Ruddy

Gebruikersnaam Ruddy

Teksten

Jij een eitje?

                                                                                              Boedapest, 7 april 2018   Beste correspondent,    Hoewel we elkaar niet lijfelijk kennen, zelfs niet telepathisch of onderbewust (als dat al zou kunnen), elkaar eerder kennen op afbetaling of gegokt kennen (want wie heeft zich niet al een beeld gevormd van de vrouw of man aan de andere zijde?) hadden we stiekem een afspraak. In mijn uittekenen over hoe jij zou zijn en waar jij zenuwachtig van wordt en waar jij van houdt, zou ik het beslist in mijn eerste brief gaan hebben over de exotische, luxueuze omgeving waarin ik me nu hoopte te bevinden. In het sterrenhotel in Cascais bij Lissabon, de zon in pole position, mijn boek op schoot, het blauwe water sober en majestatisch rustend. Ter plaatse rust. Op die plek leerden mijn moeder en mijn dochter elkaar kennen, intussen een eeuwigheid geleden. Ze hadden eerder al notie van elkaar hoor, ze hadden elkaar al vaak ontmoet, welwillend naar elkaar geglimlacht. Toch was het pas in Lissabon, door de aardse daad van het samen slapen, het samen ontwaken, het nachtelijke wiegen en troosten wanneer dat nodig was, dat de band er plots was. De generatiewissel was beklonken, onze reis als een soort fakkelviering. Vieren viel daar wel aardig mee. Als het om sterrenhotels gaat, zijn wij, ik in het bijzonder, dol op twee dingen: infinity pools (op nummer één) en het grenzeloze, overdadige, ‘intercontinentale’ (moet er nog grandeur zijn?) ontbijt. Daar kan je je vast een voorstelling bij maken. Een grenzeloos reisontbijt is een begrip, niet? Ik weet dat je nu aan de roereitjes met bacon en worstjes denkt, geef toe! Die je nog heerlijk kan peperen en zouten. Of er nog een gegrilde champignon of schijfje courgette op leggen. Ik had me verlekkerd voorgenomen je vandaag te bekoren, niet alleen met vochtige roereitjes met paprika, maar ook met sappige fantasiekubusjes mango en ananas, en met het glas champagne dat zo merkwaardig past bij het bruine toastje waarop het mes krast en de boter smelt. Het IS dus niet zo. Ik waad helemaal niet gracieus door de infinity pool, ik ben in Boedapest. Lissabon zal nog maanden op zich laten wachten, zei mijn moeder, eerst moet meter leren sterven. Meter, de oudste langst levende fakkel in rang. Oké, mij best. Ik besloot Hedwig op te zoeken te midden van haar geadopteerd Hongaarse roots. Lukas ging er ook zijn. Altijd vrijwilligers. Hedwigs appartement is klein. Het ligt hoog, in een antiek, sovjetaandoend huis met traliewerk. De appartementen situeren zich rond een doodse binnenplaats, het is er verbazingwekkend stil tegenover het verkeerskabaal op straat. Hedwig woont op de derde verdieping, maar als je de trappen neemt, blijkt het 6 hoog te zijn. Op die hoogte doet de binnenplaats al serieuze mindgames met je. De gapende afgrond, met eenvoudige rails ervoor, in een vierkante vorm. Om bij de deur van het appartement te komen, moet ik de helft van het vierkant op. Links, rechtdoor, rechts, rechtdoor. Bij het stappen en keren, zwaait mijn blik panoramisch over traliewerk en afgrond. Onwillekeurig bedenk ik de ene na de andere situatie waarbij ik in no time beneden zou kunnen terechtkomen. Vooral het scenario van de impulsieve, zelf georkestreerde sprong na een ruzie of tijdens een overmoedige dronkenschap, jaagt me angst aan. Je hebt uiteindelijk niet zoveel nodig om… nee? Een misstap, een inschattingsfout, een gril: dagelijkse kost, toch? Gisteren zag ik twee militairen die in cirkelvorm rond een vlaggenmast stapten, en bléven stappen. In slow-mo-tempo. Met een zonnebril op en de lippen in een lijn. Ze bleken de vlag te bewaken, hoewel ze ettelijke meters hoger vrolijk en vredevol hing te wapperen. Los van de zinvolheid van dit ceremoniële stappen, volgden mijn ogen vooral de cirkel, werd ik er naartoe gezogen. Hebben zij ook angst om te wankelen? In het middelpunt te vallen, in een gril of onweerstaanbare drang?    Het ga je goed, correspondent! Ik hoop jou gauw te lezen. Fijne week,       

Ruddy
0 0