Ik schiet de trap op
twee treden tegelijk
Geniet van de vaart en de stilte in huis
Na twaalf treden gun ik me rust en
loer ik tussen de spijlen. Niets.
Hoger wel trager.
Mijn blauwe vacht draagt geen grijs.
Opnieuw barst ik los, knijp mijn ogen halfdicht
huichel, gniffel en huiver, drie dagen alleen
ik vier de nachten met jagen en nietsnutten.
Het gemis is immens, haar stem die aait.
Haar handen.
Wat is Lissabon?
Anna