Gebruikersnaam Leen De Backer
Ik ben een conservenblikje beperkt houdbaar. Eenmaal geopend lijd ik aan schimmel en bederf. Ik wil de laatste resten: al smaken ze slecht, ik eet ze traag. De bodem zichtbaar is het met mij gedaan ik ben dan dood. Toch eet ik met smaak en vol vertrouwen zolang de voorraad strekt.
Begroeid met wilde wingerd wordt ze oud maar niemand weet? Nog ouder ontmantelt ze en plant klimop in haar décolleté: immer groen - immer jong. Zo haalde de klimopvrouw de krant want ze stikte en verstierf (in eigen begroeiing)
Tussen mensen verstenend wordt ze been: kammen en knopen van een mannetjeskraam, scharesliep, wie kent mij nog Zo bestemt ze haar gebeente, testamentair. Rest vel, vlees, organen verplicht asiel. Vruchteloos geleefd duurzaam dood.
ik ben aanwezig in de stilte ik adem in en dan weer uit wolken drijven voorbij terwijl ik binnen ben in mij ik weet mij veilig ik wil hier wonen mijn laatste uitwendige wortels trekken zich terug leidzaam zich verankerend het bevrijdend besef alleen nog met mij te zijn verbonden zalft mijn cellen niet meer overvol met wereld en met tijd creëer ik rust om te hernieuwen zo leef ik mijn leven langer