Nanek

Gebruikersnaam Nanek

Teksten

laat me eruit !

Het gaat allemaal traag, daar is niets meer aan te doen. Met mijn looprekje duw ik mezelf de open geschoven glazen deur door, het restaurant binnen. Met tegenzin. Ik kom hier niet graag. Het ruikt hier naar slecht gewassen sokken en Dettol en het is hier allesbehalve gezellig. Veel te veel licht, veel te koel. Ik kijk nergens naar, kijk niemand aan, wil zo vlug mogelijk aan mijn tafeltje plaats nemen en de smurrie die ze me aanbieden achter mijn vals gebit laten verdwijnen. Dan zijn ze blij, want opaatje deed alweer zijn best en dan mag ik naar mijn kamer terug. Daar wil ik zijn na de middag, dat is het mooiste moment van de dag, maar nu eerst deze kantine door naar mijn tafeltje, naast dat van Jef. Zoals steeds klinkt hier een gedempte chaos van kletterend bestek, klinkende glazen, slokkende kelen, kakelende verpleegsters en hier en daar een scheet of een boer. Mijn tafeltje staat bijna in de hoek tegen de muur en daar is het wat aangenamer toeven dan in het midden van de zaal waar ik nu door moet. Vroeger zat ik midden van die zaal, maar op een middag vroeg ik wat zout om het eten wat smaak te geven en sinds dien hebben ze me verbannen naar een uithoekje. Ik herinner me dat nog goed. Dikke Bea, ik noem haar Bella, die steeds de plak zwaait in het restaurant omdat ze de meeste ervaring heeft met eten, had me gehoord, kwam met grote ogen naast me staan, tikte met haar dikke, vuile worstenvingertjes luid op mijn tafel en riep luid "Zout ? Opaatje wenst zout ? Weet opaatje wel wat zout met gezonde mensen zoal doet ?!". Na dat gekijf werd het stil. Alle oudjes keken mijn richting uit, behalve Helga, die is doof en at rustig smekkend verder, en pas toen ik piepend en ineengekrompen mijn excuses aanbood gaf iedereen terug aandacht aan het smaakloze prakje op hun bord. Sinds dien zit ik dus hier dus, naast Jef. Jef die me steeds tussen 2 gulzige scheppen krijsend begroet met de opbeurende woorden : "Awél, zijt gij hier nog ?" waarbij een deel van zijn soep of zijn puree langs zijn kin op zijn broek belandt. Mijn eten wordt gebracht. Gezien ik een looprekje nodig heb kan ik geen bord of plateau dragen. Heb het al geprobeerd, maar het was geen succes, heb weinig gegeten die middag. Niet dat ik nu veel zal eten, dat doe ik hier in het restaurant nooit. Achteraf, ja, terug in mijn kamer, maar nu moet opaatje de verpleegsters gerust stellen en toch enkele scheppen naar binnen wurmen, dan hebben we flink gegeten, dan zijn we allemaal content en mag ik gaan. Wat op mijn bord ligt is kleurloos, zoals steeds : bijna witte puree, bijna beige kalfsblanket onder een smakeloos bijna doorzichtig sausje versiert met iets wat bijna op gekookte worteltjes lijkt. De soep in gemaakt van mos, althans zo smaakt ze, zo ziet ze eruit en zo warm is ze. Kan je al een beetje begrijpen hoe gelukkig ik hier ben ? Ik, die steeds zo graag kookte, die zo graag in restaurants mijn ogen sloot om alle geuren op te snuiven en die in gedachten netjes voor me te leggen en ervan te genieten alsof ze potloden waren met zulke sterke, warme kleuren dat je er de mooiste, vurigste tekeningen mee kon maken. Ik moet hier weg, de glazen deur door, naar mijn kamertje terug. Eerst nog even wachten op mijn glas water en ondertussen staren naar Greet. Zij is blind en doof en zit kromgebogen met haar handen in haar bord te zoeken naar iets wat nog op eten lijkt. Arm mens. Telkens zij haar bord voor zich op tafel krijgt gesmeten komen anderen de beste stukjes vlees wegprikken en verdwijnt haar dessert. Ze ziet dat niet, ze hoort dat niet. Als ze tastend haar bord heeft gevonden ligt daar alleen nog wat puree en stukgekookte groenten op. Met haar kromme dunne vingers schraapt ze dat dan samen en mikt ze dat tussen haar trillende lippen. Mijn glas is leeg, de vrijheid wenkt. Ik hijs me recht, tjok met mijn rekje richting de deur, richting mijn kamertje. Daar wacht me kleur en smaak, daar zal ik genieten. Luna, de zwarte engel die hier de animatie verzorgt houdt steeds haar middagpauze bij mij. Zij is gemaakt van bruine suiker. Zwarte ogen en een stralende glimlach maakt het plaatje compleet. Dan babbelen we honderduit over reizen en maken onmogelijke plannen om hier samen te ontsnappen.  En dat ze elke dag een kleurrijk, smaakvol fruittaartje voor me meebrengt is de hemel ! Dan leef ik, dan kriebelt het, dan vergeet ik mijn leeftijd, dan droom ik. Luna, even geduld, ik kom ! Ga open deur, ik wil eruit !

Nanek
1 0

donderdagavond ben ik je man !

Langzaam kwam Hans uit zijn gehurkte positie rechtop. Zijn knietjes en zijn zwarte schoenen kraakten daarbij om ter luidst en dat was naast zijn onrustige zware ademhaling het enige geluid in de lege kamer. Op de grond voor hem lagen de briefjes waarmee hij een tijdje zoet was geweest. Als puzzelstukjes had hij die papiertjes in de juiste volgorde gelegd, op elk van die briefjes stond een woord. Nu Hans rechtop stond waren zijn bolle wangen rood als een gezonde radijs en zweetdruppeltjes parelden op zijn slapen. als het kan en het ok is voor jou ben ik elke donderdagavond je man Hij las de zin steeds opnieuw in de stille hoop er nog iets anders van te kunnen maken en tijdens dat lezen kneep hij zijn varkensoogjes tot kleine spleetjes en trok daarbij enkele rimpels in zijn grote voorhoofd. als het kan en het ok is voor jou ben ik elke donderdagavond je man Hij had verdomme liever een middeltje gevonden om uit deze kamer te ontsnappen ! Een sleutel.. een hint.. iets ! En hij had verdomme ferm honger en dorst en was de situatie waarin hij was terecht gekomen klote beu ! als het kan en het ok is voor jou… Een vermoeide, dikke volwassen man in een lege kamer. Geen in-of uitgang. Niet 1 deur of luikje of venster die hij wel met veel plezier had willen stuk stampen ! Verdomme ! Enkel grauwe muren en een gladde zwarte vloer rondom hem. Hij stond middenin een kale doos met boven hem een peertje dat reeds lange tijd treiterig een zacht roze licht op hem wierp. als het kan en het ok is.. Wat had hij daar nu aan ? Hans was stijlvol zwart gekleed maar na de avonturen die hij het voorbije etmaal mocht doorstaan waren zijn kleren reeds ferm gehavend. Het zachte licht weerkaatste in de zweetdruppeltjes die langzaam over zijn wangen naar zijn kin gleden. Hij sloot zijn ogen.  Rustig worden, kerel, zo ga je geen oplossingen vinden, dit heeft geen zin.. Diepe zucht. Het spookte in zijn kop. Hoe was hij nu weer in deze situatie terecht gekomen ? Juist ja, het begon uren geleden toen hij het leslokaal verliet en naar huis ging rijden..

Nanek
1 0