Antoine

Gebruikersnaam Antoine

Teksten

Temidden van opgravingen

Pit De droge wind stuift het dunne zand tussen de poten van de kamelen en mensen houden hun camera’s zo veel mogelijk naar de grond gericht om de lens te behoeden voor krassende korrels, of gebruiken een beschermkapje als ze een foto willen maken. Een vrouw kijkt door een kodakcamera terwijl het zand tegen haar op waait en tussen de knoppen van het toestel blijft zitten. Ze maakt een foto van iets en wil het rolletje doorspoelen, maar dat gaat niet; het mechanisme zit vast. Ze duwt hard tegen het wieltje tot ze iets hoort kraken. De foto is afgedrukt op het negatief, maar het is de laatste foto die ze met het rolletje en met de camera kan maken, tenzij ze de volgende foto over de laatste heen afdrukt.Er is de vrouw met een borstel die een opgraving doet. Boven haar staat de olijfboom waar alleen nog maar pitten aan hangen. Ze zit op haar knieën in een rechthoekige kuil. Een tseetseevlieg stuurt gif haar aderen in. Ze borstelt zand en gruis van een dijbeen af. Rondom haar liggen spullen: een rode schep en een gele emmer, allebei van plastic. Haar handen zijn vies. Ze stelt zich voor dat het haar eigen dijbeen is dat ze schoonmaakt en hoe het zou zijn als ze archeoloog van haar eigen lichaam was. Ze graaft zich niet de wereld in. Ze graaft de wereld. De vrouw is archeoloog, maar in haar hoofd is ze bezig met het schrijven van een sollicitatiebrief om astronaut te worden. Ze telde van kindsbeen af ook al vaak van 10 naar 1 en ook dan was iedereen verdwenen. DijbeenDe vrouw zakt van vermoeidheid voorover met haar borsten op het dijbeen van een dode dinosaurus. Wie zal het steengruis van háár dijbeen vegen, denkt ze. De klemtonen liggen mooi verdeeld over haar gedachte. Soms, als zij haar ogen sluit, dan ziet ze de myriaden draden, zwarte kronkels die door elkaar lopen. Ze weet niet waar het vandaan komt en niet waarom ze er bang voor is. Ze weet ook niet zeker of ze het wel echt ziet. Misschien is er eerst het gevoel en maakt iets in haar brein er vervolgens een beeld bij. Soms denkt ze dat het de dood is die in haar begraven ligt en die zo nu en dan naar buiten sijpelt. De dood als het gekras van een pen om te testen of de pen het wel doet.Niets van al wat in ons zit kleurt altijd binnen de lijntjes. Misschien zijn het gewoon de zwarte krullen voor haar ogen, de kronkels van haar hersenen die zich door haar hoofdhuid hebben geprikt. Maar toch herinnert ze zich hoe ze zich als kind, destijds met minder haar, bang had gevoeld voor hetzelfde, al was de angst toen dieper, grondiger. Nu analyseert ze alles tot ze zich verveelt of tot de ene gedachte tot een andere leidt die niets meer met het voorval te maken heeft.De vrouw met de borsten en de borstel in de kuil ontwaakt met een gebroken dijbeen. Ze blijft nog even liggen op de premoderne tijd. Wat Rilke zei is waar. Je zit in je werk als een pit in zijn vrucht. Dit is dood, denkt ze. Dood, dood, dood.   Einde De vrouw gaat even zitten onder de olijfboom en masseert haar hoofd met een massagespin. Omdat de dinosaurus een bijzondere vondst was, zijn er nu meer mensen met borstels en kwasten bezig bij de olijfboom. Er is ook iemand die een nieuwe greppel maakt, een paar meter naast de oude. Het gaat niet heel snel, want er is maar één schep. Bovendien zullen er nog veel meer van zulke putten bij komen. Een man probeert tevergeefs om over het gat te springen. Hij valt met zijn rug op een stukje wervelkolom of spaakbeen en zijn bloed stroomt eruit. Zij is die man, denkt ze. Het wordt een spel wie als eerste over de sleuf kan springen.De vrouw anticipeert alvast op haar sollicitatie, bedenkt zich dat ze een brief ontvangt dat ze niet is aangenomen als astronaut, omdat ze een eigen vervoersmiddel ontbeert, maar dat ze haar wel willen hebben voor in het observatiecentrum. Ze mag informatie bestuderen die satellieten verzamelen om zo natuurrampen op Aarde te voorspellen. In het koepelvormige gebouw wordt ze verwelkomd door haar begeleider. Er zijn nergens computers of telescopen. Al op de eerste dag voorspelt ze het einde van de wereld, met meteorietinslagen en aardbevingen. Ze maakt er grote gebaren bij, alsof ze iets in zichzelf heeft opengetrokken en iets anders in haar is neergestort. Complex   De vrouw met de krullen ligt onder het zand. De andere leden van de groep graven haar in. Je kunt alleen haar hoofd nog zien uitsteken. Ze imiteert een dinosaurus en duwt haar lichaam naar boven, maar het lukt niet. Ook haar armen zitten vast onder een dikke laag woestijnzand. Ze ligt te diep en dat voelt als een dwangbuis. Haar mond en tong zijn droog. Ze maakt een geluid en het klinkt verrassend dierlijk. Als ze haar willen uitgraven, merken ze dat de rode schep kwijt is. Iemand besluit de schedel van de dinosaurus te gebruiken. Iemand anders gaat vragen of ze een nieuwe schep mogen. Ze krijgen een graafmachine. Terwijl de vrouw wordt uitgegraven, kijkt ze naar de zon. Ze knijpt haar ogen tot eclipsen, probeert overal een lijn omheen te zien, maar alles gaat in elkaar over. In het observatiecentrum voorspelt de vrouw een paar lawines en een hoge golf. De hoge golf is geen ramp, zegt haar begeleider, Het vormt geen gevaar voor de plaatselijke bevolking, Je bent zelf geen ramp, riposteert ze mokkend. Ze zou aan zijn tong willen trekken zodat hij alleen nog niet-talige geluiden kan maken. Hij is vast jaloers omdat ze het einde van de wereld had voorspeld en hij niet. Zou er een natuurramp kunnen ontstaan in dit koepelvormige complex? Een ruzie die groter is dan zijzelf zijn?Tijdens de pauze gaan ze in een kring zitten op de binnenplaats, onder de dennenboom. Ze voeren een functioneringsgesprek. Er valt een dennenappel uit de boom. Een vrouw schrikt en rent weg, waardoor ze de cirkel verbreekt en iedereen maar wat gaat lopen en gaat voorspellen. Er worden stormen voorspeld, vulkaanuitbarstingen en aardbevingen. Iedereen praat door elkaar en iemand van buiten het instituut zou er geen logica in kunnen vinden.Wiel De vrouw wordt uitgegraven door de dinosaurus en ze houdt haar ogen dicht voor het felle licht van de zon. Ze denkt na over het nadenken zelf. Ze ziet het gekras, de warrige draden, en het beeld is realistischer dan haar droom, maar minder echt dan hetgeen ze om haar heen ziet. Als het werkelijk de dood is die doorsijpelt naar haar zintuigen, en het ziet eruit als iets dat in de war is, is de dood dan iets dat niet klopt en de draden met elkaar verbindt tot een Gordiaanse knoop?Het wiel in haar hoofd draait op zijn schaduwzijde, dus vindt ze het wiel opnieuw uit. Dat doet ze door haar gedachte af te breken. Haar gedachten zijn kronkels, omwegen. Als ze moedwillig kortsluiting maakt, breekt ze het oude wiel in twee. Misschien bestaat het leven uit het maken van kortsluitingen, het nemen van paden die korter lijken, totdat je per ongeluk toch een omweg neemt. De levensomweg, denkt ze. Lang nadenken kan ze niet, diep wel.Als dit een strand is, is het wel een heel groot strand zonder schelpen. Je kunt heel ver kijken, maar dan zie je alleen nog maar de overkant van het strand. Aan de horizon zou het begin van het water kunnen zijn. Ze gooit nog een schep zand in haar emmer. Ze gaat liggen op haar buik en kijkt naar een ontbloot stukje van de schedel en de lege oogkas in het midden. Zou er as in het oog van dit beest zijn gevallen nadat de meteoriet was ingeslagen en zou hij dan gehuild moeten hebben? Of zou hij zijn ogen dichtgeknepen hebben en werd hij toen opgegeten door een grotere? Ze breekt het wiel in twee.DonkerDe dinosaurus is in zijn geheel uitgegraven en wordt in grote lakens naar het museum gebracht. Daar gaat haar werk verder. Ze moet een reconstructie maken van hoe de buitenkant, de vacht, er uit moet hebben gezien. Dit vreemde lichaam, denkt ze, is nu het lichaam van haar denken. Het is dierlijk, symmetrisch, in tegenstelling tot haar eigen lichaam, dat zoals bij alle mensen fundamenteel asymmetrisch is. Eén oog kijkt naar buiten, één oog kijkt naar binnen. Eén oog kijkt naar haar handschoen, berekent hoe dik de vacht, hoe lang de staart moet zijn geweest. Eén oog is al lang afgedwaald en is geïsoleerd van de rest van de wereld, bevindt zich in het instituut voor satellietobservatie, ziet de meteorietinslag, hoe de schubben van zijn lijf rechtop gingen staan, hoe het schrok van de klap en op de vlucht ging. ‘Incubatie, excavatie’, mijmert ze hardop. ‘Inhalatie, escalatie’, echoot een andere vrouw met handschoenen naast haar.Het doet pijn op haar rug. Zou het - Haar gedachte wordt afgebroken door een nieuwe, sterkere pijnscheut. Een man komt de vrouwen wat te drinken brengen. Het is de beloning voor hun werk. Ze drinkt een slok van een glas donkere limonade en voelt zich een beetje beneveld worden. Ze loopt een stuk, waarbij het net lijkt alsof ze een kruiwagen vol met water of een andere vloeistof vervoert. Dan breekt het wiel.

Antoine
0 0

Opleiding

Publicaties

Prijzen