de locomotief. Na een klein kwartiertje kwam James ook de locomotief binnen met enkele bereidwillige mensen.Na een korte briefing openden ze de voorste deur deur met behulp van de noodopener en gingen ze op weg.Met zijn vijven gingen ze de angstaanjagende stille duisternis in, zij het allen met een klein hartje.   “Brrr, wat hangt er hier voor griezelige sfeer” fluisterde James.Hij zag overal gigantische spinnenwebben en een vieze gel-achtige slijm hangen.“Ik wil het liefst zo snel mogelijk het einde van de tunnel bereiken” fluisterde een vrouw, Beth, die naast James was komen lopen, en ze huiverde. Af en toe hoorden ze een geluid achter hen en draaiden ze zich bliksem snel om, om dan te zien dat er steeds gewoon iets viel.James was onwillekeurig blij dat Beth erbij was.Hij kende haar weliswaar niet heel goed, hij wist dat ze ook al jaar en dag op deze trein zat maar ze hadden nooit echt kennisgemaakt. Naarmate ze wandelden werd het steeds koeler en wist James dat ze bijna bij het einde van de Tunnel moesten zijn.Plots stopte hij, hij had iets gehoord achter zich.“Hoorde je dat?!” vroeg hij gespannen terwijl hij zich omdraaide. Ook Beth draaide zich razendsnel om.“Ja” fluisterde ze met een gespannen stem.Ze keken rond zich heen, maar zagen niet meteen iets en ze besloten daarom meer vaart te maken.“Hoe sneller we uit deze tunnel komen, en we de politie er kunnen bijroepen hoe beter” dacht James bij zichzelf. Uitgeput plofte Rolf neer in de dichtstbijzijnde stoel.Hij had het afgelopen uur steeds van vooraan de trein naar helemaal achteraan de trein gelopen, en geprobeerd te helpen waar hij kon. Nu kon hij even adem halen.Na enkele minuten voelde hij zich slaperig worden en stond daarom terug op.Slapen was het laatste waar hij nu aan mocht denken.Zijn gedachten dwaalden af naar de mensen in de tunnel en hoopte dat James oké was. “Hoe was het met hen?”“Waar waren ze nu?”“Hadden ze al contact kunnen leggen met Scotland Yard?”Zijn hersenen werkten op volle toeren en hij begon lichtjes wanhopig te worden.Hij hoopte in het diepste van zijn hart dat zijn beste vriend oké was en het idee dat er hem iets zou overkomen probeerde hij te onderdrukken. Hij was zo in gedachten verzonken dat hij niet eens doorhad dat er iemand tegen hem praatte.Pas toen hij het woord monster hoorde werd hij op slag terug in het heden gesleurd.Hij zag dat de mensen weer her en der rondliepen.En hij zag dat de lichten terug waren aangegaan. Hij begon te lopen op weg naar de locomotief.Toen hij daar aankwam zag hij dat de mensen terug leven in de trein hadden gekregen, een van hen stond nog buiten.Ze legden hem uit dat er door de schok enkele zekeringen waren gesprongen en dat ze die hadden vervangen, maar Rolf’s aandacht werd afgeleid door iets anders. Hij zag twee grote lichtgevende bollen recht voor de trein en ze kwamen steeds korter.Hij wist niet wat het was, hij werd verblind door een groot licht, dat steeds korter bij kwam.Hij dacht dat elk moment zijn laatste kon zijn. hij zag twee gigantische ogen op de trein afkomen, angstaanjagend en vol haat.Dit monster had zijn aandacht volledig op het ding gericht dat zijn rust kwam verstoren en het was duidelijk dat het zich aangevallen voelde. het beest was zeker een meter of drie hoog en had veel benen, Het deed Rolf denken aan een spin en de man achter hem riep de naam Arachnia uit en Rolf voelde een rilling over zijn rug lopen toe hij die naam hoorde.Zijn grootvader had hem ooit verteld over een beest Arachnia, een spinachtig wezen dat in bosrijke omgevingen leeft en alles wat in zijn directe omgeving komt verslind. Hij zag het beest steeds dichterbij komen terwijl het zijn bek opensperde en op de trein afkwam tegen volle snelheid.Nog veertig meter, dertig, twintig, tien…hij liep naar buiten om de man, die daar nog stond te gaan redden. Toen hij buitenkwam schreeuwde hij: PAS OP!!!.De man draaide zich om en slaakte een kreet van angst toen hij de arachnia zag aankomen.Rolf zette zich voor hem met zijn armen beschermend voor de man en kneep zijn ogen toe.Hij deed nog een laatste schiet gebedje voor hij zou verslonden worden.Rolf dacht bij zichzelf dat het einde wel heel lang uitgesteld werd.Op dat moment hoorde hij het kletterende geluid van een toeter en hij opende zijn ogen.hij zag een jeep naderen achter het beest en toen hij beter keek zag dat hij er in blauwe letters opstond: Scotland Yard. Zijn hart sprong op toen hij zag wie er ook in de auto zat; zijn beste vriend James.Versuft draaide het beest zich om en richtte zijn aandacht op de wagen.Op dat moment gebeurde er veel dingen tegelijk. Rolf hielp de man terug de trein in en keek nog een keer achterom.De Arachnia had zich volledig op de wagen gericht en Rolf rende terug naar buiten, zijn vriend te hulp.Hij had niet door dat de deur beschadigd was en in zijn snelheid brak hij een hendel af en stormde naar buiten.hij had zelf blijkbaar nog niet door dat hij iets in zijn handen had.Verblind door woede, want zijn beste vriend werd aangevallen, rende hij als een wilde op het beest af en probeerde zijn aandacht te wekken. De Arachnia sloeg zijn poten in het rond en daarbij raakte hij Rolf.Die werd door de tunnel geslingerd en kwam met een smak tegen de muur van de tunnel terecht.“Nee!!” riep James uit.Hij liep naar zijn beste vriend toe terwijl de rest zich op de arachnia richtten. Toen hij bij Rolf aankwam begon hij er tegen te praten maar hij zag meteen dat die buiten westen lag.Hij reageerde in ieder geval niet en hij legde zijn vingers in zijn hals.Hij voelde niet meteen een hals slag en zijn stoppen sloegen door.Rond hem heen gilde en tierde iedereen het uit, maar James hoorde dit niet. “NEE!” riep hij uit.Rolf!! Wanhopig begon hij Rolf te reanimeren. Hij hoorde een onnatuurlijke, ijselijke gil achter zich maar reageerde hier niet op. Anderen kwamen rond hen staan maar James had alleen aandacht voor zijn beste vriend.Hij had door de heisa niet door dat de arachnia verslagen was, hij was te druk bezig zijn vriend proberen te reanimeren. langs alle kanten stonden nu mensen in tranen het tafereel gade te slaan.“James, hij is er niet meer” zei een dokter, die ook op de trein zat, met een bevende stem.James kon zijn tranen niet meer bedwingen en hij gooide zich over het lichaam van Rolf. Hysterisch begon hij te wenen.Zijn beste vriend die hij hier had ontmoet, hij was er niet meer.Hij wist niet wat hij moest doen.Na al die jaren was hij zo gewend geworden aan de aanwezigheid van Rolf en dat werd nu van hem weggenomen.Alsof zijn lichaam in twee werd gescheurd, of zo voelde hij zich toch. Leeg en uitgeput.   “één jaar later.” James zat met zijn hoofd op zijn handen rustend, op een bankje in het station te wachten op de trein.De tragische gebeurtenis waarin hij zijn beste vriend had verloren stonden een jaar later nog steeds op zijn netvlies gebrand.Hij dacht dat hij die beelden waarschijnlijk nooit meer zou kunnen vergeten.De treinrit naar zijn werk zou allicht nooit meer hetzelfde zijn.Hij had de eerste maanden zelfs niet het lef gehad om op de trein te stappen, maar dankzij Beth, De vrouw die hem enorm had gesteund in zijn verlies van Rolf, maar zelf ook steun nodig had omdat ze zelf ook bij het incident aanwezig was geweest. Sindsdien is zij een heel goede vriendin geworden van James en hij was dankbaar dat hij haar had.De tunnel waar het incident zich had afgespeeld was definitief afgesloten en nu nam de trein dus een ander traject.Daar was James blij om want hij had zich niet kunnen voorstellen dat hij elke dag opnieuw geconfronteerd zou worden met de plaats waar hij Rolf had moeten afgeven. Een tijdje later zat hij in de trein op weg naar zijn werk.Twee stations nadat hij was opgestapt stapte ook Beth op en nam plaats tegenover James.Zij zat nu op de plaats waar Rolf altijd had gezeten, daar had James opgestaan.Al had Beth meteen gezegd dat ze niet wou dat James haar als een vervanger zou zien voor Rolf, maar James had haar gezegd dat hij dat nooit zou doen. Uiteindelijk kwam de trein aan in Fort Augustus waar Rolf altijd opstapte en daar hield de trein even halt en werd er één minuut stilte gehouden voor een man die doorzettingsvermogen en kracht bezat.En geen schrik had om zijn vrienden te beschermen. James kreeg er tranen van in zijn ogen, iets wat Beth ook had gezien en ze zette zich naast hem neer en omhelsde hem innig. “Laat het maar gaan, hij was je beste vriend en jullie hebben samen dertien jaar op dezelfde trein, in dezelfde wagon, en op de banken tegenover elkaar gezeten. Het is dus niet abnormaal dat je je er nog niet kan overzetten.” fluisterde Beth in zijn oor. “Bedankt voor je steun…, voor alles.” snikte James.Toen ze elkaar loslieten keek James uit het raam en zag een bankje staan op het perron. “Ooit zien we elkaar weer vriend” zei James zacht en toen de trein verder reed bleef hij naar het bankje staren tot het uit zicht verdwenen was

Andy Meeus
0 0