Familie- en bildungsroman De Bevruchting - Proloog.
De buitensporige disfunctionaliteit van het gezin Parker had lachwekkend kunnen zijn - en dat was het ook tot op zekere hoogte - ware het niet dat ouders en nageslacht in toenemende mate milde tot groteske sporen vertoonden van wat men met een eufemisme 'onaangepast gedrag' pleegt te noemen. Een krak in de kop, een hoek af zo je wil. Mooi verpakt, dat wel maar toch her en der steeds meer barstjes vertonend.
Niet dat iemand ook maar iets vermoedde, natuurlijk niet. Laat staan dat ook maar één buitenstaander het zou geloven. Immers, toen de heer Parker op 70 jarige leeftijd besloot zijn succesvolle bedrijf op te doeken wegens geen erfelijke opvolging, kwetterde een verkoopster op de regionale bladzijden van een plaatselijke krant hoe jammer dit toch was en wat een goede baas de heer Parker altijd was geweest. De restaurantuitbater van de oester- en kreeftenbar waar de pater familias al dan niet dagelijks dan toch drie maal per week ging dineren, wist te melden dat de heer Parker bij elk bezoek aan zijn zaak uitermate vrijgevig en vriendelijk was geweest en het 4de provenciale voetbalteam was nog steeds verrukt met de centen die de goede man in hun ploeg investeerde en vertelde hoe geestig hij toch kon zijn tijdens het hijsen van ettelijke pinten in de kantine na weer een verloren match. Ja, ja ...
Maar achter de glitterende façade van dure wagens, grote villa's en andere oogverblindende welstand, gaapte de leegte, erger nog, de leegte was tot de nok toe gevuld met menselijk wrakhout. Ze zwegen. Allemaal. Niet zozeer omdat de uiterlijke schijn ten koste van alles moest worden opgehouden - dat ook, zeker en vast - maar vooral omdat spreken nog erger was dan zwijgen. Ach, die angst voor represailles, de macht die aan de vader werd toegedicht, terecht of onterecht, om nog maar te zwijgen over al het geld, immobiliën en aandelen die na zijn dood verdeeld moesten worden. Daar zouden de erfgenamen nog voor vechten, zeker weten. Of toch niet? En was er wel zoveel geld als de heer Parker altijd liet uitschijnen? Geen mens die het wist.
En toen viel hij dood, zomaar. Te midden van zijn zelfgecreëerde keizerrijk, tussen geld, aandelen en vastgoed, maar zonder een levende ziel die nog om hem gaf. De eerste die hem mistte was de oester- en kreeftenbar baas. Toen na een week of twee zijn omzet dermate begon te dalen, dacht hij : tiens, lang geleden dat we de heer Parker hier nog hebben gezien. En zo ging de bal aan het rollen. Via, via bereikte het nieuws de jongste zoon en werd in een uithoek van het 300m2 grote luxe appartement van de heer parker, zijn stinkende, in staat van ontbinding zijnde lijk aangetroffen.