Zelf ben ik sinds enkele jaren overtuigd flexitariër, eet dus overwegend vegetarisch, maar lust nu en dan een sappig stuk vlees . Door bewust mijn vleesconsumptie te minderen, probeer ik mijn ecologische voetafdruk te verkleinen. Wat hierbij helpt, is dat ik tegenwoordig niet alleen bij de natuurwinkel vleesvervangende producten in de etalage vind. Supermarkten bieden meer en meer vegetarische alternatieven en dat verlaagt de drempel. Het wordt stilaan een vertrouwd beeld, het aparte vak in de koeltoog voor quorngehaktballen, seitanschnitzels, tofu-nuggets en aanverwanten.
Groot was mijn verbazing echter toen ik in de lokale buurtsupermarkt hamburgers met als opschrift ‘Insecta’ zag liggen. Mooi verpakt in cellofaan, broederlijk naast de vegetarische alternatieven, en in dezelfde toog als de varkenslapjes en het rundergehakt. Hamburgers gemaakt van buffalowormen, stond er op de verpakking, maar voor de rest zagen het er verdacht normale vleesvervangers uit. Geen wormoogjes die komen piepen door de verpakking heen, of kronkelende lijfjes die om mijn aandacht schreeuwden. Gerustgesteld door het ontbreken van insectenpoten en de vertrouwde luchtdichte verpakking, stak ik het kleinood in mijn winkelmand om aan een smaaktest te onderwerpen.
Terug thuis bracht ik mijn familieleden niet op de hoogte van het hoofdbestanddeel van de maaltijd die ik voor hen met zorg had klaargemaakt. De hamburger proefde een beetje naar noten, en de zachte textuur maakte dat ook mijn kleinste dochter zonder verpinken haar bord leeg at. Het ontbreken van enig uiterlijk kenmerk van de buffaloworm en de aangename smaak, maakte natuurlijk dat het moeilijk was om in walging uit te barsten. Test geslaagd dus.
Kiwi’s van Mars
Toen mijn grootmoeder in de jaren vijftig naar de lokale markt ging, zou ze dan met eenzelfde verwondering naar de langwerpige ovalen vorm van een kiwi gekeken hebben? Eenzelfde wantrouwen gehad hebben over die harige schil, en het felgroene vruchtvlees met witte kern omgeven door een ring van zwarte pitjes? Waarschijnlijk lagen die kiwi’s tussen de appels en peren te pronken alsof het exotische schepsels waren. Ingevoerd uit Nieuw-Zeeland dan nog, een land dat toen verder van hun bed leek dan Mars nu. Vandaag is de kiwi niet meer weg te denken uit ons dagelijkse fruitaanbod.
Zou de insectenhamburger deel uit gaan maken van ons weekmenu? Moeten we onze weerzin voor kruipende zespotige vrienden overwinnen? Of zijn er genoeg vleesvervangende alternatieven op de markt? De kiwi zal destijds meerdere wenkbrauwen hebben doen fronsen, ook die van mijn grootmoeder, maar eiste na verloop van tijd haar plaats in de fruitmand op. Geen idee of de buffaloworm binnenkort de kookboeken van Jeroen Meus haalt, mijn dochter is in ieder geval fan.