Dag 3

4 mei 2019 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

Dag 3

 

De doodgereden kraai begint stilaan te ontbinden, en iemand die hem die eerste dag niet gezien heeft, zou er ondertussen moeite mee hebben de soort van de zwarte vogel te onderscheiden.

Zou het beest ooit geweten hebben dat het op een dag zo platgereden op een onverschillige asfaltweg zou liggen?

 

Ik fiets verder op de ongelijke stenen van het fietspad. De vlaggen die aan de supermarkt ophangen, zijn als tongen. Tongen die driftig bewegen tegen mijn fietsrichting in.

Ik passeer het appartementsgebouw waar mijn lief ooit seks heeft gehad met een vriendin van mij. En hoewel spontane verontwaardiging opborrelt, gebeurde dat lang voor ik er was -misschien is dat het wel; dat ik niet bestond, er niet was-.

Voor hen is de herinnering waarschijnlijk al verder vergaan dan die kraai die hier ligt, maar hij werd nieuw leven ingeblazen door mijn fantasie. De herinnering, tenminste. De kraai nieuw leven inblazen zou niet zo simpel zijn. Gelukkig maar.

 

Thuis zit ik voor mijn bureau in de kamer met zijn nauwe muren. Ik kijk naar het witte bureaublad. Mokkakleurige koffiekringen en wat niet te definiëren andere vlekjes. Een dood vliegje. Verder rommel in de vorm van pennenzakjes, boeken, papiertjes, blocnotes, en zo meer. En waarschijnlijk nog méér.

 

Aan tafel wordt er opnieuw gediscussieerd tussen J. en M., maar lang geleden al heb ik het opgegeven mij te bekommeren om welke mening er nu weer door het slijk wordt gehaald.

Vaak eindigen die discussies in tranen, maar dan ben ik al lang weer naar boven gevlogen. De meesten van het gezelschap, trouwens. In gauweten blinken we uit.

 

‘s Avonds maak ik een lange wandeling; tegen beter weten in geloof ik dat ik na de beweging snel zal kunnen inslapen die avond. Tegen beter weten in. Wat de daaropvolgende nacht nog maar eens bewees.

  Die nachten tel ik de houten latjes van het plafond. Tel ik het aantal blaadjes die een gemiddelde tak van de krulvaren op mijn kamer telt. Tel ik hoeveel zinnen ik die dag ongeveer zou hebben uitgesproken, soms ook de woorden, maar dat doe ik altijd pas na het aantal zinnen.

Dat tellen, dat gebeurde enkel in de goede nachten. Het kon erger.

 

Dag 4

 

Ik wachtte de hele nacht op hét Licht, maar de volgende dag is zo grauw dat ik beter had geslapen dan zitten wachten op licht dat zich niet liet zien. àls ik had kunnen slapen.

 Fijne motregen valt als draadjes uit de lucht. Ik besluit te fietsen, maar wel in regenpak. Ik moet de putten in de weg nog tellen. Ik moet de windrichting van de waaiende vlaggen bepalen. Ik moet de kraai nog monsteren. Het karkas van de kraai, bedoel ik.

Ik moet naar de les, want ik heb een diploma nodig. Ik moet heel veel, maar ik moet vooral dankbaar zijn dat het allemaal kan. Ja Ja Ja Ja Ja.

 

Snot druipt uit mijn neus door de koude wanneer ik het gesloopte flatgebouw passeer. Dat betekent dat ik in de buurt van de school kom. Ik lach naar een vent, maar hij draait zijn hoofd als hij het ziet.

 

….

 

Ik rijd naar huis. Zo kortgeleden lijkt het dat ik de fietstocht hierheen ondernam en ik ben alweer op pad.

 Ik fiets langs het dok. Vroeger kon je als je gewoon op het fietspad rechtdoor bleef rijden recht het donkere water infietsen. Alsof het duistere water van het dok vanzelfsprekend de bestemming was. Nu hebben ze er hekken voor gezet.

 

Dag 5

 

Gisteren was de regen vergelijkbaar met fijne draden, maar vandaag valt ze met bakken uit de lucht.

 ‘Zo kan je niet fietsen’, stelt M. Al voel ik meteen een onwillig gevoel opborrelen en heb ik zin tegendraads te doen en toch door de regen te fietsen, zelfs ik begrijp dat je inderdaad zo niet kan fietsen.

 Dus neem ik de lijnbus.

Bedompt en met aangedampte ruiten komt ze aanrijden. De bus is vol en ik schamp met mijn rugzak tegen iemands rug. Boos gesis. Ik draai me niet om, ‘s morgens vroeg is niet het moment om met vieze adem ruzie te staan maken over iets waar niemand zich feitelijk druk om zou hoeven te maken.

Ik probeer me zo min mogelijk te concentreren op de geur van ongewassen lijven en tanden en nog minder op het feit dat er nergens verluchting is in deze bus, en ik straks dus waarschijnlijk zal ruiken naar dit openbare vervoer.

 

 

Ik kan uren in de bibliotheek blijven zitten om de terugweg zo lang mogelijk uit te stellen, maar ooit moet ik natuurlijk wel weer terug op huis an, zoals ze zeggen.

 

Lege ogen van mensen die eerder bij de bus zijn geraakt dan ik, staren mij aan. Vooral de oude mensen kijken hol uit hun ogen.

 

Ik heb zeven nachten niet geslapen en begin mensen soms in hun reeds ontbonden vorm te zien. Dat is eng, maar ook behoorlijk interessant.

 

Twee zwarte kinderen stappen in. Ze zijn behoorlijk jong. Het jongste kind huilt. Nogal hard.

In mijn oren voel ik een dwingend piepgeluid. Ach ja ook, ik was vergeten dat ik geen hard lawaai verdraag.

 

De man achter mij maakt bezwaar. Hij steekt een hele tirade af tegen het kind dat het huilende kind vergezelt. Dat hij ervoor moet zorgen dat dat kind kapt met huilen. Maar zo zegt hij het niet. Hij roept. Zijn taalgebruik is waardeloos.

Even vraag ik me af waar hij zo heeft leren spreken.

  ‘Excuseer’, probeer ik tussen zijn tirade te komen. Hij geeft me niet de kans, maar richt zijn bliksemende frustraties nu op mij. Alsof ik dat kind aan het huilen heb gebracht. Alsof ik ertegen kan.

‘Nu moet u even luisteren’, zeg ik. Ik gebruik nog steeds een beleefde aanspreking. Terwijl de rotvent me intussen uitscheldt voor stronterige bakvis.

 

Maar hij luistert niet. Hij is onwilliger dan ik vanmorgen tegenover M. en nog onwilliger dan mijn slaap ‘s nachts.

  Ik voel hoe ik opsta, maar ‘t gaat vooral vanzelf.

 

Wanneer de man op de grond valt na de enorme vuistslag die ik hem midden in zijn lelijke tronie heb gegeven, kom ik weer bij bewustzijn.

 

‘gespuis’, zeg ik.

   Maar ‘t blijft niet zonder gevolgen, natuurlijk.

Ik heeft een diploma nodig, en ik heb eigenlijk slaap nodig, en er zijn egels en orde nodig en dan is er nog straf, dat ik nodig heb.

 

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

4 mei 2019 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket