mapla

Gebruikersnaam mapla

Teksten

Enkel glas

Dag,   Mocht de ananasplant op de vensterbank niet zo schaamteloos verdikt zijn, dan was het zicht op Maria prachtig. Zeker rond deze tijd van het jaar. Maria, mama van Jezus, woont al sinds 1988 in een glazen kastje tegen de kapelmuur recht tegenover ons huis. Dat jaartal heeft iemand met een sierlijk maar onstabiel handschrift op een bord onder het mariabeeld gehangen. Waar Maria voor 1988 woonde, dat weten we niet. Vlak voor de kapelmuur staat een Japanse kerselaar met daaronder een zitbankje. De kerselaar staat bijna in bloei. Ik beeld me in dat Maria dit ook de mooiste tijd van het jaar vindt, net als ik. Het bankje wordt dagelijks bezeten door mensen die een boodschap hebben aan of voor Maria. Meestal zijn ze alleen. Ze zetten zich neer, maken een kruisteken en buigen het hoofd. Onze straat is niet breed, het bankje staat op amper enkele meters van ons raam. Mochten de mensen luidop spreken, dan kon ik misschien horen hoe hun gebed klinkt. Maar ik hoor niks want onze ramen zijn driedubbel beglaasd. Over enkele dagen staat de kerselaar in volle bloei en dan doet zich elk jaar opnieuw hetzelfde tafereel voor. Een hoop fototoestellen met Japanse toeristen overspoelen de straat. En wij kijken samen met alle buren glimlachend toe vanachter onze geïsoleerde ramen. In de 11 jaar dat ik op deze plek woon, zag ik nog geen enkele buur een foto maken van de kerselaar.   In onze buurt woont een blinde man. Dikwijls zie ik hem bij de bakker, samen met zijn hond. De bakkersvrouw spreekt de blinde man aan bij zijn voornaam, zodat hij weet dat hij aan de beurt is. Mijn voornaam kent de bakkersvrouw niet. Dat vind ik niet erg, want ik vind haar zo onaardig dat ik liever op een zo laag mogelijk kennismakingsniveau blijf. Waarom ik haar niet aardig vind, daar moest ik zelf ook even over nadenken. Maar op een zondagochtend in de croissantrij wist ik het. Ze keurt mijn bestelling altijd af. Dat zegt ze niet letterlijk natuurlijk, maar ik zie het aan haar mimiek en ik hoor het aan haar stem. “2 pistolets en 2 chocoladebroodjes alstublieft”, zeg ik. En dan zie ik het meteen: dat vindt ze een slechte keuze. “Dat zou jij beter niet doen”, zie ik haar zeer duidelijk denken. Ze knikt niet, ze lacht niet, ze kijkt meteen weg en heel haar lichaam straalt een ongenoegen uit wanneer ze mijn broodzak vult. Ze gaat gewoonweg nooit akkoord met mijn keuze. Als ik het de zondag daarop probeer met 2 sandwiches en 2 crèmekoeken, reageert ze op exact dezelfde manier. Nee, dat komt niet meer goed.   En nochtans draag ik die warme bakker geen koud hart toe, integendeel. Onze straat bestaat uit huizen die aan elkaar kleven en de bakkerij vormt de eerste in de rij. Om 5u ’s ochtends gaan de deuren daar al open. Mensen die om 5u in de ochtend aan hun werkdag beginnen, die vind ik sowieso sympathiek. Die durven het aan om die lome ‘nine to five’ van antwoord te dienen. Gelijk hebben ze, want eigenlijk biedt die vroege dagstart alleen maar voordelen. Bijvoorbeeld: om 5u zijn er nog geen meningen. De radio speelt gewoon muziek, zonder onderbrekingen van commerciële of opiniërende aard. De vingers van de twitteraars zijn nog niet geactiveerd. Zeurende kinderen en bejaarden zitten nog in hun remslaap. Wat een heerlijk meningloos moment! Dat er zoveel mensen elke ochtend het zelfgekozen leed opzoeken door op hetzelfde piekmoment van meningen de dag te starten, dat vind ik enigszins merkwaardig. Zelf sta ik elke dag op om 5u25. Dat is al vrij laat voor iemand die liever niet overspoeld wordt door meningen. Maar eens de ochtendopiniefile alles blokkeert, zit ik al lang in een volgende dagdeel. Toch raad ik ook jou aan om vroeger op te staan. Probeer het gezeur en gemopper eens voor te zijn en je zal zien dat de dag compleet anders verloopt.   Het kastje van Maria is gemaakt van enkel glas. Dat stelde ik vast toen ik op een dag die bezienswaardigheid in onze straat eens van dichtbij wou bekijken. Op het moment dat ik met mijn neus tegen het glas geplakt stond, passeerde de blinde man met zijn hond. Uit angst dat ik de man zou doen schrikken, bleef ik stokstijf staan. Dat deed de hond natuurlijk ook. “Hallo?”, zei de blinde man licht aarzelend. “Dag Pieter”, zei ik, dankzij de bakkersvrouw. “Dag Maria”, zei Pieter, en hij stapte verder. Ik staarde het duo nog even na en keek dan naar ons huis aan de overkant van de straat. Mocht de ananasplant op de vensterbank niet zo gênant groot zijn, dan was het zicht op de vrouw in onze woonkamer prachtig.

mapla
8 0