Mierenplezier

8 jun 2015 · 1 keer gelezen · 0 keer geliket

 

Ze zijn eerst met een paar of alleen. Maar na een tijd met velen. Ze lijken op een mierenkolonie; ze zijn sociaal en doen veel samen. Al is er toch steeds iemand die meer het voortouw neemt dan een ander. Een koningin, die zich als leider gedraagt. Maar waarvan iedereen dat aanvaardt. Ze beseffen erg goed dat 1 + 1 niet gewoon 2 is. Maar 3. Of zelfs nog meer. Ze werken voor hetzelfde doel en staan samen zoveel sterker dan apart. Ze beseffen dat ze geen rotsblokken kunnen verzetten waardoor het pad van richting verandert. Maar ze weten wel dat ze door veel kiezelsteentjes in een rivier op een hoop te leggen ook de loop van het water een paar druppels kunnen beïnvloeden.

 

Op woensdagnamiddag vind je ze in het park om de hoek met een groot pak rijstkoeken om te delen. Op de wekelijkse zondagmarkt lopen ze mekaar tegen het dertigjarige lijf aan het zuiderse kraam met olijven en cava. Op zaterdagvoormiddag doen ze inkopen in de plaatselijke supermarkt en houden ze een praatje tussen de eieren en de bussen melk. En een keer in de maand trekken ze met hun vermoeide kroost naar de lokale nawerkse vrijdagavonddrink. Ze houden al eens een lokaal groetendepot open, verzorgen de buurtvarkens en kippen en organiseren een lokale rommelmarkt. Ze lanceren een hulpkreet op een sociaal medium als hun babysit niet komt opdagen en hebben dezelfde donkerblauwe wallen onder hun ogen omdat hun koters steevast te vroeg wakker worden. Ze investeren tijd in een koffieklets zonder koffie aan de schoolpoort, vangen het kind van een ander op als die vaststaat in de file en nodigen de ouders van de mini-mens die komt spelen uit om te blijven aperitieven.

 

Ze? Dat zijn ouders met kleine kinderen, die in de stad een dorp creëren, waar het goed toeven is. Waar de school op 300 meter afstand ligt waardoor menig loopfietsende kleuter enthousiast staat de springen aan de voordeur ’s morgens om te vertrekken. Waar het opvangen van andermans kroost niet eens een last is. Waar veel mensen wonen met ouders op ‘de buiten’, waardoor de koorts van het kind allang gezakt is tegen dat ze aan de deur staan om voor het ziek vogeltje in kwestie te zorgen.

 

Ook ik ben een mierenouder. Ik kwam met mijn eigen kleine mierengezin vier jaar geleden  aan de rand van de grote stad wonen. Ik zag andere mieren op straat zich verenigen, maar hoorde daar niet bij. De schoolpoort opende pas echt de deur naar de mierenkolonie waar ik nu toe behoor.

 

Ik investeer tijd met andere ouders, koffieklets aan de schoolpoort en fantaseer over een echt koffiebar aan de overkant van de straat, ik ga naar de speeltuin met rijstkoeken voor de kleine mensen en neem een aperitief mee voor de grote, ik vang al eens een kind op. Het loont. Veel. Want anderen doen dat evengoed.

 

Het leven aan de rand van de stad is goed en zoet. Mierzoet.

 

 

 

 

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

8 jun 2015 · 1 keer gelezen · 0 keer geliket