Demonenmeester (1e hoofdstuk)
Alle voorbereidingen waren getroffen. Cassandra had de beschermingscirkel met krijt op de woonkamervloer getekend en twaalf zwarte kaarsen verspreid rond deze cirkel op ongeveer gelijke afstanden van elkaar gezet. Zelf zat ze op haar knieën op een kleine meter van de cirkel met een dertiende zwarte kaars vlak naast haar. Een gezegend offermes lag rechts van haar op de grond binnen haar bereik. Ze hield de tekst met de bezwering in haar handen. Eerder voor de zekerheid dan dat ze hem niet kende. Soms probeerden demonen hun oproepers zo van hun stuk te brengen dat ze de bezwering vergaten waardoor de demon los kon breken uit de beschermingscirkel en zijn oproeper doden. Daarna zou hij vrij spel hebben op aarde. Lage Demonen waren hier niet sterk genoeg voor, maar Cassandra nam liever het zekere voor het onzekere.
Ze sloot haar ogen en concentreerde zich. Langzaam en duidelijk articulerend, uitte ze de bezwering:
“Heer der Duisternis, kom tot mij.
Aanhoor mijn bevel, proef mijn bloed.”
Na deze woorden sneed ze met het offermes in de palm van haar hand. Meteen welde er bloed op.
“Dit is mijn offer aan u.
Kom en neem het in ontvangst.”
Ze kneep haar hand samen. De snee pikte verschrikkelijk, maar ze negeerde de pijn. Haar concentratie moest volledig op de bezwering gericht zijn. Drie druppeltjes bloed vielen bovenop de kaars naast haar. Die drie druppels stonden symbool voor de verbintenis tussen een oproeper en de demon: aanwezigheid, gehoorzaamheid en waarheid. De kaars siste en de vlammen kregen een rode gloed. De nu eveneens rode rook van de andere kaarsen zweefde naar het midden van de cirkel waar hij dichter op elkaar pakte tot een grillige, ronde vorm. Langzaamaan kreeg de dichte rook vastere vorm. Twee ronde bogen bovenaan de rookwolk werden horens. Aan de onderkant verschenen twee bokkenpoten. Zienderogen veranderde de rook in vlees en huid en haar. Toen de rook helemaal opgegaan was, zat er een klein donkerrood wezentje in het midden van de cirkel. Het had een brede mond waarvan de onderkaak verder naar voren stak dan de bovenkaak. Dit kwam waarschijnlijk door de 2 slagtanden die uit de onderkaak groeiden en bovenop de bovenlip rustten. Het wezentje was naakt en geslachtsloos. Twee kleine horentjes sierden zijn kale kruin. Een miniatuur-faun.
Snel maakte Cassandra de bezwering af.
“Door mijn bloed ben je gebonden.
Enkel met mijn bloed kan je weer gaan.”
Ze verhitte het mes in de kaars naast haar en plaatste het hete lemmet op de open wonde. Die sloot zich sissend. Cassandra beet op haar tanden. Het dichtmaken van de wonde was zo mogelijk nog pijnlijker dan het bloedoffer zelf.
Dit deel van de bezwering was nodig zodat de cirkel volledig afgesloten werd. Van zodra de demon weer uit de cirkel verdween, zou ook het litteken verdwijnen. Vroeger werd het sluiten van de wonde al eens overgeslagen uit angst beschuldigd te worden van hekserij, maar hierdoor konden demonen gemakkelijk ontsnappen uit de cirkel. De kleinste oneffenheid was voldoende. Vele demonenoproepers waren nodeloos gestorven door deze onoplettendheid, wist Cassandra. Dat had ze gelezen in “De Geschiedenis der Bezweerders”. Dat boek had ze jaren geleden gekocht op een rommelmarkt. De verkoper wist niet wat voor schat hij haar in handen gaf voor amper 2 euro. Ze had al vaak haar leven te danken gehad aan dat boek.
De kleine demon tilde zijn hoofd opzij en keek haar aandachtig aan.
“Wat wil je, mensss?” De diepe stem weergalmde door haar kleine woonkamer. Hij lispelde een beetje, vermoedelijk door die zware slagtanden. De zware kelderstem paste totaal niet bij het kleine wezentje. Dit was zeker niet zijn ware vorm. Demonen toonden die maar zelden aan mensen, had Cassandra in “De Geschiedenis der Bezweerders” gelezen.
“Vertel me je naam,” beval ze.
Gebonden door de spreuk, kon het wezen niet anders dan antwoorden: “Nybbasss.”
Cassandra greep snel een van de boeken naast haar op de grond - de enige, maar ook wel meest volledige, demonenencyclopedie die ze bezat - en zocht naar de naam “Nybbas”.
Nybbas bleek een inferieure demon. Hij stond bekend als een charlatan eerste klas. Niet zelden kreeg hij het voor mekaar de Hoge Demonen met zijn leugens tegen elkaar op te zetten. En op een of andere manier kwam hij altijd als overwinnaar uit die strijd. Perfect.
“Ik heb informatie nodig.”
De demon grijnsde.
“Voor de juisste prijss, heb ik alle informatie die je je maar kan inbeelden.” Hij maakte een kleine buiging. “Tot uw diensst.”
“Ik wil een Hoge Demon kunnen oproepen.”
Nybbas’ ogen werden groot van verbazing.
“Dat kan je niet. Nu toch nog niet, ssterveling.”
“Waarom niet?”
“Denk je echt dat je een Hoge Demon kan tegenhouden met een krijtcirkeltje?” hij spuwde erop en de fluim ging sissend in rook op. De demon fronste zijn wenkbrauwen.
Cassandra keek naar beneden. Ze vermoedde al langer dat haar cirkel ontoereikend was. Nybbas had dat nu bevestigd. Ze zuchtte en dacht na.
Ondertussen trippelde de demon op zijn korte beentjes heen en weer langs de rand van de cirkel. Hier en daar stak hij zijn vinger uit om de kracht te testen, maar hij werd telkens door een onzichtbare muur tegengehouden. Uiteindelijk kruiste hij zijn armen achter zijn rug en keek haar afwachtend aan.
“Denk je trouwensss dat zsszze dat druppeltje bloed gaan aanvaarden alsss bindmiddel?” onderbrak hij haar gedachten. “Begrijp me niet verkeerd. Je bloed isss heel lekker, maar dat gaat een Hogere Demon nooit genoeg vinden!”
Ze knikte. Dat had ze inderdaad al gelezen. De prijs om een Hogere Demon op te roepen was hoog, voor de meesten zelfs onbetaalbaar. Maar meer stond er niet in haar boeken. Zelfs geen hint naar wat die onbetaalbare prijs dan zou zijn. Voor Cassandra was echter geen prijs te hoog! Ze moest en zou een Hogere Demon oproepen.
“Dat weet ik. Daarom dat ik de kennis wil zodat ik op de juiste manier een Hogere Demon kan oproepen.”
Nybbas schudde zijn hoofd: “Die informatie heb ik niet.”
“Wat?”
Nybbas haalde zijn schouders op en ging in kleermakerszit voor haar zitten. De kleine faun-demon bleek verrassend lenig dat hij zijn bokkenpoten over elkaar kon kruisen.
“Ik weet dat deze ccsssirkel niet voldoet, maar ik weet niet wat wel volsstaat.”
Cassandra kneep haar ogen tot spleetjes. Ze geloofde hem niet. Nochtans was Nybbas gebonden tot waarheid. Dat betekende echter niet altijd dat demonen altijd de waarheid spraken. Ze waren meesters in politieke spelletjes en konden heel vaardig de waarheid omzeilen en toch net niet liegen. Dus moest ze haar vraag anders stellen.
“Kan het met een cirkel?”
Nybbas knikte. “Ja,” luidde zijn korte antwoord. Hij leunde nu achteloos op zijn ellebogen, maar zijn priemende geitenogen uitten duidelijk zijn ongenoegen dat ze hem doorzien had.
“Met krijt?”
Opnieuw knikte de kleine demon. “Ja.”
“Moeten er speciale tekens toegevoegd worden?”
Met onverwachte snelheid stond de demon recht voor haar. Enkel de dunne cirkel en enkele centimeters lucht scheidden hem van haar. Onwillekeurig deinsde ze achteruit. Nybbas grijnsde, maar zijn plezier was van korte duur. Met een diepe zucht antwoordde hij opnieuw. “Ja.”
“Welke tekens?” Cassandra’s stem trilde. Zo dicht was ze er nog nooit bij geweest.
“Die ken ik niet.” Nybbas’ grijns liep van oor tot oor.
“Wie weet het wel?”
“Dat weet ik niet. Het isss nogal gevoelige kennisss.”
Inwendig vloekte Cassandra. Zo dichtbij! En toch net weer niet.
“En de bezwering? Hoe luidt die?”
Nybbas schopte tegen de cirkel. Kleine bliksemschichten schoten uit de cirkel en verschroeiden zijn hoef. Toch gaf de demon geen kik. Cassandra’s hart, daarentegen, bonsde bijna uit haar keel.
“Ook dat ga je aan iemand anderssss moeten vragen. Laat me er nu uit. Ik heb genoeg van je vragenssspelletje.”
Cassandra dacht na. Had ze echt alle mogelijke vragen gesteld? Ze keek op de klok. Het was bijna middernacht.
“Laat me gaan!” schreeuwde Nybbas en hij schopte opnieuw tegen de cirkel op net dezelfde plaats als net. Met afgrijzen zag ze hoe zijn hoef deze keer gewoon door de cirkel ging en hem niet meer verschroeide. De wenkbrauwen van de demon gingen omhoog. Daarna trok hij zijn poot terug en zwierde die naar achter duidelijk met de intentie nog een derde keer te schoppen, met alle kracht die hij als klein wezentje bezat. Cassandra was hem echter voor. Snel sprak ze de ontbindende bezwering uit, een combinatie van enkele oude Hebreeuwse woorden waar ze in het begin dagen op gestudeerd had om de uitspraak juist te hebben.
“Ga heen, demon.
Keer terug naar je eigen dimensie.
Ga heen en sluit de poorten van de hel.
Het bloed is ontbonden”.
Daarna likte ze aan de brandwonde. Het speeksel ontdeed het bloed van zijn bindende krachten.
Terwijl Nybbas terug in rook veranderde, zag ze nog hoe de demon laatdunkend voor haar boog. Zijn stem weergalmde vlak voor hij helemaal verdween: “ik zal de groeten doen aan je mammie en pappie!”
Daarna keerden de kaarsen weer terug naar hun normale, geeloranje kleur. De bezwering was voorbij.
Leeg en met tranen in de ogen staarde Cassandra naar de plaats waar net de demon nog had gestaan. Zijn stem echode door haar hoofd. De groeten aan je mammie en pappie.
Met een plotse woede smeet ze het boek door de kamer.
Ze was nog geen stap dichterbij.