Lieve Nora,
Drie uur in de namiddag. Langs mijn open raam sluipt een fris briesje binnen dat mijn gordijn licht laat golven. De zon prijkt in de blauwe hemel. Toen ik om zeven uur de rolluiken optrok, keek ik in een grijze morgen. Aan de overkant van onze wel zeer brede laan, hing mist tussen de bomen van het bos. Buiten, geen geluid. Ik miste het gekrijs van de kauwen, het roekoeën van de duiven. Ik stak mijn neus buiten en snoof. Geen stank vandaag noch gebulder afkomstig van onze buur. Die ligt aan de overzijde van de Schelde; de petrochemische industrie.
Ook op dit uur lijkt onze buurt een stiltegebied. Files kennen we niet, enkel die van een stoet rolstoelgebruikers die op wandeling vertrekt vanuit het woonzorgcentrum. Een enkele auto zoeft voorbij, een puffende dieselbus, een verdwaalde vrachtwagen dendert over de putten in het wegdek. Op het fietspad, tussen de rijen platanen, een eenzame fietser. In het grasveld twee waggelende woerden. Ieder jaar komen ze terug. Waar zit het vrouwtje? Slaapstad noemt men ons. Misschien is het gewoon uit jaloezie omwille van de ruimte en het groen waarin we wonen.
Voorbij mijn raam wandelen buren die hun hond uitlaten, terugkeren met boodschappen, joggers. Sporadisch waaien flarden van een gesprek mijn woonkamer binnen. Een extraatje van wonen op het gelijkvloers én ik ken bijna iedereen.
Vanmorgen kwam ik Sofie nog tegen. Ik probeer haar te mijden. Zij is een beetje een roddeltante en criticaster. Wat zag ze er uit! Pleisters op haar voorhoofd, blauwe plekken in het gelaat, een gekneusde lip. "Gevallen?" Ze knikte. "Ik struikelde toen ik liep om de bus te halen." Dat het niet verstandig was, antwoordde ik, dat er vijftien minuten later toch een volgende bus aankwam. Daarna ging het over het lawaai afkomstig van de fabriek de dag voordien en hoe het tot 's nachts duurde. Ja, ik sliep
ook slecht.
Oh, daar heb je de pakjesman van Post NL weer. De bestelwagen houdt meerdere keren per dag stil voor ons gebouw. Ik benijd die man niet. Hij ziet er altijd zo vermoeid uit. Hij vindt het zelf geen leuke job dat vertelde hij onlangs toen ik een pakje aanam voor een buur. Ik doe het regelmatig uit medelijden met hem. Ellenlange dagen, overvolle wegen, omleidingen, wegenwerken, agressie. Zijn route slibt steeds meer dicht. Verschrikkelijk. Kilometers vreten om pakjes te bestellen bij mensen die niet thuis zijn. De bel bij de naam zoeken wat op een belpaneel als het onze geen sinecure is. Wachten, een krabbel op het electronisch bakje en hop, naar het volgende adres. Een eenzaam beroep, echt contact is er niet. Natuurlijk bestaan er nog beroepen waarvoor je de baan op moet maar pakjes bestellen zou echt mijn laatste strohalm zijn.
Ik kijk uit naar ons weerzien volgende maand. Samen lekker eten en bijpraten. Hopelijk zijn mijn gezondheidsproblemen dan volledig van de baan
Liefs
Mieke