Kwinten Fort

Gebruikersnaam Kwinten Fort

Teksten

Hét restje

De deur sloeg iets te hard achter haar dicht. Louise voelde haar sleutelbos zwaar worden in haar hand. Ze keek er naar terwijl ze door de gang liep, de woonkamer binnen. Onverwacht stil was het huis. Alsof de stilte hoorbaar was. Ze was net afgezet door haar schoonouders, dat was best raar. Niemand wist echt goed wat te zeggen, hun zwarte kleren zeiden genoeg. Louise had geen hap kunnen eten. Ze had het immers te druk om de blikken te vermijden die haar zouden aanzetten tot meer dan ze wou toegeven. Daarom had ze maar gekeken naar haar zakdoek, haar bord, haar nagels. Er was niets anders te doen dan aan de tafel te gaan zitten en te wachten. Morgen zou alles opnieuw beginnen. Dan wist Louise misschien terug hoe ze zich kon gedragen. Nooit had ze kunnen denken dat het eerste waar ze werk van zou maken bij thuiskomst, een bord Spaghetti was. Ze trok de koelkast open. Daar stond het. Het potje waar ze haar gedachten maar niet van kon houden. Ze wist nog goed dat het er was, en dat het nog goed was. Vier dagen geleden was dit gerechtje klaargestoomd in hun zwarte Le Creuset pot en net na de maaltijd was dit restje koel gezet. Het was zondag geweest en de dag had zich gevuld met regen. Op zo’n dagen verzon hij wel vaker projectjes die gewoon tijd vergde. Dan kon hij er van genieten om minuten te geven aan simpele handelingen: wortelen flinterdun snijden in blokjes van vier vierkante millimeter, knoflook kneuzen, de meest nieuwe takjes oregano gaan afsnijden in de tuin, verse tomaten inkoken. Het was hun lievelingsgerecht. Spaghetti Bolognese à la flamande werd vaak op hoongelach onthaald. Maar zijn versie was magistraal. Elke student kon dit potje koken, en kwam niet verder dan een fractie van deze smaken. Ze kookte een verse portie pasta en warmde een pannetje saus traag op. Bij de eerste hap kauwde ze een vijftal keer en vulde al haar zintuigen. Ze haaste zich om door te slikken want daar kwam het snot met het schokken van iemand die zijn verdriet toelaat. Daar zat hij, naast haar, levend en wel. Niet dood te wezen. Niet geplet onder een vrachtwagen in een banale maandagochtendspits. Hij lachte haar toe en ze klonken hun glas wijn tegen elkaar. Tot de laatste hap at ze haar bord leeg. Nooit zal ze hem nog proeven. Smaakvol, dat was hij.

Kwinten Fort
7 0