Daar sta je dan,
trieste aanblik van wat ooit iemands juweel was.
Waar zijn de mensen die ooit bij jouw hun dromen beleefden,
trots dat je hen toebehoorde?
Je deur als open armen,
wachtend op de komst van een vriend.
Echter, geen mens die je bezoekt, noch warmte brengt.
Enkel koude en vocht maken zich van je meester.