Gesprek Vader - Zoon zaliger

Johaneke
18 feb. 2022 · 28 keer gelezen · 3 keer geliket

Het Bankje

 

Gesprek Vader – Zoon zaliger

 

Z:        Moe, papa?

V:        Nee, jongen, 5 kilometers wandelen kan nog best als je 54 bent.

Z:        Omdat je zo neerplofte op het bankje…

V:        Dat kwam omdat het bankje lager was dan ik had ingeschat.

Z:        Pijn nu aan je poep, zeker?

V:        Nee nee, die poep kan wel wat hebben als je 54 bent. Maak je maar geen zorgen.

Z:        Wij maken ons hier nooit zorgen, papa…

 

Z:         Ging mama niet mee wandelen?

V:        Nee, ze wandelt niet graag.

Z:        Heb ik haar toen in de stad misschien de verkeerde wandelschoenen helpen kiezen?

V:        Integendeel! Die schoenen zijn heilig voor haar.

Z:        Ik begrijp het niet, papa: ze was toch blij met de schoenen die ik voor haar koos?

V:        Absoluut, jongen. Mama is liever rustig thuis, alleen... Ze houdt niet van de drukte.

Z:        En jij bent liever onder de mensen. Zo is dat altijd wel een beetje geweest, hé papa?

V:        Da’s waar, jongen.

Z:        Heeft mama dan geen hobby meer?

V:        Eén grote hobby heeft ze zeker nog, een nieuwe hobby.

Z:        Wat dan wel?

V:        Bloemstukjes maken. Ze volgt zelfs les met 3 andere dames, in een klein         bloemenwinkeltje, één avond in de maand.

Z:        Ik merk het wel: ik heb nooit zoveel bloemen gekregen…

 

Z:        Dans je nog veel, papa?

V:        Dansen? Ik kan niet dansen…

Z:        Alé, papa, dansen verleer je niet, net als fietsen en zwemmen: dat blijf je kunnen!

            Op elk feestje stond je toch altijd als eerste op de dansvloer.

V:        Da’s waar, jongen… Maar er zijn geen feestjes meer…

Z:        Ben je dan gekwetst, papa?

V:        Helemaal niet, anders zou ik ook geen 10 kilometers wandelen.

Z:        5 kilometers was het, papa!

V:        Ik moet ook nog eens terug, dat is nog eens 5 kilometers.

Z:        Klopt! 5 plus 5 is nog altijd 10. Dat is hier ook zo… Maar nu weet ik nog niet waarom je niet meer kan dansen. Fysiek ben je in orde?

V:        Mijn lichaam zou het nog kunnen… mijn hoofd kan het niet meer, jongen…

Z:        Ik begrijp het niet, papa.

V:        Niet erg, jongen.

 

Z:        Loop je nog steeds 3 keer in de week?

V:        Nee, 3 keer per jaar, van de oprit naar de deur… als het hard regent.

Z:        Dat is niet joggen, hé.

V:        Da’s waar, jongen.

Z:        Te oud geworden, papa?

V:        Nee nee, mijn hoofd kan het niet meer…

Z:        Weer je hoofd, papa! Ik begrijp het niet…

V:        Niet erg, jongen.

 

 

Z:        Is daar bij u nu veel koude wind, papa?

V:        Nee, waarom?

Z:        Omdat ik bij jou een traantje naar beneden zie rollen.

V:        Oh ja? Het was er maar ééntje, hoor.

Z:        Maar het was wel een traan, hé papa!

V:        Dat was er nog eentje van gisteren toen ik me prikte onder mijn nagel met die stomme tandenstoker.

Z:        Het was een traan van nu, papa! Waarom?... Papa, waarom die traan?

V:        …Ik zie ginds een fiere vader lopen naast zijn grote zoon…

Z:        Ik begrijp het, papa…

 

V:         Zie je bompa veel?

Z:        Elke dag! Hij is mijn beste maat hier. Hij vertelt veel over je…

V:        Hoezo? Wat zegt hij dan?

Z:        Bompa vertelt me alles over jou tienerjaren. Alle verhalen ken ik al…

V:        Oei oei!

Z:        …Je lijkt op mij, papa…

V:        … Dat ontroert me…

Z:        Ik zie het…

V:        Hoezo?

Z:        Meerdere tranen van gisteren, papa.

V:        …Zotteke!

Z:        Als bompa en ik naast mekaar wandelen, dan zegt hij altijd: “Er ontbreekt iemand tussen ons.”

V:        Dat begrijp ik niet, jongen.

Z:        Alé, papa, wie hoort er tussen bompa en mij?

V:        Ik?

Z:        Tuurlijk dat!... Dan troost ik bompa altijd en zeg hem: “Straks komt hij.”

V:        Straks al?

Z:        Zo zeggen wij dat hier: 25 jaar is “straks”, tijd telt hier niet…

V:        Als ik dan kom, jongen, moet ik dan aanbellen?

Z:        Hier is geen bel, papa.

V:        Ga ik jou daar dan wel vinden?

Z:        Ik wacht jou op aan de ingang! En ik breng bompa mee.

V:        Dan kom ik straks…

Z:        Tot straks, papa!

V:        Tot straks, lieve jongen…

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver en help je hem of haar verder op weg.

Johaneke
18 feb. 2022 · 28 keer gelezen · 3 keer geliket