Annelies Degryse

Gebruikersnaam Annelies Degryse

Teksten

Het sprookje Europa

Het sprookje Europa.   Er was eens een meisje dat Sneeuwwitje heette en die samen met een aantal dwergen in een klein houten huisje in het bos leefde. Sneeuwwitje en de dwergen hadden elk hun eigen slaapkamertje en deelden een keukentje en een tuintje. Helaas waren ze niet erg gelukkig. Ze konden het nooit eens worden over de huishoudelijke karweitjes en kibbelden voortdurend. Vooral Sneeuwwitje en de Kaasdwerg konden elkaar niet uitstaan en moesten wel eens uit elkaar gehaald worden. Op een dag besloot Sneeuwwitje dat ze recht had op een grotere slaapkamer. Ze overtuigde enkele dwergen om hun slaapkamer-muurtjes uit te breken. Sneeuwwitje zou dan met hen een groot bed delen. De andere dwergen waren niet overtuigd. Ze waren bang dat Sneeuwwitje al gauw zou klagen over de kousjes en onderbroekjes die de dwergen vaak lieten rond slingeren en dat ze de dwergen uit het grote bed zou gooien. Toen haar argumenten niet werkten, begon Sneeuwwitje zomaar alle slaapkamer-muurtjes uit te slaan. Het kwam tot een waar gevecht tussen Sneeuwwitje en de dwergen. De dwergen uit de omliggende huisjes konden het gevecht horen en schoten te hulp. Uiteindelijk werd Superman er zelfs bij gehaald. Toen de dwergen en Superman er eindelijk in geslaagd waren om Sneeuwwitje vast te binden op een stoel, spelden ze haar streng de les over hoe het er vanaf nu zou aan toe gaan in hun huishouden en gaven haar nog snel een paar stompen uit frustratie vooraleer ze haar weer loslieten. Een poosje leefden ze zonder ruzie samen in hun gehavende huisje. De dwergen gedroegen zich als de moedige overwinnaars en richtten zich op het schoonmaken van hun slaapkamertjes die er door het gevecht verwaarloosd bij lagen. Sneeuwwitje daarentegen voelde zich gekrenkt en begon zich al snel weer te roeren. Ze begon haar slaapkamer grondig op te knappen. Alles wat ze niet meer wou, gooide ze op een hoopje en verbrandde ze. De dwergen waren bang: maakte ze opnieuw plannen om haar slaapkamer uit te breiden? Ze vroegen het haar, maar Sneeuwwitje was de lieflijkheid zelve en stelde de dwergen gerust. Bovendien mocht Sneeuwwitje in haar slaapkamer nu eenmaal doen wat ze wilde, dat waren de huisregels. Dus lieten de dwergen haar met rust. Niet lang daarna begon ze weer met een aantal dwergen het bed te delen en gaf ze ook hun slaapkamers een grondige beurt. Pas toen ze aan de slaapkamertjes wou beginnen van de dwergen die niet met haar het bed deelden, schoten de dwergen in actie en probeerden ze haar weer vast te binden. Het gevecht dat volgde was vreselijk! Naburige dwergen, maar ook andere magische boswezens van overal in het bos moesten de dwergen te hulp schieten. En zelfs Superman kwam weer aangevlogen vanuit de andere kant van het bos. Toen het gevecht eindelijk voorbij was, keken Sneeuwwitje en de dwergen naar de schade die het gevecht had aangericht. Hun hele huis en grote delen van het bos waren vernietigd. Ze keken naar elkaar en zeiden: “Dat nooit meer!” en met de hulp van Superman stelden Sneeuwwitje en de dwergen samen nieuwe huisregels op die ze allemaal zouden respecteren. Ze zouden zelfs hun slaapkamers gelijkaardig inrichten. Opnieuw met de hulp van Superman, begonnen Sneeuwwitje en de dwergen, van nature houthakkers, een klein handeltje in luciferdoosjes. Dat zou hen een gemeenschappelijk doel geven en hen het goud bezorgen om een nieuw huisje te bouwen.   Zo geschiedde het! Hun luciferdoosjes verkochten als zoete broodjes en brachten overal in het bos licht in de duisternis. Met het goud dat ze zo vergaarden, bouwden ze een groot mooi huis uit baksteen, met een moderne keuken en een grote tuin. Voor elk van de bewoners was er een mooie, grote, gelijkaardige slaapkamer. Sneeuwwitje en de dwergen waren erg gelukkig in hun mooie nieuwe huis. Al snel kwamen de naburige dwergen vragen of ze bij hen mochten intrekken. Sneeuwwitje en de dwergen hadden zo’n mooi huis en hun luciferdoosjes-handel draaide zo goed. Ze waren maar al te blij om hun vrienden in huis te nemen. Ze bouwden een extra vleugel aan het huis met grote gelijkaardige slaapkamers en legden de nieuwe bewoners uit dat ze zich strikt aan de huisregels moesten houden. Ze besloten ook om een ringmuur rond hun prachtige huis te bouwen. Hun huis had stilaan iets weg van een kasteel en een ringmuur leek een gepaste uitbreiding. Bovendien hadden ze ondertussen al heel veel luciferdoosjes verkocht en hoewel die lucifers voor veel licht en warmte hadden gezorgd, leidden ze ook wel eens tot bosbrandjes. Dan stuurden Sneeuwwitje en de dwergen weliswaar altijd een paar emmertjes water naar het getroffen gebied, maar de ringmuur zou ervoor zorgen dat hun eigen huis en handeltje beschermd was tegen bosbrandjes die te dicht in de buurt kwamen. Er kwamen ook steeds vaker dwergen van verderop in het bos aankloppen. Sneeuwwitje en de dwergen begonnen zich af te vragen hoeveel dwergen ze nog konden huisvesten zonder hun huishouding te verstoren? Hoeveel extra vleugels konden ze nog bouwen aan hun kasteel? Samen besloten ze dat ze alleen nog de dwergen met een grote pot goud en gelijkaardige kleertjes in huis zouden opnemen. Ook andere magische bosbewoners kwamen langs. Magische wezens in allerlei gedaanten op de vlucht voor de hongerige boze wolf of een bosbrandje smeekten de bewoners om het kasteel binnen te mogen. Ze zouden in de tuin slapen of in de kelders, als ze maar binnen de veilige ringmuur mochten. Soms lieten Sneeuwwitje en de dwergen een aantal wezens binnen, op voorwaarde dat ze het kasteel netjes zouden houden en helpen met poetsen. Meestal stuurden Sneeuwwitje en de dwergen de magische wezens weer weg met een goudmuntje en een luciferdoosje of met een paar emmertjes water.   Op een dag kwam Roodkapje in paniek aankloppen. Roodkapje was een geboren verkoopster en schuimde met haar mandje het hele bos af op zoek naar kopers voor wat er op dat moment in haar mandje zat. Hierdoor was ze ook wel een beetje de heraut van dienst, altijd op de hoogte van de sappigste roddels, de recente bosbrandjes of de schuilplekken van de hongerige boze wolf. Roodkapje en Superman waren samen bij Grootmoeder op bezoek gegaan om haar een luciferdoosje te verkopen. Superman wou het oude vrouwtje de nieuwe gewoonten van het bos bij brengen, maar toen hij een lucifer aanstak, sloeg Grootmoeder in paniek en gooide ze Roodkapje en Superman de deur uit. In het tumult liet Superman de brandende lucifer echter vallen. Terwijl hij ervan door vloog, zag Roodkapje hoe Grootmoeder en het huis vuur vatte. Ze ging ervan uit dat de lucifermakers haar konden helpen het vuur te blussen. Sneeuwwitje en de dwergen keken Roodkapje meewarig aan. Hadden zij of Superman dan nooit de waarschuwingen op de luciferdoosjes gelezen? Hadden ze niet gelezen dat lucifers niet zomaar voor iedereen weggelegd waren, dat sommige bosbewoners, zeker Grootmoeders, niet met lucifers en vuur om konden? Met hun diepste spijtbetuigingen en twee emmertjes water stuurden Sneeuwwitje en de dwergen Roodkapje wandelen. Maar weldra kwamen andere wezens aankloppen: de elven. Grootmoeder was al brandend naar buiten gerend en had het bos rondom in lichterlaaie gezet. De elven, die in dat deel van het bos woonden, konden nergens nog heen. Sneeuwwitje keek de dwergen smekend aan en zette de poort open voor de bange elven, maar de dwergen mopperden. Ze hielden er niet van om hun slaapkamers te moeten delen met die ongewenste gasten in vreemde plunjes. Sommige dwergen barricadeerden zelfs hun deuren om hun kamers niet te moeten delen. Sneeuwwitje en de dwergen begonnen weer te kibbelen en al gauw ging de poort weer dicht. De bosbrand werd steeds erger en er kwamen steeds meer bange en uitgeputte elven bij het kasteel aan, op de vlucht voor het alverterende vuur en de hongerige boze wolf die zijn kans schoon zag op een makkelijke hap. Hun wanhopige kreten waren te horen tot diep in het kasteel: “Waarom helpen jullie ons niet? Waarom laten jullie ons niet binnen? Jullie brachten ons het vuur, maar helpen ons niet om het vuur te blussen! Laat ons dan tenminste binnen! Wat is er toch mis met jullie, nare dwergen?!” En sommige dwergen schreeuwden terug: “Jullie zijn elven! Jullie kunnen niet samenleven met dwergen! Jullie zullen onze huisregels niet begrijpen en onze vrede verstoren!” En andere dwergen riepen: “Jullie zijn met veel te veel! Jullie zullen al onze voorraden leegmaken, ons handeltje uitmelken en zo ons kasteel ten gronde richten!” Ondertussen verzuurde de sfeer in het kasteel. Sneeuwwitje en de dwergen bleven maar kibbelen en ruzie maken. Ze dreigden elkaar zelfs af: sommige dwergen moesten maar weer eens verhuizen! De wanhoop nabij vroegen ze om hulp aan hun buren, de drie Biggetjes. Die woonden in een groot huis wat verderop. In ruil voor een paar potten goud beloofden de drie biggetjes aan Sneeuwwitje en de dwergen om zoveel mogelijk elven op te vangen. De drie Biggetjes waren altijd al snelle bouwers geweest en konden makkelijk hun huis wat groter maken. Alleen de fundamenten van hun huis waren namelijk van beton, de muren van het huis waren van hout en het dak van stro. Daar zouden de elven dan kunnen wonen tot de bosbrand voorbij was. Sneeuwwitje en de dwergen haalden opgelucht adem nu ze eindelijk een oplossing hadden gevonden voor de elven en trokken zich stilletjes terug in hun eigen slaapkamers, biddend tot Grimm voor een spoedig einde van de bosbrand. Naar buiten gaan was beangstigend geworden. Het wanhopige geschreeuw van de elven hield nooit op en de hemel was overtrokken met dikke, zwarte rookwolken. Soms viel er zelfs as en brandend puin uit de hemel. Er waren ook al brandende toortsen over de ringmuur gegooid, waarschijnlijk door boze elven. Zowel Kaasdwerg als Chocoladedwerg waren zo gewond geraakt. Op die laffe daden hadden Sneeuwwitje en de dwergen geantwoord door op de ringmuur te gaan staan en een lucifer aan te steken. Die hadden ze laten branden tot ze hun eigen vingers verbrandden om zo aan alle boswezens duidelijk te maken: voor een paar brandwonden geven wij onze handel in luciferdoosjes nog niet op!   Zo eindigt voorlopig het sprookje van Europa. Wat er verder nog komt, staat nog niet geschreven. Sneeuwwitje noch de dwergen lijken te twijfelen aan de brandveiligheid van het kasteel, maar hoe lang kunnen ze zo kibbelend blijven samen wonen? Of blijft iedereen vanaf nu in zijn eigen slaapkamer en komt het kasteel zo tot verval? Wat met de elven? Geen van de kasteelbewoners lijkt veel te geven om het lot van de elven. De dwergen laten de elven liever branden dan dat ze tumult in het kasteel veroorzaken en zelfs Sneeuwwitje houdt zich gedeisd voor de lieve vrede. Zal het huis van de drie biggetjes door de bosbrand gespaard blijven? Zal Superman de elven te hulp schieten en de brand blussen nadat hij eerder de brand veroorzaakte? En wat zal de Hulk doen? Zal de Hulk Superman helpen of wordt het weer een wedstrijdje spierballen rollen om daarna de verschroeide aarde in twee te delen? Kunnen Sneeuwwitje en de dwergen ooit allerlei magische wezens, ook elven, in hun kasteel verwelkomen zonder angst voor de lieve vrede en het behang? Of kunnen ze nooit nog hun kasteel verlaten en moeten ze hun ringmuur steeds weer verhogen uit angst voor brandende toortsen, gegooid door elven of andere magische wezens die verminkt zijn door de bosbranden? Zullen de elven Superman en de dwergen ooit kunnen vergeven? Alleen Grimm weet het.

Annelies Degryse
18 0