Wij lopen door het veld waarin verleden groeit
dat soms zich tussen onze tenen krult.
Zeer zelden zien wij hoe de trage bloei
van overvloed zich daar onttrekt aan elke vorm van schuld.
Zo weinig is er dat wij zien en net zoveel
dat aan een teder talig oog ontsnapt.
Er zijn de bloemen en er is stuifmeel
dat naar de stamper dient gebracht die anders knapt.
Zwaar dient in elke vorm van overmoed een groot tekort
gezocht dat oprijst uit herinnering.
Er is geen mens die ooit nog beter wordt
dan wie wij hebben afgestaan aan al wat zingt.