Danny Wouters

Gebruikersnaam Danny Wouters

Teksten

Treinenbrij

Treinenbrij   Een ochtend zoals alle anderen. Of toch weer niet. Noodgedwongen kan ik die dag geen beroep doen op m’n vierwielige motorische vriend. Als alternatief kies ik voor de beleving van een ‘comfortabele’ treincoupé.   En daar zit je dan, te midden van honderden pendelende lotgenoten. Gezellig en comfortabel is het niet echt. Eerder het gevoel van een sardientje in een blikje; zonder de zonnebloemolie gelukkig. Ik mis m’n eigen comfortzone, “het geluid” van Q-Music op de autoradio, het feit ook van niet ongemerkt in m’n neus te kunnen peuteren.   Verrassend hoe dan plots een bekende kop naast mij komt zitten. Een collega-filerijder die anders, net als ik, het asfalt van de E19 noodgedwongen aan een minutieus onderzoek onderwerpt; bij voorkeur ergens ter hoogte van Mechelen-Noord. “Hé, leuk om jou ook eens niet van je achterkant te leren kennen”, grapt de man mij toe. “Jij moet mijn filetrotserende kompaan zijn, elke ochtend tussen Leuven en Antwerpen” repliceer ik, hem daarbij de hand schuddend. “Klopt”, zegt m’n gesprekspartner, “mijn vrouw had vandaag de auto nodig, vandaar dat ik maar eens het openbaar vervoer probeer”. “De mijne moest op groot onderhoud; euh… niet m’n vrouw… de wagen bedoel ik”, stamel ik voor me uit. “Vandaar ook mijn keuze voor de trein”.   Na een onderhoudende koetjes-en-kalfjesconversatie sporen we Antwerpen-station binnen. Bijna ongemerkt vervolgen we daarna, samen verderstappend, onze weg doorheen een paar drukke straten van de Antwerpse metropool. “Zeg, waar werk jij eigenlijk?” vraagt m’n compagnon de route. “Wel daar”, wijs ik met m’n vinger in de richting van een reusachtige architecturale creatie, “bij die Telecom-mastodont”. “Je meent het niet”, lacht m’n wandelende metgezel. “Dan zijn wij verdorie collega’s!”   En zo stapten we samen de draaideur van onze werkgever binnen. Twee mensen die een gezamenlijke treinreis nodig hadden om uiteindelijk tot het besef te komen dat ze werkmakkers zijn. Dat heb je met die mammoetmaatschappijen en hun ontelbare subafdelingen. En hun ideaal van groot, grootser, grootst. Collega’s worden pionnetjes op een dambord; een dambord zo groot als een voetbalveld.   Diezelfde avond stonden we bij het invallen van de duisternis terug op het perron te wachten op een trein die ons huiswaarts zou rijden. Tot een mechanisch klinkende stem door de luidsprekers galmde met het bericht: “als gevolg van een spontane actie van het spoorwegpersoneel, moeten wij onze reizigers spijtig genoeg meedelen dat alle treinverkeer opgeschort is tot 06u00 morgenvroeg. Wij hopen op uw begrip en wensen u desondanks nog een prettige avond”.   Waarop mijn collega en ikzelf vertwijfeld naar het stationsbuffet slenterden en er twee pintjes bestelden. Tussen een paar slokken door belde m’n maat zijn vrouw, om haar van deze transportproblemen op de hoogte te brengen. Mevrouw zou meteen de auto inspringen met bestemming Antwerpen en daar twee ‘treinreizigers-voor-één-dag’ uit hun lijden komen verlossen.   Een treinreis: mogelijke bron van nieuw sociaal contact. Af en toe, misschien, is de trein ook een heel klein beetje reizen. Maar vaak, te vaak, reist men… helemaal niet.  

Danny Wouters
0 0