Stalen hart
Ik weet dat jij de sleutel bent van mijn ongesloten tralies.
Maar je bent ook mijn buur van de duistere gangen.
De uitspraak was al lang gemaakt, voor we samen vast zaten.
Toen we onze handen tussen de tralies hielden.
Hoop in onze handen aan elkaar doorgaven. Voor het eerst voelde ik warmte door al dat staal.
Maar we werden gek tussen die vier muren.
De waan dat de muren in elkaar schoven, onze handen elkaar niet meer bereikten.
Nu de tralies in een stalen muur is verandert...
Is de stilte nog killer dan de koude die ik uitblaas in de wind.
Ik mis je, en ik weet dat jij me ook mist.
We weten maar al te goed dat de deur openen geen moeite vraagt.
Ik ben het wachten moe, ik vat kou zonder jou.
Je kreeg alle kansen maar je keek liever naar een wit blad.
Ik begrijp niet dat we zoveel excuses maken over één oordeel.
Nu er zoveel tijd voorbij is gegaan, weet ik niet of je nog naast me zit.
Ik ben je aan het opgeven, nu de winter is aangekomen.
Twee verkeerde handen houden me vast, dat had jij kunnen zijn.
Het zijn vooral in de eenzame avonden dat ik naar je me mijmer.
Maar die tijd vul ik op nu, het is genoeg geweest.
Vanavond schreeuw ik tegen die vervloekte muren.
In de hoop dat je me voor het eerst eens kan horen huilen, want ik wordt ook gemarteld door die stilte.
We kunnen zo gelukkig zijn samen, maar we zijn geboren voor het ongelukt.
Verslaafd aan de pijnstillers.
Binnen een paar maanden gaan we weer voor elkaar staan.
Ik vraag me af of we de tijd samen zullen nemen,
Of vrijwillig onze cel weer binnengaan.