Mijn tuin, mijn leven
Na een lange dag kan ik eindelijk mijn zetel met het volle enthousiasme groeten. De verwelkoming doet mij vermoeden dat de enthousiasme wederzijds is. Wat ben ik blij dat het vrijdagavond is. Zoals gewoonlijk check ik mijn privémails en sociale media om de dagelijkse updates niet te missen. In een mum van tijd beland ik op de Facebookpagina van een totaal onbekende persoon, een zekere Nathalie. De irritatie steekt meteen de kop op … Wat is in godsnaam mis met deze mensen?
Het is waanzinnig hoe sommige mensen de deur van hun privétuin openzetten voor heel de wereld! Ik noem dit de hypocrisie van de moderne mens. We zijn enorm bezorgd over onze privacy, we dreigen zelfs met de rechtszaken om onze waardevolle privacy te beschermen. Aan de andere kant delen we privéfoto’s, zoals foto’s van onze jonge kinderen in zwemkleren doodleuk op het internet. Onze inkomsten zijn erg “privé” en dat mag niemand weten. We zijn er echter niet vies van om op Facebook met onze nieuwe auto of huis, vakantiefoto’s, onze maandelijkse aankopen, en zelfs ons eten (op restaurant) te pronken. Met een beetje rekenwerk, kunnen we perfect afleiden hoeveel sommige Facebookgebruikers verdienen.
Het is hilarisch hoe Nathalie met volle trots de foto van een paar sokken op haar Facebookpagina deelt. De tekst die bij deze foto hoort, luidt als volgt: “Cadeautje van mijn lieve man voor mijn verjaardag. Dankjewel schatje, ik hou zoveel van jou. Je bent mijn leven!”. Er hangen nog verschillende ‘smileys’ aan deze tekst die geen twijfel overlaten aan de grote liefde tussen het koppel. Aan het aantal ‘likes’ te zien, zijn er veel mensen die het enthousiasme van Nathalie over haar nieuwe sokken delen. Tot mijn grote verbazing kan ik in commentaren onder de foto een heel persoonlijk gesprek tussen het koppel volgen. Een gesprek dat eigenlijk thuishoort in de slaapkamer. Om niets aan de verbeelding over te laten, belooft Nathalie haar grote liefde op een speciale manier te bedanken als hij straks thuiskomt … Het is heel leuk om een zwembad te hebben in je achtertuin. Het lijkt mij echter niet echt hygiënisch om je zwembad met iedereen te delen.
Ik heb mijn buik vol van Facebook en ik zet mijn smartphone opzij. Mijn ergernis maakt gauw plaats voor nieuwsgierigheid. Mijn onderzoekende geest overweldigt mij met talloze vragen. Wat beweegt deze volwassen mensen die zomaar iedereen uitnodigen om een wandeling te maken in hun achtertuin? Waarom vinden ze het ze nodig om aan de wereld te tonen dat het gras groener is in hun tuin? En is het echt zo? Of zijn ze misschien juist ongelukkig? Zijn ze eenzaam? Hebben ze aandacht en bevestiging nodig? En waarom surf ik in godsnaam naar Facebookpagina’s van onbekende mensen die alleen maar onzin posten? Ben ik op zoek naar entertainment? Misschien ben ik mentaal masochist want ik vind het irritant, maar tegelijk leuk en grappig! Mijn gedachtegang vliegt als een speelse vlinder heel snel van een vraag naar andere, zonder een bevredigend antwoord te vinden.
Google is ook niet echt behulpzaam. Ik vind geen wetenschappelijke artikels over het gedrag van volwassenen op sociale media. Daarentegen bestaat er veel informatie over de gevaren van sociale media voor jongeren. Wat voel ik mij ineens opgetogen! Volgens mij heb ik een nieuw onderzoeksthema bedacht voor de psychologiestudenten.
Lijdt de mensheid aan chronische aandacht tekort? Zijn sociale media nu een hulpmiddel geworden voor onze oer-zoektocht naar geluk?
Ik vind mezelf in mijn terras, starend naar mijn eigen favoriete tuin. Het ziet er vreedzaam en eenvoudig uit, net als mijn leven. Ik voel mij moe en lui. Ik wil niet meer filosoferen. De dag is ook moe en geeft langzaam de strijd op tegen de nacht die ontwaakt uit zijn lange droom. Duisternis claimt de macht en schildert alles in het zwart. Zelfs de volbloedige rode glas wijn in mijn hand lijkt steeds donkerder.
Ik glimlach naar de paarse Lathyrus aan het terrashek. Ze glimlacht vermoeid en fier terug. Ja, het is tijd om te rusten. Morgen is een nieuwe dag vol met ergernissen, vreugde en een grondig tuinonderhoud.