Dwangspel
De gordijnen van de dwang schuiven elke ochtend open:
je weet niet welk stuk op de planken wordt gebracht.
Je kan niet meer gaan lopen. Het volk zit in de zaal,
de voetlichten ontbranden. Je bent de manke hoofdrolspeler,
je hobbelt weer naar voren. In de ivoren toren
van de slaap was je goed af. De dolksteek in je rug:
het hijsen van je ooglid en dan de angst, de lafheid,
de onwil om te delen wat niet van jou en elders is.
Houd al je tranen droog, je mag ze pas vergieten
wanneer publiek het vraagt. Het podium is veel te hoog,
de afstand veel te groot en nooit te overbruggen.
Zo sta je voor de kloof en hoort dan plots muziek.