Zoals je daar ligt, ben je van marmer:
zo zwaar, zo hard, zo ben je niet.
Wij blijven achter, jaren armer,
grootgrondbezitters van verdriet
waarover wij naar toekomst lopen,
een blinddoek over ieder oog.
De loopgraven waardoor wij kropen,
de borstwering die werd verhoogd,
konden finaal ons niet beschermen:
er werd wanhopig afgeteld.
Gebroken staan in alle bermen
geknakte dromen, neergeveld.