JUFFEN!!!
Die morgen vroeg ik paps of opa me naar school bracht. Paps antwoordde dat het veel te koud was. “Opa kruipt vandaag achter zijn kachel en komt er niet achter uit!” Hoe geraakt opa achter die kachel? Hoe kan hij daar de hele dag blijven zitten? Is het er niet veel te heet? Vreemd!
Mama smeerde mijn boterhammen voor ’s middags. ”Waar heb je zin in?”, vroeg ze. “Choco”, zei ik. Wat later gaf mama me een zoen, liep de achterdeur uit om te gaan werken en vond ik als ontbijt twee boterhammen met salami. Bah!
Paps bracht me met de auto. De schoolbel rinkelde toen ik uitstapte. Ik spurtte naar de rij. “Knip” deden de meester zijn vingers. We stapten binnen. “Wachten aan de trap!”, beval de meester. Direct daarna knalde ik tegen de jongen voor me. Waarom stopte hij ineens?
Maar goed, we stapten verder en ik wachtte aan de trap. Toen botste die stomme kerel achter me tegen me aan en stortte ik, met de zware boekentas op mijn rug, op de onderste treden van de trap. Mijn neus bloedde. Hevig! De meester denderde de trap af. Hij trok me aan de kraag van mijn jas recht. Ik hoorde hem “bloedworst” lispelen. Maar dan zei hij vriendelijk: “Tsjonge, loop jij maar naar de E.H.B.O.-juf.” Ik spurtte dus weg, maar de meester riep me “Niet lopen in de gang, Maurice” na. Ik stopte onmiddellijk en wist niet wat doen. Gelukkig passeerde toen de zorgjuf. Zij bracht me naar het E.H.B.O.-lokaal.
“Wat heb jij aan de hand?”, riep de E.H.B.O.-juf. “Mijn neus bloedt”, piepte ik terwijl ik naar mijn handen keek. Daar scheelde niets aan.
Ze propte bloedstelpende watten in mijn neus en zei dat ik naar mijn klaslokaal kon gaan. Nee! Dat kon ik niet! Ik vond mijn klaslokaal niet! Ik liep door gangen, ging trappen op en af, gebruikte stiekem de lift (alleen de juffen en meesters mogen dat…) maar vond nergens mijn klas. Een poetsvrouw sprak me aan: “Zoek je iets?” Ik antwoordde dat ik mijn klaslokaal niet kon vinden. “Bij wie zit je in de klas?” vroeg ze. “Bij Ashley en Richad en Siska en Robbrecht en Zeynep en …” Fout! Ze wilde weten bij welke meester of juf ik in de klas zat. “Bij meester Willy”, antwoordde ik. Toen pakte ze mijn hand! Ik rukte me los. Ik wilde niet dat iemand mijn hand vastpakte. Ze probeerde opnieuw mijn hand te grijpen. Wat daarna gebeurde, herinner ik me niet meer. Ik weet alleen dat ik kwaad werd en dat de directrice me uiteindelijk naar mijn klas bracht. Toen ik binnenging, lachte iedereen. Ik weet nog steeds niet waarom. De meester zei dat ik moest gaan zitten en in mijn rekenboek nummer 4 pagina 18 maken. “Reken raak!” las ik boven de oefeningen. Reken raak?! Ik dacht wel een kwartier na maar wist echt niet wat doen.
Na de speeltijd stapten we naar de sporthal. Eerlijk gezegd zou ik die turnlessen wel leuk willen vinden: trampoline springen, koprollen, hoelahoepen, … thuis in de tuin amuseer ik me daar wel eens 10 of 15 minuten mee. Maar die turnmeester wil precies topsporters van ons maken. Als hij denkt dat we ons niet voldoende inspannen, wordt hij pissig. En die grote sporthal, het lawaai van de kinderen en die chaos maken me bloednerveus. En vandaag knipperde er een lamp aan het plafond. Gelukkig besliste ik op tijd mijn meest beteuterde gezicht te trekken. En het lukte weer. De turnmeester stuurde een leerling om de zorgjuf te zoeken. Even later stapte ze op haar vrolijkst naar me toe. Zij en ik gingen in een kleedkamer zitten praten. Gelukkig lukte het me een hele tijd héél zielig te kijken en te praten. Ondertussen ging de turnles lekker verder. Plus: elk gesprek met de zorgjuf heeft nog een voordeel: haar dikke borsten rollen altijd bijna uit haar blouse. Ik hoef alleen maar zo triest mogelijk mijn ogen juist genoeg neer te slaan om te zien wat er te zien valt…
Later zaten we in de eetzaal. Iedereen moet er zwijgen. Niemand doet het. En omdat we op school alleen Nederlands mogen spreken, stak Amely haar vinger op: “Juf, Zeynep praat Turks”, waarop de eetzaaljuf riep: “Zeynep moet zwijgen! In het Nederlands! En in het Turks!” Hoe kan je zwijgen in het Nederlands? En tegelijkertijd in het Turks? Vreemd.
Toen ik mijn boterhammendoos opende vond ik choco tussen mijn brood. En ik had nog zo’n zin in salami!
Dan mochten we de eetzaal verlaten. Ik liep langs de eetzaaljuf om te vragen hoe dat zat met zwijgen in het Nederlands en in het Turks. Maar ze zei: “Je moet gewoon zwijgen in de eetzaal. Punt!” Zwijgen in de eetzaal punt. We leerden van de meester dat we leestekens wel schrijven maar niet zeggen: “Mams, krijg ik een koek vraagteken.” “Paps, stop daar nu mee uitroepteken.” Vreemd.
Tijdens de middagpauze voetbalden de kinderen. Ik heb het één keer geprobeerd, voetbal. Op een echt plein, met witte lijnen. Paps stond naast zo’n lijn “naar voor,” tegen me te roepen. Ik liep dus vooruit. “Nee! Andere kant op!”, brulde paps toen. Vreemd.
Na de middagpauze vertelde de meester over vroeger. Dat vind ik altijd fijn. Deze keer had hij het over de Franse Revolutie: Liberté, Egalité, Fraternité! De Bastille, de guillotine… “Tsjak!”, zei de meester, “kop eraf!” Ik zag de kop van de Franse koning rollen. Maar hoe moest hij daarna zijn kroon dragen? Ik hielp opa eens kippen slachten. Ik hield een kip stevig vast en legde ze met haar nek op een houten blok, opa hakte met een scherpe bijl de kop er af. Dan mocht ik het beest loslaten. Zo’n hen liep dan, zonder kop, zo snel ze kon weg van opa en mij. Toen ik aan de meester vroeg of de Franse koning na de “tsjak” ook probeerde te vluchten, draaide hij zijn ogen helemaal naar boven, ik denk wel tot in zijn hersenen. Bestaat die guillotine in België ook? “Tsjak! Kop er af!” Hoe moet koning Filip voortaan zo stijf-deftig van links naar rechts en terug kijken? Of “Tsjak! Billen er af!” Van Mathilde, uitroepteken!
Maar die lessen over vroeger, “geschiedenis”, vind ik geweldig. Franse Revolutie: 1789, Caesar verslaat de Belgen: 57 voor Christus, Karel de Grote wordt keizer: 800, Verdrag van Verdun: 843, Eerste Kruistocht: 1096, laatste (negende) kruistocht: 1271-1272, Guldensporenslag: 1302, Columbus ontdekt Amerika: 1492. 1495-1498: Leonardo Da Vinci schildert het Laatste Avondmaal, 1500: Geboorte van keizer Karel in Gent. Nog? Ja? Dood van keizer Karel: 1558, 1624: Walen, géén Hollanders, stichten New York. 1798: Boerenkrijg. 1815: Napoleon verslagen in Waterloo. 1830: België, 1900: eerste luchtreis van een Zeppelin. Interessant, hé?
Na die les mochten we tekenen. Ik was het tekenen snel beu en begon met mijn passer te prutsen. “Maurice! Hou op en doe door!”, bulderde de meester. Wat moest ik daar nu mee? Vreemd.
Dergelijke voorvallen verwarden me op de basisschool. Gelukkig stonden er toen een meester, een zorgjuf,een oefenjuf, een inoefenjuf, een handelingsjuf , een behandelingsjuf, een nabehandelingsjuf, een mishandelingsjuf en een E.H.B.O.-juf voor me klaar.
Die basisschool heb ik al een tijdje verlaten. Nu staat niemand meer voor me klaar. Vreemd. Uitroepteken.