De misdaad in de tuin
Op een zomerse woensdagmiddag haastte Leon zich van school naar huis. Hij had stress voor het huiswerk dat hij nog moest maken en wilde zo snel mogelijk thuis zijn. Leon was zeventien jaar en had astma; bij warm weer was ademen soms moeilijk en daarom hield hij zijn puffer altijd bij zich. Hij woonde samen met zijn zus Shelly en zijn papa die sinds twee jaar alleen voor hen zorgde. Hun mama was overleden en Leon miste haar elke dag. Zijn papa probeerde zijn best te doen voor zijn kinderen maar hij was ook heel verdrietig.
Zoals elke dag nam Leon alleen de bus naar huis. Toen hij in zijn straat was, merkte hij iets vreemds op: de voordeur stond open. Even probeerde hij zichzelf gerust te stellen en dacht hij dat het de wind was, maar diep vanbinnen was hij ongerust.
Binnen zag hij dat het huis volledig overhoop was gehaald. Zijn hart begon sneller te kloppen en zijn ademhaling ging tekeer. Hij panikeerde en zijn puffer viel uit zijn hand. Leon begreep niet wat er gebeurd was. Toen hij merkte dat de vijf gouden zwaarden van zijn mama verdwenen waren, voelde hij boosheid opkomen. Die zwaarden, die ooit toebehoorden aan zijn mama, een kung-fu-master, waren zijn belangrijkste herinnering aan haar. Bezorgd om zijn dieren liep Leon naar de tuin. Hij had twee katten, drie honden en vijf kippen. Terwijl hij telde, verstijfde hij: hij zag maar één kip. Tranen rolden over zijn wangen terwijl hij zich neerzette. Hij voelde zich machteloos en alleen, zonder te weten dat zijn papa op dat moment, onderweg naar huis was.
Plots hoorde Leon geritsel in de struiken. Zijn hart sloeg opnieuw op hol. Waren het zijn verdwenen kippen, of was er nog iemand in de tuin? Hij hield zijn adem in en probeerde zo stil mogelijk te blijven. Voorzichtig nam hij een tak die tegen zijn fiets stond om zich te verdedigen. Toen hij de struiken opende, zag hij een gemaskerde man. De man schrok, maar Leon schreeuwde zo luid dat de hele buurt het kon horen. Leon sloeg met de tak naar de man. Die haalde een van de gestolen zwaarden tevoorschijn en viel Leon aan. De man wilde ontsnappen. Leon wist de aanval af te weren en sloeg terug waardoor de man viel en met zijn hoofd tegen een steen terechtkwam. Hij lag op de grond.
Met trillende handen trok Leon het masker af en herkende zijn buurman. De buurman schaamde zich. Op dat moment kwam Leons papa thuis. Hij voelde opluchting toen hij zijn zoon zag en luisterde naar Leon zijn verhaal. De politie werd gebeld en de buurman werd opgepakt. Leon besefte dat hij geluk had gehad. Zijn papa was fier op hem want Leon was een held.