Erembodegem, 1 mei 2018
Lieve Line,
Wat gek dat ik nu over een naam beschik om naar te schrijven. Een naam die toebehoort aan iemand waarvan ik enkel weet dat ze de liefde voor het schrijven met mij deelt. De opdracht van deze week noopt me om mijn brandende nieuwsgierigheid naar mijn schrijfmaatje aan de kant te schuiven. In plaats daarvan hoop ik jouw nieuwsgierigheid op te wekken voor de foto's die ik hier voor me uitgestald heb. De foto's hebben maar één onderwerp: Tilly.
Tilly was mijn beste vriendin. De foto's werden door mij gemaakt, met een camera'tje van lamentabele kwaliteit, maar die wel in mijn broekzak paste. We waren de speelfase voorbij. De My Little Pony's en Barbies stonden al een tijd stof te vangen in onze kamers. Liever trokken we erop uit. Wandelen en fietsen en ondertussen veel babbelen. Op die tochten maakte ik veel foto's van bloemen, wolken en dieren. Ik kieperde ze allemaal in de vuilbak, behalve de foto's van Tilly.
Ze was niet bepaald een gewillig model. Op de eerste foto kijkt Tilly nog geveinsd stoer recht in de camera. Op de laatste verbergt ze haar gezicht met haar handen. Door een kier van haar vingers loert ze naar me. Ze wacht totdat mijn fotografie-drang weggeëbt is.
Het zijn foto's die weinig zeggen over onze vriendschap en al helemaal niets prijsgeven over de pijnlijke manier waarop alles eindigde. Liever kijk ik naar de foto's die gemaakt werden op een jeugdkamp naar de Zwitserse bergen. Is het zorgeloosheid? Is het geluk? Is het vriendschap? Tilly's gezicht straalt op elke foto.
De foto waar we samen op staan, arm in arm, op een rotsblok temidden van een berglandschap, spreekt boekdelen. Standing strong, our friendship! Met mijn beste vriendin aan mijn zij, kan niks me nog raken. Onwrikbaar en stabiel, zoals een berg, dachten we... Een mooier beeld om onze vriendschap te representeren, kan ik me niet voor de geest halen. Hoe ironisch dan ook dat het net deze vakantie was, die het einde in gang zette.
Meisjes van veertien, waren we, Line. Ik weet niet hoe oud jij bent, maar je kan je vast voorstellen hoe dat is. Bakvissen. Giechelende trutten. Maar wel met aan ons haakje een eerste vakantieliefje. Misschien was het door die prille liefde dat we beiden straalden van geluk op de foto's. En dan maakten we een pact, Line, we gingen niet kussen. Onze eerste kus, die zouden we voor iemand bijzonder houden, niet voor een vakantieliefje....
Wat moet ze zich verraden gevoeld hebben, toen ik niet kon weerstaan. Op de laatste dag, de busreis naar huis, dàt was het moment van mijn eerste kus. Het was geweldig, Line, écht waar! Het was zoveel meer dan ik ooit kon bedenken. Iemand omschreef het als nat, glibberig en vies, maar voor mij was het hemels lekker, overweldigend en juichend. Ik genoot...
Tilly verpestte mijn eerste kus-moment met één enkele, argeloos uitgesproken, zin: 'Ze lachtten je allemaal uit op de bus'. Ik begreep niet waarom ze niet gewoon blij voor me kon zijn. Het pact was ikzelf allang vergeten...
Met onze vriendschap is het nooit meer goed gekomen. Een halve maand geleden kwam me het bericht ter ore dat Tilly gestorven was. Ik had al jaren geen contact meer met haar en toch was ik er kapot van. Rond haar dood hangen veel raadsels. Hoe kan iemand op eenenveertig jaar al dood zijn? Is dat niet het moment dat je in de fleur van je leven zit? Maar misschien voelde ze zich door het leven verraden...
Liefs, Vanessa