Schrijfsessie voorbereiden en opzetten: (schrijfopdracht 3, tegen 21 mei ‘16)
Motivatie: Jonge kinderen, die niet vanzelfsprekend de weg naar literatuur of naar het schrijven vinden, op weg helpen om een verhaal te schrijven.
Doelgroep: Kinderen van 10-12 jaar met een aan hun leeftijd gerelateerde kennis van de Nederlandse taal.
Thema: Mijn droomland.
Doel:
- de kinderen kunnen aan de hand van liedjes, die we eerst beluisteren, vertellen over hun droomland (20’)
- de kinderen kunnen een woordweb maken (20’)
- de kinderen kunnen hun fantasie neerschrijven op basis van een geleide fantasieoefening en vanuit voorbeelden uit de literatuur = fragmenten uit ‘Pipi Langkous’ Astrid Lindgren (60’)
- de kinderen kunnen per twee een reclametekst over hun droomland schrijven van ca. 30 regels (60’)
- de kinderen kunnen een naam bedenken voor hun droomland, op basis van hun zelfgeschreven verhaal (20’)
De opdracht/ de les:
Oefening 1: De prikkel van de expressie + kringgesprek (20’)
We beluisteren twee liedjes: ‘Als hij kon toveren’ Herman Van Veen en ‘Als ik de baas zou zijn van het journaal’ Kinderen voor Kinderen.
Beiden liedjes gaan over de gedachten van de zanger/vertolker(s) indien hij/zij het voor het zeggen zou hebben of zelf mocht kiezen.
De vraag aan de kinderen: ‘Hoe ziet jouw droomland er uit?’
Oefening 2: Een woordweb schrijven nav het kringgesprek (’20)
Wat is een woordweb? De begeleider legt uit wat een woordweb is en hoe je er een kunt maken.
Een woordweb kan duidelijk maken hoe je over een onderwerp denkt, of waar je nog aan denkt bij een bepaald onderwerp.
De begeleider maakt eerst zelf een woordweb: hij/zij schrijft in het midden van een blad een kernwoord en schrijft daarrond andere woorden die hij/zij ermee associeert. Dan schrijft de begeleider een nieuw kernwoord op en de kinderen mogen om beurten een associatie roepen.
De begeleider zegt dat de kinderen nu hun eigen woordweb kunnen maken over ‘mijn droomland’: ze kunnen natuurlijk terugdenken aan wat er allemaal gezegd werd tijdens het kringgesprek. Ze mogen ook nog andere gedachten en woorden opschrijven.
De kinderen mogen met kleurtjes werken, waar ze geen woord voor hebben, mogen ze tekenen. De kinderen houden het woordweb bij voor later.
Oefening 3: De prikkel van de geleide fantasie + schrijfopdrachten (60’)
- De kinderen zitten (of liggen op de grond: dit hangt van de ruimte af) gemakkelijk op een stoel en sluiten de ogen.
De begeleider neemt de kinderen mee op reis en vertelt met rustige stem: bv. ‘je ligt in een weiland – de zon schijnt warm op je lichaam – je hoort de vogels fluiten en tsjilpen – je ruikt het gras – je hoort de wind ruisen door de bomen …
(de begeleider vertelt rustig en houdt regelmatig een korte pauze zodat de kinderen tijd hebben om zich met de fantasie mee te laten slepen)
De begeleider vertelt over een sleutel, die vlak bij het kind ligt: het is een bijzondere sleutel, hij heeft een vreemde vorm en een speciale kleur – en de sleutel heeft ook een speciale kracht – de sleutel kan alle deuren openen die jij wil open maken. Denk aan de dingen die jij achter die geopende deuren zou kunnen zien. Kies nu één van de deuren uit en open die met je magische sleutel – kijk goed rond, snuif de geuren op die je achter die deur ruikt, let op de kleuren, op de vormen in het landschap, let op hoe de dingen aanvoelen, let op wat je er kunt eten en proeven, let op wat je er hoort… Dankzij die magische sleutel ben jij de koning/in van het land achter deze deur: welk gevoel heb je daarbij? Ben je blij met je land? Je mag als koning/in dingen aanpassen in jouw land, tot het helemaal is wat het voor jou moet zijn.
Je bent moe van het rondlopen in jouw land – je gaat weer naar huis en sluit voorzichtig de deur met je sleutel – je gaat liggen in je bed – je wordt wakker en je bent weer hier bij ons, in de lesruimte.
Na deze begeleide fantasieoefening gaan de kinderen zelf schrijven. (15’)
Opdracht: Je krijgt nu 15 min. de tijd om te schrijven over jouw droomland. Beschrijf wat je net allemaal hebt gezien, geroken, gehoord, gevoeld, gedacht. Schrijf alles op wat je wil. Probeer vooral te blijven schrijven, zonder stoppen. Laat al je gedachten en ideeën uit je pen stromen.
Na 15’ stoppen de kinderen met schrijven en wie wil mag zijn/haar tekst voorlezen. De begeleider vraagt aan de groep of de anderen een beeld hebben van het land dat voorgelezen werd. Of ze iets gezien, gehoord, gedacht hebben terwijl ze naar de tekst luisterden.
De begeleider vraagt ook aan de kinderen waarom verhalen schrijven zo leuk is en of de kinderen het inderdaad zo leuk vinden. De begeleider zegt zelf dat hij/zij ‘het verzinnen, het fantaseren, het liegen en overdrijven’ de leukste dingen aan schrijven vindt. Een schrijver mag alles fantaseren. Iemand die daar heel goed in was is o.a. Astrid Lindgren: zij verzon de verhalen van Pipi Langkous aan het ziekbed van haar eigen kind. Astrid Lindgren hield niet van het ‘brave’ en het ‘netjes in de pas lopen’ en daarom verzon ze grootste avonturen van een heel bijzonder meisje ‘Pipi’.
De begeleider leest een aantal fragmenten voor waarin Pipi verklaringen geeft en herinneringen ophaalt en vertelt aan haar vrienden Annika en Tommy. De herinneringen en verklaringen staan bol van de fantasie.
- Schrijfopdracht: De kinderen krijgen een aantal zinnen en schrijven daar zelf een verklaring, of een herinnering bij. Ze krijgen per zin 10’ om te schrijven. Het is de bedoeling dat ze ook nu weer doorschrijven tot de tijd op is.
Elk kind krijgt 2 zinnen om telkens 10’ over te schrijven.
Hieronder een reeks zinnen die lukraak aan de kinderen gegeven wordt, 2 zinnen per kind, meerdere kinderen hebben dus dezelfde zinnen.
- Na zeven uur ’s avonds komt bij ons de zon op en dan …
- We eten er priegelpap bij elke maaltijd: priegelpap maak je zo…
- Wie op bezoek komt moet eerst ...
- Onze huizen worden gebouwd van priklimonade en suikerwafels omdat…
- Bij ons wonen er geen dokters want we worden nooit ziek omdat…
- Een keer in het jaar is er een grote klipperwedstrijd: klipperen is…
- Je kunt onze vijvers vergelijken met reuzentrampolines en dat is erg handig, want…
- Onze nationale sport is tegeltrappen: dit zijn de spelregels…
- Wij zijn erg goed in ‘badspringen’: ik leg het even uit…
- Overdag schijnt de maan, behalve als het bewolkt is, dan moeten we de wolken opzijduwen. Dat doen we zo…
Opdracht 4: Schrijf per twee een reclametekst van 30 regels over jullie droomland (60’)
De kinderen worden per twee gezet (verdeelsysteem: kinderen zitten in kring, begeleider telt 1-2,1-2,… nrs 1 bij elkaar en nrs 2 bij elkaar).
De kinderen nemen hun woordweb, hun tekst nav de geleide fantasieoefening en hun verklaringen/herinneringen bij de zinnen erbij en geven die aan hun schrijfpartner. Ze lezen elkaars woordweb, verhalen en verklaringen/herinneringen en duiden 5 woorden in het woordweb, en 5 woorden of zinnen per verhaal & 5 woorden of zinnen per verklaring/herinnering aan. Zo hebben ze 30 aangeduide woorden en/of zinnen. Die woorden of zinnen kunnen gebruikt worden in de reclametekst die ze samen gaan schrijven.
Schrijfopdracht: Schrijf per twee een reclametekst, die zou kunnen dienen voor een toeristische brochure. Indien nodig wordt er uitgelegd wat een toeristische brochure is en waar die voor dient (informatiegeven + bezoekers aantrekken).
Het thema van het verhaal is ‘Ons droomland’. Het verhaal is dertig regels lang.
Elk verhaal wordt voorgelezen aan de groep.
Opdracht 5: Verzin een naam voor jouw droomland. (20’)
Nadat alle verhalen werden voorgelezen, verzin je met je schrijfpartner een naam voor jullie droomland. Schrijf die naam boven je verhaal. We luisteren naar alle namen van alle droomlanden.
Katty Wtterwulghe