Kris Spruyt

Gebruikersnaam Kris Spruyt

Teksten

Dokter Tom

  “Mag ik je bij naam noemen, Tom?” “De mensen spreken mij over het algemeen aan met dokter, en ik vind dat prima zo. Dokter zorgt voor een bepaalde afstand tussen ons. Een veilige afstand die ik tussen ons graag wil bewaren.” “Zeg ik dan dokter Tom?” “Gewoon dokter. Of niets, als je het moeilijk vindt om dokter te zeggen.” “Ik heb er geen moeite mee, dokter. Hoe was je dag?” “Mijn dag was goed tot nu toe, maar ik behoor die vraag aan u te stellen. Hoe was jouw dag, Willem?”   De twee zaten op het bed in een politiecel, met tussen hen een halve meter ruimte. De cel was afgesloten met een zware metalen deur die al aardig was bekrast met vunzige woorden en vulgaire tekeningen.   “Een gewone werkdag op kantoor. Hoe zijn jouw dagen, dokter?”   De dokter schreef wat op en antwoordde afgemeten: “druk!” “Druk? Iedereen heeft het druk. Hoe voelt u zich daarbij?” vroeg Willem hem onmiddellijk erna.   De dokter keek naar Willem met een neutrale blik. Het gebeurde wel meer dat patiënten het gesprek naar hem wilde verschuiven. Het was zaak om er over te waken dat dat niet gebeurde.  Na een paar seconden stilte gaf de dokter dan ook uiting aan zijn gedachten. “Willem, het is de bedoeling dat we over jou praten. Mijn leven is privé en dat deel ik niet met ‘patiënten’. Begrijp je wat ik zeg?”   Willem keek de dokter indringend aan en knikte. Weer een moment van stilte en dan nam Willem weer het woord: “Dokter, zo gaat het niet lukken. Je wil dat ik praat, maar zelf laat je niets los. En als ik hier alleen zit te praten en u zwijgt, dan wordt het maar een éénzijdig gesprek en geraken we nergens. Ik heb een bepaalde interactie nodig. Begrijpt u?”   De dokter keek naar Willem, maar gaf geen krimp. Willem die een hele tijd serieus had gekeken omdat de dokter ook zo serieus was geweest, liet nu een kleine glimlach op zijn gezicht verschijnen.   “Ik heb een voorstel. Zullen we een compromis maken? Ik praat als jij praat. Jij stelt vragen, ik beantwoord deze in alle eerlijkheid, en vervolgens mag ik een vraag stellen en u beantwoordt deze dan in alle eerlijkheid. Wat denk je? Mooie deal, niet?”   De dokter bleef Willem aankijken, wreef vervolgens met zijn hand over het baardje van zijn kin, terwijl hij het voorstel overdacht. Willem bleef de dokter zelfzeker aankijken. Zo zelfzeker dat dokter Tom er ongemakkelijk van werd, iets wat hij nog nooit voor had gehad. Maar bij deze man lag het anders. De politie had deze man opgepakt en aan hem gevraagd om te onderzoeken of hij wel toerekeningsvatbaar was. Hij had toegezegd en was zich onmiddellijk in het dossier beginnen in lezen.   De man die hier nu voor hem zat zou mogelijks aan een bepaalde vorm van schizofrenie kunnen lijden. Volgens het politiedossier sprak hij over zijn echtgenote, terwijl hij volgens de man zijn gegevens niet gehuwd zou zijn. En ook na navraag bij de buren, bleek dat Willem geen partner had. Niemand had hem ooit met iemand gezien. Altijd vriendelijk, maar altijd alleen.   “Willem, je vraag is uiterst ongewoon, en normaal zou ik ze zelfs weigeren, maar in dit geval stem ik toe. Jij praat, ik praat, en dat leidt ons ergens naar toe.” “Dat is prima, dok! Fijn dat je wil meewerken. En ik had als laatste een vraag gesteld. Ik herhaal ze even. Hoe voelt u zich bij het feit dat u het druk heeft?”   Dokter Tom probeerde zich wat te ontspannen, keek de Willem aan en zei dan: “Soms goed, soms slecht. Veel hangt af van wie ik over mij krijg en van welke dossiers ik krijg voorgeschoteld. Jouw dossier bijvoorbeeld. Ik heb nog geen idee waar we gaan uitkomen. Maar je wil al praten, dat vind ik al een mooie vooruitgang. Willem, waarom ben je naar de politie gestapt?”   Willem zijn glimlach verdween abrupt van gezicht en maakte plaats voor droevige blik. “Omdat ik mijn vrouw heb vermoord …” snikte hij stilletjes. “Hoe heet je vrouw?” “Valerie. Mijn vrouw heet Valerie,” snikte Willem. “Waarom denk je dat je je vrouw hebt vermoord, Willem?” “Omdat het zo is. Ze was er altijd, maar nu niet meer. Al enkele dagen niet meer. En ik ben stukken kwijt. Ik heb al enkele dagen mijn medicatie niet meer genomen, met gevolg dat ik één en ander niet meer weet.”   De dokter noteerde dingen en bleef hem dan aankijken. Hij wist uit ondervinding dat als je de stilte liet wegen dat mensen er bang van werden en de leegte wilden opvullen met woorden. Woorden die de dokter kon helpen in zijn onderzoek en analyse.   “Dokter. Bent u getrouwd?” “Ja, ik ben getrouwd.” “Gelukkig getrouwd?” “Over het algemeen wel. Wij kennen net als ieder koppel ook onze ups and downs.” “Dat is mooi dokter. Ik hoor uit uw woorden dat u gelukkig bent. En ik was ook gelukkig, althans dat dacht ik toch, maar blijkbaar toch ook niet. Want ik heb haar … vermoord.”   Weer stilte. Nog meer geladen dan de vorige keer. “Vermoord. Dat is een erg zware misdrijf, maar dat is ook een erg zwaar woord. Willem, alvorens we dieper in gaan op die moord, wil ik dat je één en ander vertelt over je vrouw. Wat was haar naam ook alweer?” “Valerie. Haar naam is Valerie.” “Willem, de politie heeft niets kunnen terugvinden over Valerie. Dus kan jij mij misschien er wat over vertellen. Wie was zij voor iemand?” “Valerie was de liefde van mijn leven, dokter. Geen vrouw zo mooi en zo lief als zij. Ze stond altijd voor me klaar, was nooit slechtgezind. Het leven met haar was kermis, de hemel, het paradijs.” “Dat is mooi zoals je haar beschrijft. Heb je toevallig een foto van haar?”   Willem taste zijn zakken af, vond niets en zei dan: “Dokter, in mijn portefeuille steekt een foto van haar, maar ik heb daarnet voor ik de cel in moest alles moeten afgeven. Mijn portefeuille, mijn gsm, zelfs mijn broeksriem en veters. Alles ligt bij de agent hier buiten.” Hij wees naar deur van de cel.   Weer stilte.   “Hoe heet uw echtgenote?” vroeg Willem aan dokter Tom. “Die heet … Veronique.” “Dat is een mooie naam, dokter. Ziet u haar graag?” De dokter knikte en nam het gesprek terug over. “Willem. Laat ons even praten over die moord. Wat heb je gedaan? Waar? Wanneer? Kortom vertel wat je nog denkt te weten.” “Dat is nu net mijn probleem dokter. Ik ben er bijna zeker van dat ik ze heb vermoord, maar ik kan het mij alleen niet herinneren.” “Maar je herinnert je wel dat je je medicatie niet hebt genomen?” Willem knikte. “Wat voor medicatie neem je dan?” “Iets om mij te kalmeren, om goed te kunnen slapen. Iets dat mijn rustig houdt en mij op sombere dagen terug gelukkig kan maken.” “Weet je toevallig nog de naam van het product?” “Iets met een V … Val … Val …Valerie …” “Zou het kunnen dat je Valeriaan bedoelt?”   Willem keek op verschrikt op. “Dat is het … dat is de naam van mijn middel dat ik moet nemen. Dat is wat ik al enkele dagen niet meer vindt. Dat is … dat betekent … Valerie en Valeriaan …” Je hoorde bij Willem een hele opluchting en tegelijk liepen de tranen over zijn wangen van opluchting. “Ja, Willem. We zijn er uit. Als je maar lang genoeg praat, dan geraak je wel ergens met je gedachten. Je bent niet getrouwd, nooit geweest. Je hebt het enorm moeilijk met jezelf, en je kent momenten van grote verwarring. En om het leven wat draaglijker te maken neem je Valeriaan. Medicatie gebaseerd op de plant valeriaan. Het geeft je rust in je hoofd. Voldoende om voor jou het leven terug draaglijker te maken.”   De dokter stak zijn pen weg, stond recht en was terug de stijve afstandelijke dokter, net zoals bij het begin van het gesprek.   “Willem, wat mij betreft ben je niet schizofreen. Ik praat nog even met de politie dat ze jou mogen laten gaan. Om jou te helpen schrijf ik nog iets anders voor. Het kan je in de toekomst helpen.” “Dank u, dokter.”   De dokter draaide zich om en klopte op de celdeur zodat de agent hem uit de cel kon laten. Maar de celdeur ging niet open. Dokter Tom klopte nu wat harder op de deur en verhief zijn stem wat: “Ja, kunt u open maken? Mijn onderzoek is beëindigd.”   Weer gebeurde er niets, en nu begon dokter Tom te roepen: “Hallo? Laat mij er uit! Hij is niet gek, hij heeft zijn vrouw niet vermoord! Hij is gewoon zijn medicatie vergeten te nemen! Hallo?!”   Professor Verstrepen kwam naast de verpleger staan en vroeg: “Hoe loopt het hier?”   “De patiënt heeft net zijn denkbeeldige pen weggestoken nadat het leek alsof hij met iemand in gesprek was. En nu roept hij dat hij er uit wil omdat zijn onderzoek is beëindigd.”

Kris Spruyt
0 0