Ik weet nog waar op je voeten
de zomer scherp strepen trok langs
de riempjes van je sandalen, je
tenen bleker, nu,
op de kamer
boven een steegje genesteld in
gonzende balkonnetjes kabaal, lawaai
waarin je mijn gesnurk vergeet, je
oordopjes op het tafeltje
naast ons bed
liggen we te wachten tot het
ochtend wordt, tot alles verstomt,
tot er gebak in de keuken onder ons
verschijnt, keurig voorverpakt en klaargelegd
zo zoet
dat vergeet ik nooit.