het kookspook - An De Meersman (doelgroep 5+ - prentenboek)
1.
al bij het eerste streepje maan
zie je spookjes de straat op gaan
ze zweven gierend door de lucht
en jagen mama's op de vlucht
ze maken kindjes aan het gillen
ze laten opa's stevig rillen
maar ons klein spookje doet niet mee
hij houdt alleen van kookteevee
2.
hij snikt: wat ben ik dol op koken
maar wij domme bende spoken
kunnen geen mensendingen pakken!
dus ook geen prei in stukjes hakken
en lepels gaan los door mijn lijf
zelfs als ik over messen wrijf
dan voel ik niets, dat is niet fijn
ik haat het om een spook te zijn!
3.
zegt mama spook: heb geen verdriet
een spook zijn is zo slecht nog niet
je kunt misschien geen lepels likken
maar wel de buren laten schrikken!
maar mam, dat is niet wat ik wil
ik hou van krieltjes in de schil
van appelmoes en zwarte pensen
niet van doodsbenauwde mensen
4.
zegt papa spook dan met een zucht:
gooi toch je ketting door de lucht
stop met zeuren, doe niet flauw
zo vind je nooit een spokenvrouw
maar pap, ik wil niet rond gaan spoken
ik wil koken, koken, KOKEN!
ik wil frietjes, wortels en pastei
waarom luister jij toch nooit naar mij?
5.
maar oma spook zegt: kleine vent
ik hou van jou zoals je bent
ik zal je een geheim vertellen
je hoeft jezelf niet zo te kwellen
want dingen voelen, kan je leren
je moet je heel hard concentreren
oefen eerst met kleine stukken
dan zal het je zeker lukken
6.
spook oefent lang, hij geeft niet op
eerst met een veer, dan met een kop
dan met een pot, een zware mand
niets glipt nog zo maar door zijn hand
hij lacht: wat ben ik beresterk!
nu is het tijd voor 't echte werk
het kookboek roept, en het fornuis
de keuken wordt mijn nieuwe thuis
7.
snel vliegt hij weg, maar dan, oh neen!
hij gaat dwars hij door een dame heen
een dame met een trieste blik
ze kijkt naar spook, maar geeft geen kik
ik ben een spook, schrikt u dan niet?
ze snikt: ik heb te veel verdriet
ik maak me zorgen om mijn man
spook vraagt bezorgd: wat is er dan?
8.
ach, zucht de dame van 't kasteel
van koken weet ik niet zo veel
en taarten bak ik meestal zwart
dat breekt mijn arme man zijn hart
want hij houdt zo erg van eten
o, als hij vroeger had geweten
dat ik nog geen bouillion kan brouwen
hij had nooit met me willen trouwen
9.
toe, mevrouw, stop nu met huilen
ik wil dolgraag met u ruilen
bakken, braden en flamberen
heb ik altijd willen leren
en voor de dame wat kan zeggen
begint spook alles klaar te leggen
hij snijdt en roert, wat heeft hij pret
hij maakt een heerlijk kalfsblanquet
10.
de heer komt thuis, om tien voor zeven
hij denkt: wat gaan we nu beleven
zo heerlijk heeft het nooit geroken
waar heeft mijn vrouwtje leren koken?
o vrouwtje lief, dat smaakt, dat smaakt
heb jij dit feestmaal zelf gemaakt?
de heer smult gauw zijn buikje rond
de dame bloost, maar houdt haar mond
11.
daarna vraagt spook: mag ik voortaan
hier stiekem in uw keuken staan?
de dame knikt en fluistert blij:
dat zou de redding zijn voor mij!
's nachts hoopt spookje in zijn dromen
dat er snel veel kindjes komen
zodat hij nog meer koken kan
daar wordt hij zo gelukkig van
12.
tot op een dag de heer besluit:
vandaag ga ik de deur niet uit
schat, laten we gaan kokerellen
ze zucht: ik moet je wat vertellen
je zult me vast niet graag meer zien
- ik weet dat ik jou niet verdien -
omdat ik niet zelf voor je kook
mijn keukenchef is een klein spook!
13.
maar lieve schat, wat zeg je nou?
met heel mijn hart hou ik van jou!
ook zonder al dat lekker eten
dat mag je nooit of nooit vergeten!
een kookspook zeg je? is dat zo?
dat is een wonderlijk cadeau
't is tijd dat ik je spook ontmoet
want koken doet hij donders goed
14.
de heer zegt ferm: ik heb een plan
chef kookspook, wat denk jij ervan?
ik heb de plaats, jij kookt briljant
wordt dit kasteel ons restaurant?
en zo staat spook trots aan 't fornuis
van restaurant 'het Spokenhuis'
terwijl de kasteelheer bij het eten
de gasten vermaakt met spokenkreten
***
15.
al gelooft niemand in je dromen
je kunt ze zélf uit laten komen
geef nooit op, treur niet te snel
wie echt iets wil, die komt er wel!
