In maintenance voor genezing
trof ik enkel mezelf eindeloos
van jou gelegen.
Navigeren door wateren zo bruusk, bars,
steeds gefroisseerd door mijn passages,
als potloden die geen punt meer verdienen
door afbraaklusten in gammele slijpers.
Versobering ingedoken,
vlij ik je enkel nog in lucide dromen
van omstaanders opgestoken.
In verval smelten ze weer in mijn hoofd
en dansen niet meer in het rond
als dolende vuurvonkjes
afketsend op ons ijzerwerk.