Fietsend door de koude nacht,
beladen met fonkel sterrenvracht.
Droom ik je achterop bij mij,
voel je stralen heel dichtbij.
Het is nu je er bent dat ik bedaar.
Nee, blijf maar, echt,je bent niet zwaar.
Zo zwaar als maanlicht maximaal,
het lichtste lief van allemaal.
Niet te omschrijven in aardse kleuren
aardse klanken, aardse geuren.
De in gedachten ontsproten schoonste der schonen,
mag als ze dat wil bij mij komen wonen.
Ik kijk naar je om terwijl ik dit zeg,
en kijken was dom want nu ben je weg.