Lesvoorbereiding kortverhaal

10 mei 2016 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

Lesmoment 1

 

Onmiddellijk met een oefening beginnen.

Oefening schrijven van een kortverhaal.

 

We vragen aan de cursisten om de volgende les een voorwerp mee te brengen.  Dat voorwerp mag eender wat zijn (zal als werkmateriaal op 21 mei zelf enkele voorwerpen meebrengen).

We stallen deze voorwerpen uit in een hoek van het leslokaal.

We vragen de cursisten een A4 blad te nemen.  We zullen vragen stellen waarop de cursisten een kort antwoord noteren.   

 

 

Vragenlijst

 

  • Kies voor een man of een vrouw
  • Welke kleur ogen heeft hij/zij,
  • Hoe oud is hij /zij?
  • Hoe ruikt hij/zij?
  • Hoe is zijn/haar stem?
  • Welke taal gebruikt hij/zij?
  • Hoe voelt haar/zijn huid?
  • Noteer enkele opvallende fysieke kenmerken
  • Welke studies heeft hij/zij gedaan?
  • Welke job doet hijl:zij?
  • Wat zijn zijn/haar hobby’s?
  • Van welke muziek houdt hij/zij?
  • Met welke auto rijdt hij /zij ?
  • Of hoe verplaatst hij/zij zich het liefst?
  • In welke buurt woont je personage?
  • Welke vervelende gewoontes heeft je personage van zijn ouders geërfd?
  • Voor welk gerecht mag de moeder van je personage hem of haar altijd bellen?
  • Wat is zijn/haar favoriete vakantiebestemming?
  • In welke stad dwaalt je personage graag rond?
  • Wat was het laatste concert of toneelstuk dat je personage bijwoonde?
  • Heeft je personage een verslaving waar hij /zij mee worstelt?
  • Guilty pleasures?
  • Welk doel wil je personage nog bereiken in zijn/haar leven?
  • Waar worstelt je personage mee?

 

Deze lijst is niet limitatief.  We leren het personage beter kennen op verschillende vlakken: fysisch, sociaal en psychologisch.  Wat niet wil zeggen dat alle antwoorden op de vragen aan bod moeten komen in ons kortverhaal.  Maar het zal de schrijver helpen om het personage op een consequente manier naar gebeurtenissen binnen het kader verhaal te laten kijken.  (bvb. Aas je weet dat je personage bekommerd is om het milieu kan je hem in je verhaal een papiertje van de straat laten oprapen zonder dat je vertelt dat het een milieuactivist is, dit laatste kan later blijken maar je bent je verhaal al aan het kleuren).

 

Terug naar de oefening.

 

We hebben een voorwerp gekozen en we hebben min of meer een personages voor ogen.  We zullen dit personage een verhuizing laten voorbereiden.  Bij het opruimen van een kamer vindt hij/zij het voorwerp dat je gekozen hebt.  Dit brengt een sterke emotie.  Het doet iets met je personage.   Zodanig dat het een invloed heeft op het pakken en de verhuizing eventueel.

Schrijf dit neer in max. 40 regels.

 

We hebben hier een vrij afgebakend geheel.  We reiken een personage aan, een kader en een plot.  Ideale oefening voor mensen in de groep die te kennen geven dat ze vaak geen inspiratie hebben.

 

Lesmoment  2

 

Kortverhaal: een beetje theorie

 

Een kortverhaal is meestal beperkt in tijd, ruimte en personages. 

Ik geef een voorbeeld .  We willen schrijven over een verjaardagsfeest.  Dan hebben we allerlei aspecten die we aan bod kunnen laten komen in ons verhaal.  De uitnodiging voor het feest, de voorbereidingen, de bezoekers komen binnen, het opdienen van de taart, het opruimen de volgende dag,…  Voor een kortverhaal zullen we niet alle aspecten gaan belichten.  Maar we kiezen er één of twee uit en leggen daar de focus.  Bv het verhaal begint wanneer de eerste bezoeker aanbelt. 

Cfr. Ton Rozeman “Je ziet er niets van”.

 

Een kortverhaal begint meestal midden in de handeling in medias res.  Als we teruggaan naar de verjaardag: de deur gaat open , de jarige laat de eerste bezoeker binnen. 

 

Soorten kortverhaal.

 

Panoramaverhaal

Kan langer gespreid zijn in de tijd en zich op meerdere plaatsen afspelen.  Landschap wordt  fraai beschreven en heeft vaak een functie voor het verhaal.  Er is veel dialoog en tempowisselingen.  Dit soort verhaal zou kunnen verfilmd worden.

Voorbeelden:

  • “Brokeback mountain” van Anne Brooks
  • De kortverhalen van Alice Munro
  • “Over de liefde”van Anton Tsjechov

 

Portretverhaal

Personage vult heel de ruimte van het verhaal.  Er zijn weinig tempowisselingen en het gaat over een korte periode.  Er is weinig achtergrond en bijna geen flashbacks.  Alles gebeurt nu. 

 

Voorbeeld:

  • “De dame met het hondje” van Tsjechov

 

Zeer korte verhaal

We kunnen A.L. Snijders beschouwen als de uitvinder van het Zeer Korte verhaal.  In zijn zeer korte verhalen gaat het over de kleine alledaagse dingen maar er is altijd een abstractie en een moraal.  Maar ook Remco Vampert en Nico Dijkshoorn zijn voorbeelden van fantastische ZKV schrijvers.

 

Het kortste verhaal ooit staat op naam van Ernest Hemingway: “Te koop, babyschoentjes, nooit gebruikt.”

 

Elk non-fictie verhaal dat korter is dan een novelle (in de novelle komen meerdere personages aan bod), dus ook de anekdote, het cursiefje, de fabel, … kunnen we beschouwen als een kortverhaal.  Toch heeft het kortverhaal zijn specifieke kenmerken en werd het vanaf de negentiende eeuw een apart literair genre. 

Zeg dus nooit kortverhaal tegen zomaar eender welk korte verhaal. 

 

Oefening: schrijf een ZKV.

 

Twee voorstellen:

 

  • Je bent op weg naar het containerpark, wat ga je wegbrengen, maak een lijstje van de dingen die je weg zal brengen, en daarna vertel je ons hierover een zeer kort verhaal
  • Je wordt wakker, je hebt geen zin om te gaan werken of naar school te gaan. Dit kan je in twee zinnen schrijven maar we willen een iets langer verhaal maar toch nog een kortverhaal want we willen dat je die twee zinnen gaat “kleuren” (denk aan voorbeeld milieuactivist).

 

  • naar keuze!!!
  • Welke opdracht je hier ook kiest, max . 10 regels

 

Lesmoment 3

 

We laten op Youtube het filmpje zien en horen van “Honey” door Bobby Goldsboro. Dit is een voorbeeld van een kortverhaal.

De schrijver van het lied laat ons een man zien die terugkijkt naar een relatie.  Hij vertelt ons ogenschijnlijk kleine gebeurtenissen maar die veel vertellen over de vrouw met wie hij een relatie had. 

Het moment waarop ze weggaat ontwikkelt zich het plot.  Horen we duidelijk aan de muzikale ondersteuning. 

 

Vragenronde (samen reflecteren over tekst en muziek van het lied)

 

  • Wat zien jullie? Waar is de man (zanger van het lied)
  • Hoe is de vrouw weggegaan volgens jullie?
  • Wat is er gebeurd?
  • Wat is de sfeer van het lied en de tijdsgeest?
  • Hebben jullie een duidelijk beeld van de man, van de vrouw?
  • Welke zin in het lied raakte jullie het meest?

 

Snuffel eens door jullie muzieklijst en geef volgende les door welke liedjes voor jou een kortverhaal hebben. Je mag ook een foto meebrengen die voor jou een heel verhaal oproept. 

 

Oefening hierbij. 

  • Kies een foto die een heel verhaal oproept en schrijf hierbij een kortverhaal.
  • Max 25 regels

 

  • Kies een lied en maak er een kortverhaal van.   Als je graag het lied ”Honey” uitschrijft, ga je gang!

 

  • Blader door de krant (zoekertjes of kleine faits divers zijn vaak grote bronnen voor inspiratie).

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

10 mei 2016 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket