hoos

Gebruikersnaam hoos

Teksten

Avontuur

"Ga je mee op avontuur?",  vraag ik. "Ik weet nog niet waarheen. Kom, pak je jas en stap in."   Ik geniet van de rit met jou naast me. Kijkend naar de voorbij trekkende velden, de bomen, de koeien in de wei. We hoeven niet te praten. Gewoon samen onderweg zijn is het mooiste wat er is.   Er staat een man te liften in de regen.  Ik stop, zonder me af te vragen of dat wel verstandig is.  "Waar ga je naartoe?", vraag ik, terwijl hij op de achterbank kruipt. "Naar de zee," zegt hij. "Ik heet Maarten." Wij stellen ons ook voor. Daarna is het weer stil. De lucht klaart op. Het grijs verandert snel in fel groen, nu de zon de weilanden en de bomen weer verlicht.   "Waar aan de kust moet je zijn Maarten?",  vraag ik onze passagier. "Maakt eigenlijk niet zo veel uit", zegt hij. "Ik wil een eind op het strand gaan wandelen. Dat doe ik graag." We besluiten naar Zierikzee te rijden en zetten Maarten bij de duinen af.   We parkeren de auto even verderop. "Soep en friet", antwoord je me als ik vraag waar je trek in hebt. We stappen een brasserie binnen waarvan we vermoeden dat ze dat wel op het menu hebben staan. De ober komt onze bestelling opnemen. Hij ziet er wat slonzig uit. Hij heeft lang, vettig haar en een snor. Het wordt tomatensoep met patat speciaal. En een biertje natuurlijk.   Je ziet er prachtig uit met je natte haar en de zwarte vegen rond je ogen door de uitgelopen mascara. Nu je hier zo tegenover mij zit, realiseer ik me opeens hoe zielsveel ik van je houd. Tranen wellen in me op. Die stomme ruzies ook altijd. Konden we maar altijd zo rustig en stil van elkaars gezelschap genieten.   Ik betaal. Jij gaat vlug nog even naar de wc.  "Kom, laten we naar huis gaan", zeg ik als je terugkomt . Je kijkt een beetje verbaasd. "Maar we gingen toch op avontuur?" "Dat is ook zo", antwoord ik, "maar daarvoor hoeven we toch niet ver te reizen?"   Ik start de auto, maak mijn gordel vast en wil wegrijden. Je vraagt me om nog even te wachten.  Maarten loopt enigszins verloren langs de auto. Hij lijkt iets kwijt te zijn. Ik draai het raampje open en vraag of we hem ergens mee kunnen helpen. Verschrikt kijkt hij op, maar zodra hij ons herkent verschijnt er een glimlach op zijn gezicht. "Ik ben op zoek", zegt hij, "maar ik weet niet naar wat". "Ik begrijp het", zeg ik en vraag of we hem naar huis kunnen brengen. Hij stapt in en we rijden terug in de richting waaruit we gekomen zijn.   We zijn al een tijdje onderweg wanneer Maarten ons ineens vraagt waarom we zo verdrietig zijn. Ik heb niet meteen een antwoord klaar, maar jij zegt spontaan: "we zijn ons zelf een beetje kwijt. We zijn bang voor de toekomst." "Ik snap wat je bedoelt", zegt Maarten. "Dat overkomt ons allemaal. Maar uiteindelijk komt alles weer goed."   "Zet me hier maar af", zegt hij wanneer we het bord passeren dat de volgende uitrit aankondigt. "Dit lijkt me een interessante plek."   We nemen afscheid en vervolgen onze weg naar huis. Ik parkeer de auto in de garage, terwijl jij alvast naar boven gaat. "Wil je ook thee?" vraag je als ik de woonkamer binnenloop. "Ja graag", zeg ik en houd je een tijdje stevig tegen me aangedrukt. De ketel fluit. Buiten begint het te schemeren. In mijn hoofd is het al behoorlijk opgeklaard.

hoos
0 0