Buutvrij
je mist de laatste rit, het perron niet langer je vertrekpunt
de aangevlogen spreeuw papegaait de oude boemel die nooit meer rijdt
of het regent of de zon schijnt, je hoort slechts het verschil
de gure wind waait in de gangen van je leven
wat je leerde, wat zich tegen je keerde, vriend of vijand beklijft niet
de ingeblikte stem kondigt de route aan, niet de richting die jij op moet
wat weet zij van jou, wat weet jij van jezelf?
je had geduld, je hebt geduld en je werd de belegde boterham in de trommel,
de stropdas te strak om de keel, de hakken rennend
je verzamelde het leven of joeg je erop?
je droeg de tas van een ander en de klok bewoog genadeloos met je mee,
wanneer je besluit aan te sluiten, weet niemand precies
stel je voor dat je uit koers raakt en ga dan
overal naartoe in je hoofd,
niemand, alleen jij kan de slagregen voelen op je huid
verdwaal, verdwijn niet
Aatje Oost