Over vriendschap kunnen
we spreken
wanneer het over moeders gaat,
trek je een lijn:
tafelrand - daar waar het boek te lang blijft liggen -naar je oor
Ook al is je jas altijd recht,
ik zie kreuken in je stem
die als een rode loper over de trap
evenwijdig met mijn krakende ogen
rolt
Daar staan we dan, in het niks, met iets schoons in de handen - net gekocht - ons afvragend wat het met ons doet te praten over derden die er niet zijn.
Maakt het ons goed of slecht en wat dan met het broze wankelen daartussen?
Je zegt dat het goed is te huilen,
maar ik besluit te bestaan om de mooie dingen;
cilinders - alles waar je door kunt kijken - zilverpapier - gespikkelde kleuren.
De rest dekken we toe met bloemen,
want in bloemen zijn we goed
en in vrienden worden we groot.