Lana99

Gebruikersnaam Lana99

Teksten

De legende van de sterrenqueeste

Geboren uit de koude wolken van het oneindige zoeken zij de warmte van hun bestaan. Eenzaamheid bezorgt hoofdpijn, maakt klonters die te onhandig zijn om niet te botsen. Daar is waar de warmte groeit. Of die warmte een specifieke naam heeft, laat ik aan jou over. De kracht van een duizend zonnen vraagt veel van een klein hart, maar zij hadden veerkracht. Zweefkracht, dat is misschien een beter woord. Tijd tuimelde verder en hun oog knipperde. Bleef knipperen. Zacht. Alsof ze de eeuwigheid moesten overwinnen. Voor het eerst konden Anderen zien. Het was prachtig. Alles was schitterend. Als Arië eerst kon dromen, had ze zelfs dit niet durven voorstellen. Draaiende parels begroetten haar elke dag, bouwden tempels voor haar, deelden hun wensen met haar. Je kon ook niet langs haar heen kijken. Al ging ze soms verloren in de massa van haar broeders en zusters. De ene dag ging ze jaloers kopje onder in de zwarte zee. De andere dag tekenden ze samen figuren waar zij weinig betekenis achter zochten. Voor de parels betekenden het alles. In een plaats waar tijd louter een losse draad is, besef je niet wanneer het einde nadert. Arië was de jongste en zag er weinig erg in om het ene moment tussen rode reuzen te sluipen en het andere te tippelen tussen de witte dwergen. Nu was zij de grootste, de helderste, de sterkste. Maar aan welke euforie klampte jij je vast wanneer de rest één voor één de duisternis begon te omarmen? Ze moest dit stoppen. Wanhopig strekte ze haar armen uit, maar niemand die haar vlam aanvaardde. Ze stootte en botste, doch niets wat hun eerdere leven evenaarde. Ze keek toe hoe haar broeders en zusters zich gewonnen gaven aan de kilte. Meteorietentranen trekken als tirannen machteloos naar het niets. Het zou niet lang meer duren vooraleer de hoofdpijn zou terugkeren. Ze zag die stille, draaiende parel die zijn leven nog steeds toewijdde aan haar. Haar licht, zijn leven. Haar licht, hét leven. Een vonk ontsprong. Arië scheen als een wilde vuurvlieg. Ze kende geen einde, dus wilde ze er niemand in laten geloven. Haar broeders en zusters lachten haar toe. Ze waren leeg, maar spiegelden wit goud naar haar toe. Schijnen voor anderen heeft echter een prijs. Haar zwellend hart duwde tegen de rotsige ribben en voor ze zichzelf in eeuwige stilte hulde, schreeuwde ze nog een laatste keer alle kleuren die ze ooit had gezien uit haar roestige longen. Eerst was het heet, toen ijskoud. Geboren uit de koude wolken van het oneindige zochten zij de warmte van hun bestaan. Arië keek toe hoe nieuwe oogjes knipperden: dochters en zonen. Ze kroop weg uit de mist; zij moesten hun eigen queeste bewandelen. Bezweven, dat is misschien een beter woord. Arië wachtte af tot het einde hen zou inhalen. Waarna ze hen dan zou sluiten in een omhelzing en hen in haar eindeloze hart zou verder dragen.  De Sterrenqueeste is een tocht die een menselijke klok onmogelijk kan volgen. Hoe kort de woorden de queeste doen uitschijnen; ze helpen te schreeuwen tegen de geeuw van het einde. Het laatste woord zal daarom nooit van hem zijn.

Lana99
0 0