Ze voelde het rood naar haar wangen stijgen. Haar hersenen zochten wild en krampachtig naar de juiste woorden die haar zouden bevrijden uit deze vernederende situatie.
Het kaalgeplukte geel-bruin verschoten konijntje dat, zich van geen kwaad bewust, na een paar vrolijke tuimelingen uit haar boekentas voor de voeten van Joris was beland, lokte enkel schamper gegrinnik uit.
‘Eefje sabbelt nog op knuffels in haar béééd’.
Ze keek naar de knuffel. Ooit had Langoor haar veel gesust in donkere nachten, maar een tijdje geleden had ze hem afgedankt. ‘Meisjes van tien slapen niet meer met een knuffel’, had haar grote broer gezegd.
Maar hoe kwam Langoor in haar tas?
ALINA. Waarom kon haar zusje haar spullen niet gewoon netjes bijhouden of thuislaten? Alsof ze nog niet genoeg vertroeteld werd door mama, nu moest ze ook al in de klas met alle aandacht gaan lopen. In háár klas nota bene.
Langzaam en ongemerkt vervormde haar minzame, immer diplomatische glimlach tot een opstandige grimas. Waar ze het lef vandaan haalde, daarover piekerde ze later nog vaak, maar met één uithaal scoorde ze midden in het gezicht van haar jongere zusje. Of liever; in dat van de grootste slungel van de klas.
Ze wankelde, maar lang had ze niet. Juf Lieve kon elk moment terugkomen en in tegenstelling tot wat haar naam deed vermoeden, zou ze bij het zien van Joris’ opzwellende neus niet mild zijn.
Eefje graaide haar spullen bijeen, twijfelde even over Langoor, maar rende dan toch met enkel haar tas over haar arm door de deur, over de speelplaats en door de grote poort tot op de kiezelweg, waarlangs ze ‘s morgens liepen.
Met een bang hartje hurkte ze achter de grote struik, haalde haar broodtrommel boven en begon nerveus op de plakjes rogge met kaas te kauwen, vastbesloten hier tot de laatste schoolbel te schuilen...