Hoe stevig ik ook denk op mijn benen te staan, is er niets dat mij meer doet daveren dan de realiteit die gepaard gaat bij het zijn van een vrouw.
Een meisje van amper 23 jaar heeft gevochten voor haar leven, maar het had niet mogen zijn. En dan volgt de vraag; ‘Wat als ze niet had gevochten? Wat als ze zich had laten verkrachten? Misschien had ze nog geleefd dan.’
Hier heb ik zelfs geen woorden voor. Gaan we nu echt haar tragische dood in haar eigen handen leggen? Had zij maar niet gevochten, had zij maar een andere route genomen of wat later, neen, misschien zelfs vroeger vertrokken. Echt? Is dit echt hoe we naar de situatie gaan kijken? Het is simpel, hij had haar NIET moeten proberen te verkrachten, hij had haar NIET moeten vermoorden.
Maar het is niet zo simpel, toch? Neen, als vrouw moeten wij maar op onze hoede zijn want we weten dat we de kans lopen op dit mee te maken. We weten dat er achter elke hoek er zich een nieuwe dreiging bevindt. Dus wij moeten maar leren om hier constant op voorbereid te zijn.
En het ergste van al is dat we hier het meeste van de tijd niet eens over nadenken, het is een automatisme geworden om voorbereid te zijn op wat er achter die ene hoek schuilt. Totdat er nogmaals een leven geruïneerd wordt, of in dit geval zelfs beëindigd wordt. Dan komt het in mij, in u en in haar op dat dit niet normaal zou mogen zijn.
Het zou niet normaal mogen zijn dat mijn sleutels geklemd zitten tussen mijn knokels. Het is donker, ik zet een stap buiten en ik heb ze al in de hand, je weet maar nooit. Of wanneer die ene persoon net iets te lang, iets te raar me zit aan te gapen dus neem ik mijn gsm in de hand en ik bel, eender wie of nog erger, ik doe alsof ik bel. Dan gaat hij me wel gerust laten, toch? Wat ben ik blij om in een straat met zoveel ramen te lopen, zoveel etalages want dan kan ik zien of iemand me volgt. Ik luister zo graag naar muziek, oortjes in en de rest van de wereld vergeten behalve wanneer het donker is. Ik wil kunnen horen of er iemand achter me loopt. In de verte staat er een groep, zal ik gewoon oversteken om hen zo te kunnen vermijden of kies ik er voor om een omweg te nemen? Oei, een klein groepje mannen in daglicht, gewoon doorlopen en geen oogcontact maken. Zo kan ik het niet uitlokken, toch?
Ik lijk wel paranoia, maar kan ik het paranoia noemen wanneer de dreiging zo reëel is?
En je zou denken, het gebeurt toch niet bij elke meisje of elke vrouw? Maar, toch wel. Er is geen enkele vrouw waarmee ik ooit gesproken heb die niets heeft meegemaakt. Ik merk ook op dat we dit minimaliseren. ‘Goh, neen, ik heb nooit echt iets meegemaakt. Buiten het gewoonlijke, een paar aanrakingen of opmerkingen maar echt nog wel oké.’ Hoezo oké? Dit is niet oké. Maar als vrouw zijn we gewend dat dit gebeurt. We weten dat het ons overkomt en nog zal overkomen. En het ergste van al? We zijn zo opgelucht wanneer het ‘maar’ die opmerkingen zijn of die subtiele aanrakingen want we weten dat er ons zoveel erger zou kunnen te wachten staan.
Ik ben 1 van velen.
Ik weet nog wanneer het begon. Maar wanneer stopt het?
11 jaar toen een man voor de eerste keer probeerde onder mijn rokje te kijken terwijl ik de trap op ging. Nog maar net naar het tweede middelbaar gaande toen het fluiten begon. Want tja, als je als meisje al een wat groter cupje hebt op jongere leeftijd, dan word je ook meteen doelwit zeker. Ik kom niet toe met mijn twee handen om het aantal keren te tellen dat die mannelijke chauffeurs dachten dat het oké was om als een gek te beginnen claxonneren wanneer ze mij voorbij rijden. Maar alé, dat is toch een compliment zeker? Ze vinden u knap. Ah, dus die mannen van boven de 30 voelen zich aangetrokken tot een meisje van 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21 en ondertussen 22. Ze claxonneren nog altijd. En ik verschiet ondertussen al iets minder hard.
Ik weet nog dat ik gevolgd werd in het donker toen ik met de hond ging wandelen, hij bleef opdringerig contact zoeken en wandelde doelloos mee. Toen hij dichter kwam had ik het geluk van een schat van een beest bij te hebben die met plezier hem bij me vandaan grolde.
Of toen ik net van de bus was gestapt en aan het wachten was om te kunnen oversteken, de man naast mij vond het een goed idee om zijn lid boven te halen. Ik ben nog nooit zo snel overgestoken zonder zelfs nog maar deftig naar links en rechts te kijken.
Die ene groep bouwvakkers die hun werk stopzetten om allemaal te kunnen gapen en fluiten. Ik zeg wel die ene groep, maar het waren er zo veel meer.
Al die eindeloze mannen die opmerkingen maken over mijn uiterlijk, meer bepaald mijn borsten. Ze passeren, ze komen dichter, ze knipogen en ze zeggen iets. En ondertussen krimpt mijn hart en mijn maag in elkaar, ik wil weg. Ook al duurt dit misschien 10 seconden, toch zit ik vol angst. En nadien opluchting, het was ‘maar’ een opmerking. Ze hebben me laten gaan.
En zeg het niet … ‘Tja met een decolleté is het niet moeilijk dat ze iets zeggen hé!’
Want het maakt niet uit, ze doen net hetzelfde wanneer ik als een slons buiten loop in een jogging. En dan nog, ik heb het recht te dragen wat ik wil. Wat ik draag geeft een man niet het recht mij aan te raken of mij op welke manier dan ook ongemakkelijk te doen voelen.
Talloze keren op de bus, ik voel ze staren en ik zie ze staren. Het lijkt wel alsof per ongeluk oogcontact maken met hen een bepaalde trigger is voor hen. Alsof ik hen groen licht heb gegeven. Dus ik kijk weg, hopende het zo te doen stoppen. Maar dan zie ik hem staren naar mij door de spiegelreflectie van de raam te gebruiken. 1 paar ogen gericht op mij, een hele busrit lang en met elke seconde die voorbijgaat voel ik me ongemakkelijker en onveiliger.
Ik was aan het wandelen op klaarlichte dag, een moment dat ik het gevoel heb net iets minder paranoia te moeten zijn. Tot er plots een man vlak voor mij kwam gesprongen. Hij stond zo dichtbij, ik bevroor. Ik wist niet wat doen, ik wist zelfs even niet meer hoe te ademen. Ik voelde me zo geïntimideerd en hij wist dit. Hij liep al lachend verder. Blijkbaar is het leuk om een vrouw te intimideren en haar de stuipen op het lijft te jagen. Ha ha ha.
Die ene avond op café, met die ene jongen die maar niet wou stoppen met me aan te raken. Het begon subtiel, gewoon eens mijn achterste aanraken en zelfs een beetje vast grijpen. En opnieuw voelde ik mijn hart en maag in elkaar krimpen. Ik probeerde ergens anders te gaan staan, tussen de mensen maar hij volgde me, greep deze keer stevig mijn onderrug vast en trok me dichter naar hem toe. Zoveel bang. Ik probeerde me subtiel los te maken door een vriendin vast te nemen en met haar te dansen. Ik durfde er niets van te zeggen want dat zou het erger maken. Ik zou me toch maar gewoon aanstellen. Hij probeerde nog een aantal keer totdat ik besloot weg te gaan. Ik kon niet blijven, niet op deze manier. Maar ik zweeg want .. Neen, waarom eigenlijk? Ik zou niet het gevoel mogen hebben dat zwijgen beter is, dat mij laten doen beter is.
Ik stond te wachten op de hoek van het straat, plots stopt er een man met zijn auto en hij begint tegen mij te praten. Hij vroeg of ik alleen was of misschien op iemand aan het wachten was. Ik zei dat ze er direct voor me zouden zijn, zo kreeg hij misschien geen ideeën. Hij gaf me ‘complimenten’, want wat was ik toch een lekkere poes. Daar stond hij, te lang naar mijn zin en me gewoon aanstarend. Alsof ik een prooi was. Uiteindelijk reed hij door.
Het was al donker, misschien zelfs 3 uur ’s nachts. Ik wandelde door ’t Stad naar huis. Onderweg kwam ik een man tegen, hij zei gewoon hey dus ik dacht oké dit valt nog wel mee, toch? Dus ik zeg vriendelijk hallo terug. Een paar honderd meter verder ondertussen en plots rijdt deze man naast mij met zijn auto. Hij vroeg waar ik woonde, wie ik was en van waar ik kwam. Ik bedacht voor elke vraag een leugen als antwoord. Mijn hart begon sneller en sneller te slaan. Hij bleef naast me rijden gedurende de hele weg. Hij stelde voor om eens bij hem iets te komen drinken of zelfs eten. Uiteindelijk deed ik alsof ik thuis aankwam en de sleutel op de deur stak, hierdoor reed hij verder. Ik kon terug ademen.
Die ene jongen, die ik eigenlijk zo graag zag maar het was gecompliceerd. Dus er kwam een einde aan. Hij wou 1 laatste mooie herinnering. 1 laatste kus maar ik wou dit niet. Ik had te veel aan mijn hoofd. Ik duwde hem weg en zei neen, voor de eerste keer in mijn leven zei ik neen en kwam ik voor mezelf op. Ik zei dat ik me er niet comfortabel bij voelde. Zijn antwoord was; ‘Soms moeten we dingen doen waar we ons niet comfortabel bij voelen’. Ik was verbouwereerd. Ja, soms moeten we uit onze comfort zone stappen maar niet nu, niet op deze manier. Niet wanneer het over mijn lichaam gaat.
Maar op zich, het valt allemaal mee. Het zou erger kunnen. We vertellen dit aan onszelf, aan anderen. Zonder te beseffen dat zelfs dit al te veel is. Ook dit zouden wij niet moeten ondergaan en al helemaal niet minimaliseren. Maar ik snap waarom want dit is onze realiteit, en toegeven hoe angstaanjagend deze werkelijk is en kan zijn, is zoveel moeilijker dan minimaliseren.
Maar erger bestaat ook, spijtig genoeg. Voor velen van ons, spijtig genoeg.
13, zo jong en tranen in mijn ogen. Mijn lichaam wordt in mijn matras gedrukt, ik heb bang en ik heb pijn. Maar ik vecht niet, ik wil niet beseffen wat er aan het gebeuren is. Ook al weet ik goed genoeg dat dit niet is wat ik wil. Maar ik zwijg, ik verbijt de pijn en ik sluit mijn ogen. Het zal zo wel voorbij zijn, maar het leek een eeuwigheid te duren. Niets was nog hetzelfde. Ik was nooit meer hetzelfde.
Maanden en jaren nadien zweeg ik, dit was mij niet overkomen. Het kon niet waar zijn. Maar dat was het wel. Dat is het nog steeds en dat zal ook altijd zo zijn.
Ik ben getekend, ik ben een deel van mezelf kwijtgeraakt. Ik ben niet alleen.
Maar het is niet alleen het seksuele geweld waar wij het slachtoffer van zijn.
De macht van de man in het algemeen is waar wij slachtoffer van zijn.
‘Hij heeft mij maar 1x geslagen, het was zelfs niet zo hard dus het is wel oké’
‘Hij heeft geroepen, mijn spullen kapot gegooid maar hij heeft mij niet aangeraakt dus het is wel oké’
‘Hij is een beetje controlerend, checkt graag waar ik ben omdat hij zich zorgen maakt. Het valt echt nog mee hoor’
‘Hij gebruikte een oud trauma tegen mij, maar hij had het gewoon moeilijk en wist niet hoe hij die gevoelens moest uitdrukken’
‘Hij heeft mij bedrogen omdat ik hem slecht had doen voelen dus ik zal dit wel door de vingers zien, voor deze ene keer’
‘Hij zei dat het maar gewoon uitschelden is en ik me er moet over zetten’
‘Hij zei dat het nooit meer zou gebeuren’
Maar, het blijft nooit bij die ene keer.
Mijn hart is gebroken, mijn tranen stoppen niet met komen maar de tijd van zwijgen is gedaan.
We vragen niet veel, we vragen voor meer respect. Veiligheid. Gerechtigheid. Een luisterend oor.