“Moet ik creatief bezig zijn? “ vraagt Corneel aan zijn moeder? Hij ligt op een eigenaardige manier in de zetel. Op zijn buik, voeten opgetrokken, met in zijn hand de eeuwige Ipod. Zijn moeder mag niet zien waar hij mee bezig is, maar ze vermoedt dat het weer dat voetbalspelletje is. Uren kan hij zich daar mee bezig houden. “Wat ben je aan het doen?” vraagt ze? “Gewoon”. “Gewoon? Wat zeg je daar nu mee? Daar weet ik toch niets mee?”. De spanning stijgt. Moeder voelt de ergernis in haar opkomen. Ze probeert te kalmeren. Ze weet immers dat het niets uithaalt om met haar zoon in discussie te gaan. Allerlei gedachten gaan vliegensvlug door haar hoofd. Het stemmetje van haar boezemvriendin, die het niet zorgwekkend vindt dat Corneel thuis weinig initiatief neemt. Gedachten over Robbe en Pablo, vriendjes van Corneel, die ook niet van de schermen zijn weg te slaan. Haar dochter, die floreert en altijd op stap is met haar vriendinnen, de ruzies die ze al gehad heeft met Corneel over zijn ipod-verslaving.
Moeder ademt diep. Ze bijt op haar tanden om niet in discussie te gaan. Ze draalt een beetje rond in de living en besluit dan om even naar boven te gaan. Op haar eigen kamer komt ze tot rust. Na even nadenken komt ze tot het idee om over een half uurtje naar beneden te gaan en Corneel voor te stellen samen een filmke te kijken.