Gebruikersnaam Inte Feelders
Gedicht "Handlanger" In: Een toon die in de stilte zoemt de honderd beste gedichten uit de Turing Gedichtenwedstrijd 2015 ISBN 9789461644107
In de trein achter glas brandende zon als zomergast van stilte naar hittecoupé een droogboeket verschoten rood 'n hart als blanco kaartje waarschijnlijk voor een vergeten moeder
De O van verbazing rond haar mond als er iets gaapt op zitafstand het gat te groot voor een helpende hand haar adem op de tocht
Bij het krieken van de dag de zon tegenhouden is zwaarder dan ik dacht ik zoek de schaduw maar die wijkt waar ik plaats maak voor verbazing en mijn val het is het mos onder mijn gat als natte droom van een zacht bed ik pluk het met mijn winterhanden langzaam uit elkaar ...
En dan is er het ochtendrood ik pluk en pluk tot het klimmen van de zon mijn hoogtevrees beloont die klautert nu een slingerroos ik bloos de bloem een tintje lichter tot ze knakt verder dan mijn zien reikt haar hart zon legt schaduw bloot gebroken wit kleurt mijn dag
Als gapend gat een steen op het pad ver gezocht niet weg te denken wat er onderliggend speelde emmers vol fijnkorrelig zand ooit geschept een kinderhand rustplaatsvoor de schijndoodhoudt het levend asfalt wachtbetonnen murenbikkel bikkelhard
Lopend door de Dapperstraat veins ik een duister bospad lantarens worden bomen 'k heb me daar toch een donker vermoeden dat er wilde .... kijk, daar heb je het al twee berenklauwen in de berm mijn rode mutsje kneltik zet het op een lopen shit, Jumbo al voorbijdan maarzonder bitterkoekjesop naar mijn oma
Hoe jij je pen vasthoudt ik jouw aarzeling door de vingers zie totdat mijn hand er naar staat onleesbaar schrijf ik me tussen witregels neer een uitgelezen kans mij te herkennen
Een onderonsje zei je gelijk of niet ligt het onwaarachtig gelijk niet in de leugen om bestwil 't is goed met jou ... ben ik van god los of jij godvergeten geloof mij niet je weet van niets, tot iets het waarom monddood maakt en jij mijn rode lippen als een stopgebod ziet we zouden een kussengevecht kunnen houden totdat liplezen er niet meer toe doet ...
Daar waar jij zal zijn als ver gezicht zie ik vooruit kijk maar eens om zoek er niets achter want ik ben daar waar ik jou bedacht
Mijn hond veinst een grote boodschap als ik een wilde kat verjaag door net te doen alsof die niet schuw is in een flits verdwijn ik voor even naar het erf van toen een jute zak met 'n steen opa hangt hem in de sloot draait er wat omheen de poes zoekt haar kroost een verre hond blaft snel pak ik zijn riem de wandeling door het bos wijst mij op een eenzame boom zie ik daar een bordje hangen verboden voor honden mits aangelijnd