Breng je uitgedoofde roman terug tot leven
Doelgroep:
Gevorderde schrijvers (16+) die een project (Roman, lang verhaal, …) hebben liggen waar ze geen einde aan lijken te kunnen maken of waaruit de fut verdwenen is.
Beginsituatie:
Ze hebben een (langer) werk dat als basis zal dienen voor de cursus.
De cursisten kennen of hebben noties van:
- de structuur van een verhaal
- vertelstandpunt
- focalisatie (de stem van het verhaal)
- dialogen
De cursisten kunnen:
- een synopsis schrijven
- focalisatie herkennen
Leerdoelen:
Er zijn talloze cursussen die je op weg zetten om een nieuw verhaal te beginnen, maar wat doe je met een project dat begonnen is, maar nooit het daglicht te zien krijgt?
Je hebt een verhaal in je schuif liggen dat maar niet af geraakt? Wat met die roman die je al zo lang wilt publiceren, is hij goed genoeg? Waarover gaat hij? Is de toon juist?
De cursisten leren:
vaktechnisch:
- het definiëren van hun premisse
- het zoeken naar een vertelstem (vocalisatie)
- het invullen van de verhaalstructuur
- het schrijven van een representatieve synopsis
- te experimenteren met bestaand, eigen materiaal
- het herschrijven / bewerken van hun eigen tekst
- een verhaal te analyseren
extra-curriculair:
- feedback geven op elkaar en zichzelf
- idee-fixen los te laten
- kritisch te zijn
De cursisten krijgen op het einde van de sessie een frisse blik op hun project door middel van experimenteren met en condenseren, analyseren en herwerken van hun bestaande tekst.
Uitwerking
1 De Premisse
Inleiding (15 min.)
Onafgewerkte verhalen hebben vaak een ontbrekende of wankele premisse. Wat wilde je eigenlijk zeggen? Waarheen leidde je verhaal? Ergens in het proces ben je het overzicht verloren in de zijlijnen van de verbeelding.
De beste verhalen hebben vaak een erg eenvoudige premisse.
Denk aan
- The Godfather -> wraak leidt tot macht
- Het Monster van Dr. Frankenstein -> knoeien met ‘de mens’ leidt tot ongelukken
- The Great Gatsby -> dromen leidt tot destructie
- …
Wat is een premisse nu weer? In de voorbeelden valt wat op?
Iets leidt tot iets anders.
Dat kan positief zijn: oplichten leidt tot succes (Wolf of Wall Street); of negatief: communisme leidt tot onderdrukking (Animal Farm). De richting van je premisse (pos. of neg.) bepaalt je einde van je verhaal (happy end, …)
Ergens in je verhaal maakt je hoofdpersonage een belangrijke keuze. Wat is het uiteindelijke gevolg van die keuze? Dat is je premisse.
Opdracht (5 min.)
- Denk aan je favoriete (bekende) verhaal.
- Zoek de premisse.
- Loop rond, klamp een medecursist aan en vertel de premisse van je favoriete verhaal.
- Laat je medecursist raden naar je favoriete verhaal. Klopt het?
- Vertel hem / haar om welk verhaal het gaat. Klopt je premisse volgens hem / haar?
Keer om: medecursist vertelt jou zijn / haar premisse
Herhaal: zoek een andere medecursist en herhaal de bovenstaande stappen.
Reflectie (10 min.):
Konden de anderen je verhaal raden? Hadden ze een betere premisse voor jouw favoriete verhaal? Vond je zelf een betere? Waar lag je fout?
Bespreek in klassikaal.
Opdracht 2 (15 min.)
Neem nu je eigen verhaal.
Wat is jouw premisse?
We herhalen nu opdracht 1 in die mate dat we rondlopen en medecursisten onze premisse vertellen, maar nu moet je medecursist een invulling geven aan die premisse.
Bv. Je premisse is “Jezelf openstellen leidt tot liefde”
Je medecursist kan die premisse nu invullen naar eigen smaak.
- Strenge baas neemt zijn werknemers mee op uitstap en ontdekt dat hij en de poetsvrouw meer gemeen hebben dan op het eerste gezicht lijkt.
- Gescheiden man neemt zijn aan lager wal geraakte vriend in huis en ontdekt dat zijn huwelijk misliep omdat hij homo is, hij trouwt met zijn beste vriend.
Zoals je ziet kunnen de uitkomsten vreemd en erg uiteenlopend zijn. De premisse heeft immers niets te maken met plot of personage, maar met de inhernte boodschap. Verhalen met dezelfde premisse, hebben altijd dezelfde kern.
- Schrijf de verhalen die je medecursisten je geven op.
- Vergelijk ze met elkaar
- Klopt de kern met wat jij wil zeggen? Herken jij je verhaal erin?
- Indien ja: Prima! Verzin varianten op je verhaal.
- Indien nee: Hoe kan je je premisse verbeteren?
- Verzin zelf varianten op je verhaal. Wat hebben ze gemeen?
- Herleidt de kern van je varianten tot een nieuwe premisse die beter aansluit bij wat jij wil zeggen.
2 De structuur
Inleiding (15 min)
Nu je je premisse juist hebt, kan je gaan kijken of je structuur klopt. Een roman of een langer verhaal bestaat uit één plot en een of meerdere subplots. Je hoofdidee geraakt soms ondergesneeuwd onder de kleinere gedachten of acties die je verhaal rijk zijn. Door een duidelijke structuur op te stellen, krijg je zicht op wat er écht telt.
Elk verhaal heeft eenzelfde structuur:
- Er is een beginsituatie waarin je hoofdpersonage zich bevindt: EXPOSITIE
- Je hoofdpersonage wil of moet veranderen: PLOT POINT
- Je hoofdpersonage ondervindt steeds grotere hindernissen: HINDERNISSEN
- Er lijkt Het wordt positief: WENDING
- Je hoofdpersonage loopt tegen de grootste hindernis aan en moet een keuze maken: ga ik door (positief) of geef ik op (negatief): CRISIS
- Je hoofdpersonage wordt met zijn neus op de gevolgen van zijn keuze gedrukt: CONFRONTATIE
- Afronding van je verhaal: ONTKNOPING
Visueel ziet dat er als volg uit:
Opgelet! De verhaalstructuur volgt niet noodzakelijk je vertelstructuur. Je kan bv. perfect je roman beginnen net voor de crisis, maar alle punten moeten er wel in voorkomen.
Opdracht (45 min.)
- Teken de verhaalstructuur van je project.
- Plaats de cruciale scènes op je piramide.
- Controleer of je structuur klopt (heb je alle punten, heb je een kernscène bij een punt kunnen plaatsen? Nee? Misschien is het dan toch geen kernscène?
- Stel je structuur voor aan je medecursisten.
- Medecursisten geven feedback.
- Controleer structuur n.a.v. feedback
3 Focalisatie en standpunt
Inleiding (15 min.)
Hoe je je verhaal vertelt is zeker zo belangrijk als het verhaal zelf, sommigen zeggen zelfs nòg belangrijker.
Beeldt je eens in hoe Lolita zou klinken als het verteld werd door Lolita zelf, of haar moeder? Humbert Humberts stem is zo sterk verbonden met het verhaal dat we de erudiete man al zijn zonden haast lijken te vergeven.
Of wat dacht je van De Avonden, verteld door een opgewekt, vrolijk meisje. Het hele verhaal verandert onmiddellijk.
Wie je verhaal vertelt en op welke manier brengt de sfeer binnen. Misschien heb je een ijzersterk verhaal in je handen, maar wordt het niet op de juiste manier verteld?
In de volgende opdracht gaan we op zoek naar de juiste focalisatie.
(optioneel: Geef je cursisten een stukje tekst uit bv. Lolita en laat ze de focalisatie effectief veranderen, Humbert Humbert als oude, domme man…?)
Opdracht (30 min.)
- Kies uit tien foto’s twee mensen die mijlenver van je verhaal staan. (Vertelt een klein meisje je verhaal normaal gezien, neem dan een oude man)
- Kies één persoon die het verhaal vertelt
- Kies de tweede persoon aan wie het verhaal verteld wordt.
- Herschrijf een scène vanuit je nieuwe stem.
- Denk eraan dat je het karakter van je personage niet moet veranderen, enkel zijn of haar stem doet dat!
- Hoe voelt dit? Wordt je verhaal grappiger, grimmiger, serieuzer, saaier, …?
- test enkele stemmen uit
- (Optioneel (indien de tijd het toelaat en de cursisten ervoor openstaan): voorlezen + feedback
4 De synopsis (huistaak)
Inleiding (15 min)
Schrijf een (nieuwe) synopsis van je project. (Max 1 A4)
Denk aan:
- Duidelijke premisse
- Stel je belangrijkste personages voor
- Plaats het in de juiste setting / locatie
- Schrijf gefocaliseerd (cynisch, grappig, kinderlijk, etc..)
- Zorg dat je verhaalstructuur herkenbaar is (Het einde kan later weggelaten worden om de lezer in spanning te houden)
Bronnen:
Academie, Literaire creatie, B. Peeters
Bird by bird, A. Lamott
How to write a damn good novel, J. Frey