BOOMLANG
Jouw hand die in de mijne past
houdt me vast, stevig vast en
trekt me langs
het kikkergroen naar
zomers vol van
veel te doen,
sleurt me door
de waterplas en
drukt mijn vinger op het glas.
Hij wijst naar de kastanjeboom die
poederwit en oud en loom
winters lang
op je wacht.
En krakend zacht
hou ik hem vast
de boom met scheuren in zijn bast.