Het Neerlands Huisje
Het Ho-ho-ho van de Kerstman klonk verkleumd. Een enkeling knikte hem vriendelijk toe, de meesten haastten zich naar de laatste winkels. Kerstinkopen: het ritueel van elk jaar. Taal keek de man aan en wenste hem een zalige kerst. In gedachten verweet hij zichzelf dat hij zijn kerstinkopen weer had uitgesteld. Cadeautjes zoeken vond hij het onzalige aan Kerstmis. Zijn onvoltooide zinnen begonnen steevast met wie, wat, waar, afgewisseld met hoe en hoeveel. Hij wou voor iedereen iets aparts, iets persoonlijks kopen, maar wat hij tot hiertoe had gezien, viel niet binnen die categorie. Hij werd er haast moedeloos van. De kerstmuziek die door de luidsprekers schalde en regelmatig onderbroken werd door een reclameboodschap bracht hem geen inspiratie. De druk pratende kopers wandelden de winkels in en uit en sjouwden met pakjes. Taal keek op zijn horloge: tien over vijf. Gelukkig was het koopavond.
De schreeuwerige lichtreclames en knipperende kerstlampjes dreven hem almaar meer uit het koopcentrum, weg van de drukte. Hij sloeg een zijstraat in, met de bedoeling aan de andere kant van de stad weer de hoofdstraat in te duiken. De serene rust van de hem onbekende achterstraat deed hem goed. Achter enkele ramen zag hij versierde kerstbomen en aangeschakelde televisietoestellen. Net wanneer hij een zijstraat wou inslaan, merkte hij aan de overkant een klein winkeltje. Hij zuchtte en begaf zich naar de etalage. Je wist maar nooit.
De smalle etalage was sfeervol verlicht en meteen dacht hij aan de prenten van Anton Pieck. Wat een gezellig boetiekje was dit. Hij deed een stap achteruit en las het opschrift boven de deur: Het Neerlands Huisje. Onbewust duwde hij de deur open en stapte binnen. Even moest hij aan het licht wennen en dan zag hij een overvloed aan dingen waarvan hij de samenhang niet begreep. Een antiquariaat was deze winkel geenszins, gezien de relatief lage prijzen en de nieuwe spullen. Was het dan een curiosashop? Taal merkte dat de verkoopruimte heel diep was en uit verschillende compartimenten bestond, gecreëerd door kunstmatige hoekjes. Rechts in zo’n hoek stond een standaard met kadertjes. Hij liep er naartoe en zag dat het om naamsbeschrijvingen ging. Rike... Daarvoor moest hij bij Henrike zijn. Hij had het tot hiertoe nog nooit gevonden, misschien... Ja, hij nam het zilveren lijstje tussen zijn vingers.
“Heeft u gevonden wat u zocht?”
Een jonge stem onderbrak zijn gedachten. Glimlachend keek hij het meisje aan.
“Mm, misschien, hoewel de verklaring niet echt is wat ik verwachtte.”
Ze las de tekst met hem mee.
“Henrike: machtige van de woonplaats. Dat is maar een gissing,” zei Taal, “taalkundigen zijn er lang niet zeker van dat het eerste deel hein echt verwant is met heim, wat woonplaats betekent. Het is zowat de enige Germaanse naam met die vorm.”
Hij zette het lijstje terug op zijn plaats. Jammer, want het zag er wel mooi uit. Hij zocht nog wat tussen de andere namen tot het meisje nieuwsgierig vroeg wat zijn voornaam was.
“Taal,” zei hij met dezelfde glimlach, “maar die is onvindbaar op plaatjes als deze.”
“Dan bent u de geknipte klant voor mijn winkel. Maddy, ik neem meneer graag voor mijn rekening.”
Taal draaide zich verwonderd om. De vrouw die hem aankeek was Maddy, zoals ze er over zestig jaar zou uitzien. Verbouwereerd wist hij niet meteen iets te zeggen.
“Ja, dat effect heb ik meer op mensen. Mijn kleindochter zorgt voor de klanten en ik, ja, laat het me maar zo zeggen: ik trek aan de touwtjes achter de schermen. Uw naam is dus Taal.”
Hij knikte en zag de pretlichtjes in de ogen van de oude dame. Ze bleef stil staan.
“Komt van Vitalis, Latijn, betekent levenskrachtig.”
Taal keek verwonderd. De dame had het helemaal juist. Dit had nog niemand haar voorgedaan. Zijn bewondering steeg.
“U vraagt zich af welk soort van winkel u bent binnengestapt?”
Hij knikte, weer had de oude dame gelijk. Ze wees met haar hand om zich heen.
“Als ik u zeg dat alles wat ik verkoop verband houdt met taal, zou u dat dan geloven?”
Hij volgde haar gebaar met de ogen. Wat een eigenaardige idee: een winkel vol voorwerpen in verband met taal. Meteen tastte hij met zijn ogen de hoekjes af, op zoek naar boeken. Hij zag de vrouw glimlachen en hij besefte dat zij wist wat hij zocht. Ze legde haar hand op zijn arm en hij kon niet anders dan haar volgen. Dit winkeltje, met de oude vrouw en haar duidelijke liefde voor taal, ontpopte zich als een potentieel avontuur.
“Ik voelde me meteen tot jou aangetrokken, niet alleen omwille van je naam, maar wel omdat taal jou interesseert.”
Taal knikte en merkte dat het vormelijke u had plaatsgemaakt voor jij.
“Onze moedertaal verbindt ons en houdt vertrouwelijkheid in, net als een gezellige, oude jas die je om je schouders hangt.”
De vrouw stapte, verwonderlijk vlug, naar het achterste hoekje van de winkel en voegde er ondeugend aan toe: “Je kunt heerlijk cocoonen in je taal. Dat woord heb ik van mijn kleindochter.”
Ondertussen wreef ze liefkozend over een winterjas en een dekentje die bij de tweedehands spulletjes lagen. Dan pakten haar vingers een paar dikke sokken vast.
“Wat denk je van dit paar dikke wollen geitensokken? Kan het vertrouwder, veiliger en warmer? Een vreemde taal, hoe goed je ze ook beheerst, blijft afstandelijk en vaak wat vormeloos maar je moedertaal die past je,“ weer glimlachte ze, als kreeg ze plots een nieuw idee, “als een paar handschoenen. Alles kan je kwijt in je eigen taal: je gedachten recht uit je brein en je gevoelens, beleefd door je hart. Schrijf ze op want je hersenen worden oud en raken hun greep al vlug kwijt.”
Taal genoot van de stapels schriften, potloden en pennen. Er lag zelfs een lei tussen met een griffel. Hij zag inktpotjes en... Het viel hem op dat geen enkel product hetzelfde was. Het waren allemaal unieke stukken. Ieders taal is uniek, dat begreep hij meteen. Wat wetenschappers een geheel van conventionele tekens noemden, werd hier uitgestald in al haar bijzonderheden. Taal had het gevoel dat hij niet snel genoeg kon rondkijken of kon denken. Dit hier ging al zijn gedachten en verwachtingen te boven.
“O ja, ik heb boeken, zoals jij je afvroeg, want boeken laten je avonturen beleven. Het zijn de auteurs, de deskundigen van de taal, die je op sleeptouw nemen en je fantasie aanspreken, je de liefde doen beleven, tot je er zelf naar smacht. Zonder dat je het beseft, word ook jij een kenner en begin je oog te krijgen voor de fijne details, het vlindergevoel van de taal. Het leven leert jou alle facetten van je gevoelens kennen en met taal kan je die verwoorden. Zoals het ragfijne filigraan van deze zilveren ringen of de zuiverste klanken van muziek, zo worden woorden, poëzie. Tederheid en pijn krijgen zoveel nuancen.”
Taal herkende een aantal gedichten- en verhalenbundels die bewust nonchalant op een oud tafeldoek met franjes waren neergelegd. De schaduwen van kleine tafellampen maakten het verschil tussen licht en donker, tussen warm en koud. Taal begon het te begrijpen. Zijn moedertaal, die niets voor hem verborgen hield, verwarmde hem tot in zijn kern. Al het wezenlijke van zijn ziel kon hij er in kwijt en zo kon hij zien wat er diep in hem verborgen zat.
“Je problemen verwoorden, kan moeilijk zijn maar eens je dat kunt, ben je klaar om naar oplossingen te zoeken. De taal geeft je de woorden, zet je op de goede weg. Ze helpt je om boven je situatie uit te stijgen en objectief te observeren. Daarvoor creëert je moedertaal een veilige omgeving. Waar je je ook bevindt, die veiligheid draag je overal met je mee. Woorden drukken uit, grammatica geeft structuur. Spraakkunst... Is ook luisterkunst. Nuancen en toonhoogtes vertellen alles wat de naakte woorden nog verhullen.”
Taal slikte. Hij voelde een onstuitbare drang om elk voorwerp aan te raken en de betekenis te vragen. Hier herontdekte hij zichzelf. Nog voor hij iets kon vragen, keek de vrouw hem in de ogen.
“Nu laat ik je even los. Neem je tijd, kijk en denk. Geef geliefden iets wat met taal te maken heeft, dat is altijd waardevol. De taal heeft jouw levenskracht nodig om te blijven bestaan en verder te evolueren. Wanneer haar evolutie stopt, sterft ze en wordt ze dode letter. Dat mag niet gebeuren. Daarom ben ik met deze zaak begonnen. Voor de meeste mensen is dit een snuffelwinkeltje met wat rariteiten en eigenaardige combinaties. Mensen als jij, leid ik rond en binnenkort wijd ik ook mijn kleindochter in de geheimen van de moedertaal in, zodat ze een waardige opvolgster wordt en de taal verder kan begeleiden in deze 21ste eeuw van afkoelende relaties en groeiend individualisme.”
Taal had het gevoel dat hij een transformatie had ondergaan. Hij bekeek alles nu met andere ogen. De oude boeken toonden hoe de taal er vroeger uit had gezien. Ze was veranderd en aangepast maar bleef in leven. Die groei was een rijkdom die hij ook in kleine schilderijen tegen de muur ontdekte. De taal was krachtig en je kon erop vertrouwen want ze had de eeuwen doorstaan. Bij het zien van een oud paar schoenen dacht hij aan de platgetreden paden, de sleet maar ook de warmte. Hij voelde met zijn vingertoppen de fijne structuur van een moderne broche en sloot zijn ogen. Dit was wat hij zocht: pure liefdespoëzie.
Lang na sluitingstijd kwam de vrouw naast Taal staan en glimlachte. Hij had zijn geschenken gevonden.
“Als je je moedertaal beheerst, ben je een rijk mens. Dan behoort het leven jou toe, zoals deze winkel mij toebehoort met als inventaris: de taal.”
Er viel een stilte als moest de vrouw over iets nadenken.
“Eigenlijk had ik graag één zin uit de literatuurgeschiedenis aangepast.”
Taal keek haar nieuwsgierig aan. Wat wilde deze wijze vrouw hem zeggen? Hij dacht even na maar voor hij het antwoord kon geven, zei ze: ” Zijn of niet zijn, dat is de taal.”
Maddy pakte zijn aankopen feestelijk in en wanneer hij de winkel verliet en voorbij de etalage stapte, zag hij de grootmoeder en kleindochter hem warm glimlachend aankijken. Ook dat was een gebaar dat hij begreep en kon verwoorden.
Gilberte Vandrise