Minstens voor één uur fier om Belg te zijn
De herdenkingsplechtigheid, ingeleid door Betty Mellaerts,
in vier talen en de namen van alle vermoorde mensen
en voor ieder een witte roos,
aangebracht door jonge mensen, door hulpverleners,
politiemannen, dokters, militairen,
Rode Kruispersoneel.
Vervolgens een verantwoorde toespraak van de Koning,
de ontroering bij prinses Astrid,
voorzitter van Rode Kruis België, bij
‘Imagine’ van John Lennon,
gezongen door Getch Gaëtano en nog meer bij
‘Mon Plat Pays, qui est le mien’.
Jacques Brel is van jou, van mij én van
een wereld op zoek naar troost, naar schoonheid.
De toespraken van Eddy Van Calster, de man van Fabienne Vansteenkiste
‘on ne peut pas tuer l’amour’, gedeeld met
Kristin Verellen, de vrouw van Johan Van Steen, op haar wijze.
Ook de verwonde man, in jeans en baskets had het over dialoog,
Moslims en wij, aan dezelfde tafel, het verschil niet wegmaaien.
De CEO van Zaventem die zijn medewerkers dankt.
De CEO van STIP-NMVB-Brussel,
fier om met zijn ‘volk’ samen te werken,
hen dankt voor die dag en voor alle andere dagen.
De premier die hartmoedig spreekt,
het niet opgeeft om van een Staat in shock – we zijn niet bekomen –
een hartelijke leider te worden, een intelligent besturende liberaal.
De poëzie van Geert Van Istendael,
Michel, patroonheilige van alle Brusselaars,
‘er is een plek voor iedere ket’, het collectief werkt.
Daan, ingetogen en krachtig kwam het Belgisch Volkslied
aangewaaid, kwetsbaar en sterk, nà de Europese hymne.
Broederschap voor één uur, of langer?
Muziek, poëzie, bloemen en een karig aantal woorden.
Onuitgesproken verdriet dat in stilte verder kruipt.
Een kraaiende baby op de achtergrond: het leven roept
kinderen eerst.
Christina Vanderhaeghe,
22 mei 2016