Lady Macbeth:
-Stel, ge houdt van een man.
-juist ja, ge houdt van die man.
-Stel, die man heeft een plan.
-ja zo is het, dat voelt een vrouw, het ongezegde plan van haar man.
-Stel die man heeft een plan, maar hij is te weinig man om dezelfde man te zijn in daad en moed als in verlangen.
-ja zo is hij, te weinig man.
-Wat is er erger voor een man dan zich te weinig man te weten?
-Geen vrouw hebben (giechelt)
-Wat doet ge?
-Wat doet ge als vrouw die houdt van een man die te weinig man is om zijn ‘ik wil’ een ‘ik durf’ na te sturen?
-Ge moedigt hem aan.
-Nee, sterker!
-Ge beveelt hem zijn eigen plan.
-Nee, sterker!
-Ge doet het zelf.
-Nee, ge wilt hem zijn eigenwaarde niet ontnemen. Hij moet meer man worden, niet minder.
-Ge trekt de twijfel uit zijn vel, ge trekt de twijfel uit zijn vel en steekt het in uw eigen vel.
-Ge wordt zijn vat vol angsten, dat alleen gij met al uw vrouwelijke kracht in u bedwingen kunt. Ge zuigt hem leeg tot een lege huls die slecht moed omarmen kan. Zijn geweer wordt door u geladen. Zoals alleen een vrouw een man laden kan.