De Ipod-generatie (voor Charmila) / Turkenzakken (voor Anke)

3 apr 2016 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

De ipodgeneratie

 

“Moet ik creatief bezig zijn? “ vraagt Corneel aan zijn moeder? Hij ligt op een eigenaardige manier in de zetel. Op zijn buik, voeten opgetrokken, met in zijn hand de eeuwige Ipod. Zijn moeder mag niet zien waar hij mee bezig is, maar ze vermoedt dat het weer dat voetbalspelletje is.   Uren kan hij zich daar mee bezig houden. “Wat ben je aan het doen?” vraagt ze? “Gewoon”. “Gewoon? Wat zeg je daar nu mee? Daar weet ik toch niets mee?”. De spanning stijgt. Moeder voelt de ergernis in haar opkomen. Ze probeert te kalmeren. Ze weet immers dat het niets uithaalt om met haar zoon in discussie te gaan.

 

Allerlei gedachten gaan vliegensvlug door haar hoofd. Het stemmetje van haar boezemvriendin, die het niet zorgwekkend vindt dat Corneel thuis weinig initiatief neemt. Gedachten over Robbe en Pablo, vriendjes van Corneel, die ook niet van de schermen zijn weg te slaan. Haar dochter, die floreert en altijd op stap is met haar vriendinnen, de ruzies die ze al gehad heeft met Corneel over zijn ipod-verslaving.

Moeder ademt diep. Ze bijt op haar tanden om niet in discussie te gaan. Ze draalt een beetje rond in de living en besluit dan om even naar boven te gaan. Op haar eigen kamer komt ze tot rust. Na even nadenken komt ze tot het idee om over een half uurtje naar beneden te gaan en Corneel voor te stellen samen een filmke te kijken.

 

 

Turkenzakken

 

Oma staat er beteuterd bij te kijken. Het huis waar ze heel haar leven gewoond heeft gaat tegen de grond. Ze ziet er moe en versleten uit. De pijn van het afscheid is van haar gezicht te lezen. Samen met haar heb ik vorige week haar kasten leeggemaakt. Haar linnenkast op haar kamer was pure nostalgie. De schimmelgeur van oude, verstorven kleren zit in mijn geheugen gegrift. Terwijl oma op een stoel vlak voor haar grote linnenkast in haar slaapkamer zat nam ik alles heel voorzichtig uit de kast en bekeek het samen met haar. Hopen lakens, oude kleren, sjaaltjes en jassen, een tot op de draad versleten kamerjas, zwarte en bruine ouderwetse handtassen. De geur deed me denken aan de tweedhandswinkel achter mijn hoek.  

 

Bij elk stuk vroeg ik of ze dat nog nodig had. Een domme vraag natuurlijk. Wat heb je nu nog nodig als je naar het rusthuis gaat? Maar oma wou geen afscheid nemen van haar spullen. De lakens waren van het zuiverste katoen. Die wou ze bewaren voor als mijn dochter het huis uit ging. Haar vele jurken zou ze in het rusthuis wel nog dragen. Haar nertssjaaltje moest mee omdat ze dat ooit gekregen had van opa. De leren handschoenen stonden stijf van de ouderdom, maar als ze in de winter eens naar een begrafenis moest, wou ze die graag aandoen. En zo ging alles van de kast naar de turkenzakken. Ik probeerde wel om haar te overhalen enkele dingen weg te doen, maar ze keek naar alle spullen met zoveel weemoed dat ik het niet over mijn hart kreeg tegen haar wil in te gaan.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

3 apr 2016 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket