22 maart
Net voor de start van de vergadering zei iemand dat er explosies waren op de luchthaven in Zaventem. Mijn collega, een ingenieur, dacht meteen aan een accidentele explosie van een lading.
Het bleek echter wat iedereen had gevreesd.
We volgden het internet tijdens de vergadering. De redactie, de standaard en HLN. De powerpoint-presentatie maakte even plaats voor live beelden.
Het dodental liep op. Het aantal gewonden ook.
Lichtgewond is een vinger kwijt, zwaargewond is kritiek, verbrand of ledematen weg. Zo heb ik het ooit geleerd.
De gruwel drong slechts langzaam tot ons door.
Er werd volop gesmst zolang dat nog kon, voor het netwerk helemaal wegviel. Goddank, familie, vrienden en collega’s veilig.
Ik trok wat vroeger naar de crèche die dag. Voor het eerst sinds maanden was de voordeur weer op slot. Ik snelde op Paulientje af, gaf haar een dikke knuffel, hield haar lang vast. Ze wrong zich los. “Mama appelsapje?”
’s Avonds domineerden beelden van explosies, gewonden en angst het TV-scherm. Pauline speelde met haar rode auto op het tapijt. Ze taterde en gooide de blokkendoos om, zodat ik delen van het nieuws niet kon verstaan, maar dat was misschien beter zo.
“Mama blokken spelen?”
“Nee schat, we gaan een slaapje doen”
“Nee!”
“Toch wel. Geef je papa nog een kusje?”
Gewillig stond ze op, liep naar papa en stak haar hoofdje naar hem uit. Hij gaf haar een kus en hield haar net iets langer vast dan anders.